Categorie: zaakwoordenboek

  • Oude Dag, Nieuwe Avond

    Oude Dag, Nieuwe Avond

    De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek.


    Geachte lezer(es),

    zo eindigt het jaar 2025.

    Gezien volgend jaar de Wet Veilige Jaarwisseling van kracht gaat kietelde het om vanavond een stukje te wijden over vuurwerk, maar toen bedacht ik mij dat het belangwekkender zou zijn om dit te doen eind 2026. Terwijl ik tik is er buiten geknetter en geknal te horen, maar hoe luid zal het zijn op de eenendertigste van de laatste maand?

    Kersttoespraak


    Na zeven nieuwsbrieven over Kerstmis heb ik het hier wel het nodige over gezegd, maar als een soort kers op de taart kunnen wij nog even snel (en kort) terugkijken naar de kersttoespraak van Zijne Majesteit, koning Willem-Alexander der Nederlanden, van afgelopen 25 wintermaand.

    De inleiding begint sterk:

    Wat maakt het Kerstverhaal zo mooi? Waarom blijft het zoveel mensen raken?

    Kort daarna, echter:

    Het heeft te maken met de nabijheid en herkenbaarheid ervan. Het Kerstverhaal verbindt het allerkleinste met het allergrootste. De Redder van de wereld komt ons vrede brengen. Niet als superheld, maar als pasgeboren kind in een ‘gewoon’ timmermansgezin. 

    De naam Jezus wordt verhuld achter ‘de Redder’—wat overigens wel een scherpe redekunstige omzeiling van de schrijver(s) is, moet ik toegeven—maar nee, Hij kwam niet om vrede te brengen:

    “Denk niet dat Ik ben gekomen om vrede op aarde te brengen. Nee, eerder een zwaard” –Mattheüs 10:34

    Daarnaast mag de vergelijking wellicht ‘herkenbaar’ zijn, maar de Menswording draait niet om herkenbaarheid voor het eerste lid in de samenstelling ‘kersttoespraak’.

    Alles wat hierna kwam is wat men ook in de Tweede Kamer te horen krijgt. Begrijpelijk, vanuit het gezichtspunt van het staatshoofd dat een ieder poogt tevreden te houden, maar ik zie niet hoe deze aanpak de juiste snaar raakt bij wie dan ook.

    Had dit een eindejaarstoespraak geheten, dan was er geen verhaal. Wat ik in De Week van Kerst wilde benadrukken is nergens zo duidelijk dan in een toespraak als deze.

    Een Nieuwe Avond


    Nu tot een terugkering naar wat de Nieuwsbrief der Lage Landen gewoonlijk doet, het stof van oude woorden blazen om deze weer in de schijnwerpers te zetten.

    Met oud en nieuw nabij tijdens deze oudejaarsavond zijn er ook andere namen voor deze terugkerende viering:

    Nieuwavond

    De avond van de laatste dag des jaars; de avond voorafgaand aan het nieuwe jaar. Gelijk aan oudejaarsavond.

    Silvesteravond

    Deze naam verwijst naar paus-heilige Silvester I, die stichtheer van Rome was van 314 tot 335 na Kerst.

    Volgens de overlevering overleed Silvester op 31 wintermaand. De Rooms-Katholieke Kerk stelde zijn naamdag vast op deze dagstelling, en omdat dit nauwgezet samenvalt met oudjaar, werd zijn naam in het Westen gelijkgesteld aan de jaarwisseling.

    Silvester I was paus tijdens een doorslaggevend keerpunt in de kerkgeschiedenis: de tijdspanne waarin de Romeinse keizer Heilige Constantijn de Grote regeerde. Het kerstendom omvormde van een vervolgde godsdienst naar een erkende en bevoorrechte; onder meer grote kerstelijke basilieken in Rome werden gebouwd op aanstichting van Constantijn, en in 325 vond ook de Eerste Samenkomst van Nicea plaats, waar de wezenlijke kerstelijke geloofsbelijdenis werd vastgelegd.

    Hoewel Silvester vóór het Grote Schisma (1054) leefde en door beide kerken als heilige wordt erkend, is de koppeling met “nieuwjaar” uitsluitend Westers. De Oosters-Orthodoxe Kerk viert zijn naamdag namelijk op 2 louwmaand in plaats van 31 wintermaand.

    Het gebruik van “Silvester” voor oudejaarsavond is daardoor een kenmerkend West-Avondlandse overlevering, die vooral in Duitstalige landen overheersend is. In Nederland en Vlaanderen is het begrip bekend, maar minder gangbaar dan oudejaarsavond, en hopelijk na dit stukje ook nieuwavond.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ


    Beeld (achtergrond): Wikimedia Commons

  • Deur naar de Geheimenis

    Deur naar de Geheimenis

    De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek.


    Geachte lezer(es),

    zeven dagen, zeven stukken. De Week van Kerst komt aan een einde, op de vierentwintigste van wintermaand, Kerstavond (aldus de Gregoriaanse tijdrekening, welke is gekozen omdat deze in de lage landen eenvoudigweg het meest voorkomt).

    Ieder schrijfsel van de afgelopen dagen belichtte één onderwerp, onderscheidenlijk, beknopt, zonder verrassende onthullingen of vernieuwende inzichten. Nee, het doel was niets meer of minder dan tussen de regels door te benadrukken dat Kerst geen jaargetijde is, maar iemand. Kerstmis niet geschenken onder een boom zijn, maar een plechtigheid. Dat Sinterklaas en de Kerstman één en dezelfde man zijn, maar beiden geen Kerst.

    Enzovoorts, enzovoorts.

    Terugkijkend, ik had eigenlijk meer tijd moeten nemen in de voorbereiding, maar hopelijk is de hoedanigheid vooralsnog vermakelijk en/of verhelderend geweest. De kerstelijke (christelijke) invalshoek was met opzet, want als die zijde der viering zou worden gescheiden, zegt dat in wezen alles wat deze zeven stukken beoogden.

    Dat gezegd hebbende, de NLL zal hierna weer de gewoonlijke onderwerpen benaderen, onregelmatig, en na eerst wat verwijl.

    De Week van Kerst

    Een korte reeks schrijfselen die de herkomst van de Kerstmis benadrukt en uitlicht zoals deze tijdspanne geschiedkundig werd gevierd.

    1. De Naam van den Haard
    2. Vier Dagen als Vierdagen
    3. Het Goud van Myra
    4. Licht in de Vensters
    5. Het Hart van Kerstmis
    6. De Levensboom
    7. Deur naar de Geheimenis

    Kerstavond


    De avond van Kerst, 24 wintermaand, wordt gezien als de aanloop naar de feestdag – een tijd van laatste voorbereidingen, giften en maaltijden. Doch in de ware overlevering van het geloof draagt deze avond een eigen, diepe betekenis als de plechtige drempel naar de geheimenis der Menswording.

    Deze vooravond is geen wereldse, maar onlosmakelijk verbonden met de viering zelf. Een tijd van ingetogen verwachting, verwant aan de Stille Zaterdag voor Oosteren. De aandacht gaat uit naar de naderende nachtmis, de hoogmis van de geboorte – het ogenblik waarop de eeuwigheid de tijd binnenstapt.

    In de Westerse overlevering wordt deze avond vaak gevuld met stille aanbidding. De gelovigen komen samen voor de nachtmis, waarin oude gezangen klinken die de geboorte verkondigen. In de Oosterse kerken gaat een vasten vooraf aan de nachtelijke viering, waarbij men zich onthecht van het wereldse om ruimte te maken voor het goddelijke. Niet de drukte van inkopen en maatschappelijke plichten krijgt de voorrang, maar gebed en bezinning, naast zang.

    Veel hedendaagse liederen met voorvoegsel kerst- benoemen Kerst niet eens meer. Zij zingen over sneeuw, rendieren, warmte en lust, maar niet over Jezus die in een kribbe werd gelegd. Deze verschuiving weerspiegelt de verwereldlijking van Kerstavond: van een gewijde drempel naar een wereldse jool. Wat verloren gaat is de plechtige overgang van voorspelling naar vervulling, van belofte naar menswording.

    Kerstavond is noch de zalige maaltijd, noch het gezellige gezelschap, noch het geschonken geschenk. Het is een avond van gebed, gezang en verwachting – de deur naar de geheimenis die de wereld veranderde.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ


    Beeld (achtergrond): Wikimedia Commons

  • De Levensboom

    De Levensboom

    De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek.


    Geachte lezer(es),

    op de zesde dag in de Week van Kerst gaat het over de boom die de pronk vormt van menig woonvertrek tijdens de wintermaand. Van huizen tot gezaten – zij het dat (ook) dit jaar de kerstboom afwezig blijft in de kersttoespraak van Zijne Majesteit:

    ©RVD – Robin de Puy

    De toespraak wordt pas op 25 wintermaand uitgezonden, maar reeds nu valt op dat de kerstboom op de ambtelijke opname wederom niet zichtbaar is. Zo dan ook de vraag: wat maakt een getooide spar eigenlijk tot een kerstboom?

    De Week van Kerst

    Een korte reeks schrijfselen die de herkomst van de Kerstmis benadrukt en uitlicht zoals deze tijdspanne geschiedkundig werd gevierd.

    1. De Naam van den Haard
    2. Vier Dagen als Vierdagen
    3. Het Goud van Myra
    4. Licht in de Vensters
    5. Het Hart van Kerstmis
    6. De Levensboom
    7. Deur naar de Geheimenis

    De Kerstboom


    De kerstboom behoort tot de krachtigste zinnebeelden van de wintertijd. Zijn oorsprong ligt in een diep geloof, ver voorbij de huidige viering. Waar velen nu slechts een versierde spar zien, stond hij eeuwenlang als een belijdenis van Kerst in naald en licht.

    Het gebruik van altijdgroene takken tijdens de donkerste tijd des jaars is een oud gebruik. De Kerk, in haar wijsheid, heeft deze bestaande volkse gewoonte niet verworpen maar verheven en met nieuw leven vervuld. Zij voorzag het symbool van een diepere werkelijkheid. De groene boom werd zo een teken van Kerst Zelf: de ware Levensboom uit het Lusthof (Genesis 2:91, Openbaring 22:22), die door Zijn geboorte en offer het eeuwige leven schenkt.

    Ieder onderdeel des booms draagt een bedoeling die tot nadenken stemt:

    • De driehoekige vorm: Herinnert aan de Heilige Drievuldigheid.
    • De altijdgroene takken: Wijzen op het onvergankelijke leven dat Kerst brengt, een leven dat sterker is dan de dood.
    • De lichtjes: Zij verbeelden Kerst als het Licht der wereld, dat schijnt in de duisternis van de zonde en haar overwint.
    • De ster op de punt: Zij bekroont de boom als de Ster van Bethlehem en wijst naar de Koning der koningen.

    In de hedendaagse omgang met deze onderdelen openbaart zich een breder verval: kerstelijke vormen die standhouden terwijl hun inhoud is weggevloeid. Het herstel zijner betekenis gaat voorbij persoonlijke voorkeur, want de boom is geen onschuldig versiersel. Hij is een belijdenis van het geloof in Kerst: de ware Levensboom die door Zijn dood aan het kruishout de dood overwon om eeuwig leven te geven. Wie hem in huis haalt zonder deze waarheid te erkennen, draagt bewust of onbewust een lege schil mee – een versierde spar, hoe fraai dan ook, maar een spar zonder Kerst.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ


    1. Daarnaast liet God alle bomen groeien die mooi waren om te zien en goed om te eten. Ook stonden in het midden van de tuin de boom des levens en de boom der kennis van goed en kwaad. ↩︎
    2. In het midden van de straat en aan weerszijden des vliets stond de boom des levens, die twaalf vruchten droeg, waarbij elke boom elke maand zijn vruchten voortbracht. De bladeren van de boom waren voor de genezing der volkeren. ↩︎

    Beeld (achtergrond): Wikimedia Commons

  • Het Hart van Kerstmis

    Het Hart van Kerstmis

    De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek.


    Geachte lezer(es),

    op dag vijf kijken wij naar de bekende kerststal zelf. In het nieuws was deze namelijk dit jaar opmerkelijk in beeld bij onze zuidelijke buren:

    Bron: apnews.com

    Dit nieuwsbericht zou een geheel eigen schrijfsel verdienen, maar daar zijn deze beknopte brieven niet voor. Samengevat: de ontmenselijkte gedaanten die kunstenares Victoria-Maria Geyer had neergezet, waarmee zij mensen schijnbaar door middel van doeken met elkander wilde verbinden, leidden niet enkel tot ophef, maar ook tot “ontvoering” en later zelfs bekladding.

    Deze, gekscherend gezegd, verrassende uitkomst geeft reden om nogmaals te benadrukken wat de kerststal werkelijk is en waar hij vandaan komt.

    De Week van Kerst

    Een korte reeks schrijfselen die de herkomst van de Kerstmis benadrukt en uitlicht zoals deze tijdspanne geschiedkundig werd gevierd.

    1. De Naam van den Haard
    2. Vier Dagen als Vierdagen
    3. Het Goud van Myra
    4. Licht in de Vensters
    5. Het Hart van Kerstmis
    6. De Levensboom
    7. Deur naar de Geheimenis

    De Kerststal


    De kerststal is meer dan een volkse versiering. Hij is een levende afbeelding van de geheimenis der Menswording. Zijn diepe betekenis gaat voorbij de waarde die de hedendaagse tijd er vaak aan toekent.

    De kern van Kerstendom is hierin zichtbaar: God die Mens wordt in volkomen eenvoud en afhankelijkheid. De voederbak benadrukt zijn nederigheid en vervult de voorzegging van Jesaja 1:3:

    “De os kent zijn eigenaar en een ezel de kribbe zijns meesters, maar Israël kent Mij niet en het volk begrijpt Mij niet.”

    Verspreiding van de kerststal begint met Franciscus van Assisi in 1223 n.K. te Greccio, Italië. Op Kerstnacht riep hij de dorpelingen bijeen in een grot waar hij een levende voorstelling van de geboorte van Kerst had opgezet: een voederbak met hooi, een os, een ezel, en een wiegje. Zijn doel was zowel onderwijzend als beschouwend. In een tijd waarin weinigen konden lezen, schiep hij een tastbaar beeld waardoor het voor een ieder begrijpelijk werd. Deze voorstelling was geen vrije verbeelding of louter toneel, maar een getrouwe weergave van de evangelieverhalen van Matteüs en Lukas.

    Matteüs 2:1-2:

    “Toen Jezus te Bethlehem, Judea was geboren, in de dagen van koning Herodes, kwamen er wijzen uit het Oosten naar Jeruzalem. Zij vroegen: ‘Waar is de koning der Judeeërs die is geboren? Wij hebben namelijk zijn ster in het Oosten gezien en zijn gekomen om hem te aanbidden.’”

    Lukas 2:7:

    En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe, omdat er voor hen geen plaats in de herberg was.

    Lukas 2:10-12

    Toen zei de engel tegen hen: ‘Wees niet bang, want zie, ik breng u goed nieuws van grote vreugde, dat voor alle mensen zal zijn. Want vandaag is voor u in de stad van David een Redder geboren, die Kerst, de Heer, is. En dit zal voor u het teken zijn: u zal een kind vinden dat in doeken gewikkeld in een kribbe ligt.’

    Franciscus wilde dat gelovigen niet alleen met het verstand, maar ook met het hart zouden verstaan hoe God zich in armoede en nederigheid openbaarde. Sindsdien verspreidde het gebruik van de kerststal zich door de westerse kerstelijke wereld, van kerken tot huizen, en uiteindelijk zelfs stadspleinen.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ


    Beeld: Wikimedia Commons

  • Licht in de Vensters

    Licht in de Vensters

    De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek.


    Geachte lezer(es),

    tijdens de vierde dag gaan de schijnwerpers naar hetgeen schijn werpt, de verlichting die in deze tijdspanne menig huis en straat versiert.

    De aanleiding was aanvankelijk dit stuk uit Bild.de:

    Vertaald: “Te duur: kerstverlichting: eerste steden trekken de stekker eruit!”

    Samengevat, dit bericht van 1 wintermaand 2025 beschrijft hoe verschillende Duitse steden, waaronder Dresden en Stuttgart, de kerstverlichting dimmen of doven – naar eigen zeggen vanwege te hoge kosten. Voor hen die tussen de regels kunnen lezen is het niet ondenkbaar dat hier ook andere belangen bij betrokken zijn, maar het punt blijft: kerstverlichting terugbrengen tot een vraagstuk van uitgaven mist de kern, en dit stuk zal ingaan op waarom dat zo is.

    De Week van Kerst

    Een korte reeks schrijfselen die de herkomst van de Kerstmis benadrukt en uitlicht zoals deze tijdspanne geschiedkundig werd gevierd.

    1. De Naam van den Haard
    2. Vier Dagen als Vierdagen
    3. Het Goud van Myra
    4. Licht in de Vensters
    5. Het Hart van Kerstmis
    6. De Levensboom
    7. Deur naar de Geheimenis

    Kerstverlichting


    Elk lichtje in de kerstverlichting draagt een diepere betekenis van hoop en verwachting. Wanneer straten oplichten in een zee van lampjes, nodigt dit uit om achter de hedendaagse schittering de oorspronkelijke kracht te herontdekken: de belofte dat de duisternis niet het laatste woord heeft.

    De kerstverlichting vindt haar diepste grond in de geboorte van Kerst zelf – het Licht dat in de duisternis schijnt. Waar de nachten het langst zijn, daar breekt deze waarheid door in elke kaars en lamp die wordt aangestoken. Het verlichten van huizen en straten is daarom meer dan gewoonte of versiering; het is een zichtbare bevestiging van wat werd beloofd. Elk lichtje getuigt ermee dat de schaduw wijkt voor de gloed van Hem die zei: “Ik ben het Licht der wereld.” Deze woorden geven richting aan wat anders louter sfeer zou blijven. Zij maken van verlichting werkelijk Kerstverlichting.

    Wie kaarsen in de ramen plaatst of slingers rond de kozijnen hangt, geeft uitdrukking aan iets wezenlijks. Deze verlichte vensters spreken van warmte, geborgenheid en levenskracht. Een teken dat hier wordt geleefd, dat hier vreugde heerst en dierbare banden worden gekoesterd. Een verlicht venster zegt zonder woorden: hier klopt een hart, hier brandt een vuur, hier is thuis. Het nodigt de voorbijganger uit om stil te staan bij wat werkelijk telt: niet de drukte van de wereld, maar de rust van het eigen haard.

    Kerstverlichting is een eenvoudig maar krachtig gebaar. Zij verbindt met een lange geschiedenis van mensen die in donkere tijden naar het licht reikten, die begrepen dat duisternis niet voor altijd duurt. De gezelligheid van een verlicht huis, de schoonheid van een versierde straat, de hoop die in iedere blaak flakkert: dit alles is meer dan optooiing. Het is een stille bevestiging dat hier nog wordt geloofd in wat goed, waar en schoon is, een deelname aan iets dat veel groter is dan de eigen vier wanden. Het licht is een antwoord op Zijn komst – een antwoord dat schittert.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ


    Beeld (achtergrond): Wikimedia Commons

  • Het Goud van Myra

    Het Goud van Myra

    De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek.


    Geachte lezer(es),

    alhoewel de man van dit stuk geen rechtstreeks onderdeel van de Kerstviering is, is hij alsnog van groot belang. De wintermaand heeft immers zowel een naamdag als een avondviering ter ere van hem in verscheidene vormen, maar wie was deze goedheiligman en hoe komt het dat zijn ware beeltenis zover uit de openbare ruimte lijkt te zijn verdwenen?

    De Week van Kerst

    Een korte reeks schrijfselen die de herkomst van de Kerstmis benadrukt en uitlicht zoals deze tijdspanne geschiedkundig werd gevierd.

    1. De Naam van den Haard
    2. Vier Dagen als Vierdagen
    3. Het Goud van Myra
    4. Licht in de Vensters
    5. Het Hart van Kerstmis
    6. De Levensboom
    7. Deur naar de Geheimenis

    Een Levende Erfenis


    De geschiedkundige gedaante van de heilige Nicolaas, de vierde-eeuwse stichtheer van Myra te Lycië, ondergaat een verontrustende gedaanteverwisseling in de volkscultuur. Zijn erfenis raakt ontdaan van haar kerstelijke kern. Desalniettemin blijft de waarheid over Nicolaas beschikbaar voor wie zoekt, en zijn levensverhaal biedt een krachtig tegenwicht aan de stoffelijke tijdgeest die ons omringt.

    De kern van zijn betekenis vinden wij in zijn levensbeschrijving, die hem toont als een man van werkelijke heiligheid – niet slechts vriendelijkheid, maar goddelijke kracht werkend door menselijke gehoorzaamheid. Het meest sprekende verhaal is dat van de drie dochters: Nicolaas werpt, zonder zich kenbaar te maken, drie buidels met goud naar binnen voor de drie dochters van een verarmde edelman. Deze geschenken dienen als bruidsschat, waardoor de jonge vrouwen een eerzaam huwelijk kunnen aangaan en worden behoed voor ontuchtigheid of maatschappelijke ondergang.

    Deze daad weerspiegelt rechtstreeks het onderwijs van Matteüs 6:1-4:

    Zorg ervoor dat u uw liefdadigheden niet voor de ogen van mensen verricht, om door hen te worden gezien. Anders krijgt u geen beloning van uw Vader in de hemel. Wanneer u dus liefdadigheid verricht, laat dan geen trompet voor u uitgaan, zoals de huichelaren doen in de synagogen en op de straten, opdat zij eer der mensen ontvangen. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun beloning reeds ontvangen. Maar wanneer u liefdadigheid verricht, laat dan uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet, opdat uw liefdadigheid in het verborgene blijft; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal u zelf in het openbaar belonen.

    Nicolaas gaf niet om te worden gezien, maar om nood te lenigen. Zijn geschenken waren gericht op redding en bescherming – een scherp onderscheid met het hedendaagse geven dat draait om genot en zelfbevrediging.

    Behalve weldoener was hij ook een vurige verdediger van de rechtzinnige leer. Hij nam deel aan de Hoofdvergadering van Nicea (325 na Kerst), waar hij de ketterij van Arius bestreed. Andere vertellingen tonen zijn wondermacht: hij redde drie onschuldig ter dood veroordeelde mannen; hij deed drie vermoorde kinderen herrijzen. Deze verhalen zijn getuigenissen van Gods kracht werkend door een toegewijd leven.

    In de Nederlandse en Germaanse overlevering ondergaat deze erfenis haar eerste inkorting. De stichtheer verandert in Sinterklaas, waarbij voorkerstelijke inheemse gebruiken binnensijpelen: Wodan-beelden (de wilde jacht door de lucht), knecht-gedaanten, en een nadruk op beloning en bestraffing die de oorspronkelijke aandacht voor onvoorwaardelijke barmhartigheid vervangt. De zedelijke kern blijft aanwezig, maar raakt losgeweekt van haar geloofsgrondslag.

    In de Angelsaksische wereld voltrekt zich een volledige breuk. Nederlandse kolonisten brengen de overlevering naar Nieuw-Amsterdam, waar de figuur in de negentiende eeuw verandert in Santa Claus – een wereldse verschijning zonder enige stichtheerlijke waardigheid. Dichtwerk, spotprenten en uiteindelijk handelskonde binden de gedaante aan koopmansvertier. Hij wordt een zinnebeeld van verbruikerszucht, waarbij het geven wordt omgeduid van opoffering voor de naaste naar bevrediging van verlangens.

    In de Oosters-Rechtzinnige overlevering blijft de heilige Nicolaas een der meest vereerden. Zijn vierdag (6 wintermaand) wordt plechtig gevierd met gezangen die zijn geloofsbetekenis benadrukken. In deze overlevering is er geen plaats voor rendieren, kabouters of koopwaar. Nicolaas blijft wat hij was: een stichter, een wonderdoener, een voorspraak bij God.

    Zijn erfenis is niet verloren, maar verduisterd. In een tijd waarin geestelijke armoede zich vermomt als stoffelijke overvloed, biedt zijn ware verhaal een weg terug. Het oorspronkelijke voorbeeld van de heilige stichtheer van Myra kan ons uitnodigen om de diepere betekenis van geven te hervinden – niet als ruil of gewoonte, maar als navolging van Kerst, die Zichzelf gaf voor de redding van Zijn volk.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ


    Beeld (achtergrond): Uncut Mountain Supply / Wikimedia Commons / Wikimedia Commons

  • Vier Dagen als Vierdagen

    Vier Dagen als Vierdagen

    De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek.


    Geachte lezer(es)

    gisteren ging het over Kerst als begrip en naam, en vandaag is de schijnwerper op alle dagen van de Mis gericht. Niet één, niet twee, maar vier dagen. Iedere dag heeft een gerichte betekenis, en de verschillen tussen Oost en West worden naast elkaar beschreven.

    De dagstellingen zijn aangegeven volgens zowel de Gregoriaanse als de Juliaanse tijdrekening. De Juliaanse kalender houdt in wezen dezelfde dagen aan als de Gregoriaanse, maar omdat deze een andere telling erop nahoudt, “verschuift” de Gregoriaanse dagstelling als het ware. Zowel West als Oost erkennen dus dezelfde Kerstdagen, maar verschillen soms van inhoud.

    De Week van Kerst

    Een korte reeks schrijfselen die de herkomst van de Kerstmis benadrukt en uitlicht zoals deze tijdspanne geschiedkundig werd gevierd.

    1. De Naam van den Haard
    2. Vier Dagen als Vierdagen
    3. Het Goud van Myra
    4. Licht in de Vensters
    5. Het Hart van Kerstmis
    6. De Levensboom
    7. Deur naar de Geheimenis

    Eerste Kerstdag: De Hoogtijd van de Geboorte


    • Westerse Beoefening (25 wintermaand)
      • De dag straalt met de plechtige viering van de Geboorte des Heren. Kerken vullen zich met wierook en het verheven Gloria in Excelsis Deo (‘Eer aan God in den hoge’). Het is een heilig ogenblik van zuivere aanbidding van Kerst, het Vleesgworden Woord.
    • Orthodoxe Richtlijn (25 wintermaand Juliaans / 7 louwmaand Gregoriaans)
      • De dag begint met de nachtwake en de Goddelijke Eredienst die de Vleeswording viert. Het staat bekend als de ‘Jool der Jolen’ (ἑορτῶν ἑορτή), volledig aan de menswording van God gewijd.

    Tweede Kerstdag: Martelaarschap en Naastenliefde


    • Westerse Beoefening (26 wintermaand)
      • Heilige Stefanus
      • Meteen na de vreugde komt de werkelijkheid van het geloof in de wereld. Deze dag eert Heilige Stefanus, de eerste martelaar, die zijn leven voor Kerst gaf. Het herinnert ons dat de vreugde van Kerstmis een waarheid is die offers eist. De nadruk ligt op diakenwerk – het bezoeken van armen, zieken en eenzamen. Het is Kerstmis in daad.
    • Orthodoxe Richtlijn (26 wintermaand Juliaans / 8 louwmaand Gregoriaans)
      • Synaxis van de Theotokos [Samenkomst der Godsdraagster]
      • Deze dag wordt de Allerheiligste Moeder Gods geëerd als degene door wie God mens werd. De volgorde is godsdienstig helder: eerst viert men de Zoon, dan eert men de Moeder die Hem baarde.

    Derde Kerstdag: Liefde en Evangelie


    • Westerse Beoefening (27 wintermaand)
      • Heilige Jan de Evangelist
      • Deze dag viert Johannes de Evangelist, de ‘geliefde leerling’ die aan het kruis de zorg voor Maria toevertrouwd krijgt. Het benadrukt de innige, liefdevolle band tussen Kerst en Zijn Kerk. Het is een dag voor godsdienstige verdieping, voor het lezen van de Aanhef (“In den beginne was het Woord…”), en voor de viering van de liefde binnen gezin en geloofsgemeenschap.
    • Orthodoxe Richtlijn (27 wintermaand Juliaans / 9 louwmaand Gregoriaans)
      • Heilige Stefanus
      • Hier wordt de Eerste-Martelaar en Aartsdeken Stefanus herdacht. De vreugde van de Geboorte wordt gevolgd door de werkelijkheid van het getuigenis dat tot de dood kan leiden. De koppeling blijft krachtig: het geloof eist offers.

    Vierde Kerstdag: De Onschuldige Kinderen


    • Westerse Beoefening (28 wintermaand)
      • De kringloop sluit met de meest aansprekende jool: de Onschuldige Kinderen van Bethlehem die door Herodes waren vermoord in zijn poging de pasgeboren Kerst-Koning uit te schakelen. Deze dag plaatst de vreugde over Kerst in het zonlooste gezichtspunt: de komst van het Licht roept de woedende tegenstand van de duisternis op. Het is een dag van boetepsalmen en bezinning over het lijden van onschuldigen.
    • Orthodoxe Richtlijn (28 wintermaand Juliaans / 10 louwmaand Gregoriaans)
      • Ook hier gedenkt men de Heilige Onschuldige Kinderen, die de Kerk “Eerste-Martelaren voor Kerst” noemt. Hun dood toont het duivelse verzet tegen de Vleeswording. Het is een plechtige herinnering dat de wereld waarin de Verlosser komt, een gebroken wereld is die verlossing behoeft.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ


    Beeld (achtergrond): VEMA

  • De Naam van den Haard

    De Naam van den Haard

    De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek.


    Geachte lezer(es),

    zowel deze brief als zes anderen uit deze reeks zullen in 2025 tegenwoordig haast omstreden grond begaan, maar hun doel is niet het winnen van zielen, maar het benadrukken van (woord)herkomst.

    De reden heeft te maken met wat ik niet anders kan omschrijven dan een soort afbraak betreffende hetgeen erventrouw wordt geacht (van onbenullige dingen als kransjes zonder het voorvoegsel ‘kerst-‘, tot ernstigere zaken zoals kerststallen die in brand worden gestoken). Het is een geleidelijk verloop, en een ieder ervaart dit verschillend. De een betreurt, de ander viert en weer een derde haalt zijn schouders op. Hierover een soort duidelijke scheiding maken van wat goed en slecht is zal enkel de oren der overtuigden bereiken. Wat overblijft, is oorsprong en toelichting, geheel in lijn met wat ook het uiteindelijke doel van het zaakwoordenboek is.

    Zodoende deze reeks, genaamd De Week van Kerst.

    In het nieuws waren er de afgelopen tijd wat opvallende berichten die mij hebben bezield om meer te verdiepen in Kerstmis, en de uitkomst van deze belangstelling zal in deze reeks worden vertoond. Stuk voor stuk zijn de brieven zo beknopt mogelijk beschreven met de invalshoek van herhaling en verdieping.

    Tot slot, voor er verder wordt gelezen, dit moet duidelijk zijn: ongeacht mijn eigen gevoel bij de inhoud dezer stukken, blijf ik immer iemand die in vrije wil gelooft; linksom of rechtsom, men doet wat hij wil, men viert wat hij wil.

    Na deze week zal de NLL weer willekeurigere (taal)onderwerpen bespreken, maar eerst meer over Kerstmis.

    De Week van Kerst

    Een reeks beschouwingen over de oorsprong van de Kerstviering en de wijze waarop deze hoogtijd geschiedkundig werd beleefd.

    1. De Naam van den Haard
    2. Vier Dagen als Vierdagen
    3. Het Goud van Myra
    4. Licht in de Vensters
    5. Het Hart van Kerstmis
    6. De Levensboom
    7. Deur naar de Geheimenis

    Jezus Kerst


    In de vroege middeleeuwen verspreidt het geloof zich als een smoutvlek over de lage landen en voltrekt zich een opmerkelijke taalkundige en geestelijke omwenteling. De plechtige, Latijnse erenaam ‘Christus’ [=de Gezalfde] van Jezus [=God redt] vindt zijn weg naar de harten van het Nederlandse volk niet als een ongrijpbaar godgeleerd begrip, maar als een vertrouwde, ingeburgerde naam: Kerst.

    Dit is geen toeval of een slordige vertaling. Het is een daad van toe-eigening, een teken dat het geloof een levend onderdeel der beschaving wordt. De omvorming verloopt middels onze eigen Germaanse klankwetten: de Latijnse ‘Christus’ wordt in de volkstaal eerst tot ‘Krist’, en hier vanuit zet de natuurlijke taalontwikkeling door naar de warme en vertrouwde klank ‘Kerst’. Zo maakt een volk een hogere waarheid eigen, in zijn eigen taal en hart.

    Deze naamsverandering is veelzeggend. ‘Christus’ blijft een vormelijke erenaam, maar ‘Kerst’ wordt de naam van den haard, de naam in de volksmond, een deel der ziel van het dagelijks leven. Vandaar dat de viering van Zijn geboorte niet het ‘Christusfeest’ wordt, maar Kerstmis – de Mis van Kerst.

    Deze vertrouwelijkheid uit zich in alles. Kerstmarkten zijn in beginsel geen handelzame wintermarkten, maar voorbereidingen op de grote hoogtijd. Kerstliederen zijn geen gevoelvolle deuntjes, maar vertellingen van de geboorte in onze eigen taal. Een ‘Kerstboom’ is niet zomaar een versierde spar, maar een zinnebeeld voor de drievuldigheid en het eeuwige leven dat Kerst brengt.

    Het vervagen van deze oorspronkelijke, diepe betekenis van het woord ‘Kerst’—haar vermindering tot een evenwoord voor ‘gezellig samenzijn’ of een bepaald jaargetijde—is daarom geen onschuldige taalverandering zonder gevolgen. Het is een verschijnsel van ene bredere vervreemding. Het toont aan hoe een volk zich vervreemdt van de grondbeginselen die het ooit in zijn midden droeg.

    Voor hen die dit betreuren: de kracht om deze betekenis te herstellen schuilt in ons zelf. Voor een ieder die deze erfenis juist aver te avere wil doorgeven, begint de weg met het opnieuw leren uitspreken van haar naam met de oorspronkelijke, krachtige inhoud: Kerst, Hij die zijn volk van zonden redt.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ


    Beeld (hoofding, achtergrond): Wikimedia Commons, / Wikimedia Commons,

  • De Zetel des Stichtheren

    De Zetel des Stichtheren

    De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek.


    Geachte lezer(es),

    na korten verwijle, want schaarse vrije tijd werd door anderen zaken opgeslokt, keert de NLL terug, en deze maand zelfs meermaals.

    Deze uitgave zal wederom het uitlichten eens woords behelzen, maar vanaf de 18de tot en met de 24ste later deze wintermaand zal ik een kleine reeks uitbrengen genaamd De Week van Kerst, korte schrijfselen waar iedere dag een ander woord of begrip zal worden uitgelicht en besproken. Deels door gebeurtenissen van kort geleden, deels omdat ik inmiddels jaren met dit denkbeeld heb gespeeld.

    Binnenkort dus meer hierover; nu verder met de brief.

    Een paar maanden geleden heb ik de lage landen tijdelijk verlaten om het land der Daciërs te bezoeken; Roemenië.

    Niet een gebruikelijke bestemming—aldus de antwoorden van nagenoeg een ieder die ik had ingelicht—maar een die sedert de wijnmaand een nieuwe bijzondere mijlpaal heeft behaald.
    De Roemenen hebben namelijk de grootste zetelkerk in de Rechtzinnig-Algemene Kerk ter wereld gebouwd.

    …of in gewoon taalgebruik, Orthodox-Katholieke Kerk…

    …of nog gewoner, Oosters-Orthodoxe Kerk.

    Dit onvoorstelbaar grote pand heet de Catedrala Mântuirii Neamului [Zetelkerk der Redding des Volks]. Een groots bouwwerk dat op een foto de werkelijke indruk in levende lijve niet kan vertolken – dit moet worden ervaren.

    Eigen foto. De zetelkerk is inmiddels geopend, maar was destijds nog in opbouw.

    Hier is wel meer over te vertellen, maar Neêrlants Gemaect is echter geen reisverslag maar een uitlaatklep voor Nederlands taalliefhebberij, dus het is tijd voor de kern des stuks: waarom zetelkerk? En voor de scherpe geest met kennis van het Grieks, is kerk eigenlijk niet ook ontleend?

    Toelichting voor de naam van dit stuk: “des Stichtheren” verwijst naar tweede naamval enkelvoud van heer (oftewel ‘van de Stichtheer’) niet te verwarren met meervoud “der Stichtheren” (oftewel ‘van de Stichtheren’).

    Zetelkerk • ᛋᛇᛏᚳᛚᚲᛉᚱᚲ

    Eerst een stukje aangaande ‘kerk’: een woord dat ontleend is aan het Grieks κυριακόν [kyriakon; huis des Heren]. Voor den liefhebber zijn er ook vaderlandsere evenwoorden als bedehuis en wijhuis.

    Dan een stukje over ‘zetel’: een (bekend) woord met de letterlijke betekenis zitplaats en een die zover teruggaat als Oergermaans *set(i)la- en *setula-. Nederlandser wordt het niet.

    Eenmaal samengevoegd, de zetelkerk:

    Een zetelkerk [kathedraal] is de voornaamste kerk eens stichts waarin de zetel des stichtheren is gevestigd. De benaming ontleent haar oorsprong aan het Latijnse woord cathedra, dat “zetel” betekent en verwijst naar de troon van waaruit de stichtheer [bisschop] zijn herderlijk gezag over het sticht [bisdom] uitoefent.

    De inrichting van zetelkerken gaat terug tot de vroegste eeuwen des kerstendoms [christendoms], toen stichtheerlijke zetels zich ontwikkelden in de voornaamste steden van het Romeinse Rijk. In het Byzantijnse Oosten bereikte de zetelkerkbouw een ongekend hoogtepunt met de oprichting der Hagia Sophia [(Kerk der) Goddelijke Wijsheid] te Constantinopel (537 n.K.), welke eeuwenlang als de grootste en indrukwekkendste kerk der kerstenheid gold en de zetel des aartsvaders [patriarchs] huisvestte.

    De zetelkerk onderscheidt zich van gewone gemeentekerken door haar bijzondere waardigheid en betekenis binnen de kerkelijke inrichting. Zij vormt het geestelijk middelpunt des stichts en is de plaats waar de voornaamste plechtigheden en wijdingen worden voltrokken. Doorgaans munten zetelkerken uit door hun bouwkundige pracht en omvang, daar zij de luister en het aanzien des stichts dienen te weerspiegelen.

    Naast het woord zetelkerk zijn er voor de taalveredelaar ook nog evenwoorden wijhal en bedehal – vergelijkbaar met bedehuis en wijhuis.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ


    Beeld (achtergrond): eigen foto.

  • De Gekmakers

    De Gekmakers

    De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek.


    Geachte lezer(es),

    nu te Nederland het staatkundige jaargetijde wederom is begonnen ben ik, uiteraard, als betrokken burger bevlogen met alle voornemens van menig partij, maar al deze welwillendheid gaat helaas veelal met hinderlijk bloemrijk taalgebruik gepaard, om gek van te worden.

    Dit gaf mij de ingeving om hier een aantal uit te lichten.

    Aanschouwe, de gekmakers.

    gekmaker – ᚷᛉᚲᛗᚪᚲᚳᚱ
    zelfstandig naamwoord (m)

    Datgene wat geneigd is tot het veroorzaken van ergernis of onrust; de hinderlijke, storende eigenschap van iets dat ongemak of ontstemdheid teweegbrengt.

    Alsmaar

    Bron: de kracht van kunstmatige schranderheid.

    De grote misser onzes tijds. Er is geen maar van het al, dus de onwelkome s mag naar de leegte worden weggetikt, maar gelukkig komt na een misser een wisser: almaar is een inkorting van almaardoor [steeds maar door; voortdurend, aanhoudend].

    Meer als

    Bron: de kracht van kunstmatige schranderheid.

    Minder dan mag ook, zolang als maar afwezig blijft.

    Jij/je wil

    Bron: de kracht van kunstmatige schranderheid.

    Hiermede poog ik mijn steentje bij te dragen aan het dichten van de t-kloof.

    De t-kloof is een begrip dat verwijst naar de algemene ongelijkheid tussen Nederlandse mannen en vrouwen op het gebied van spraakkunstige bevrediging, en meer bepaald het verschil in hoe vaak zij de “t” plaatsen tijdens het schrijven van werkwoorden.

    P.S.: als iemand dit leest en de afwezige “t” wil verdedigen gezien ‘je’ veelal wordt gebruikt als vervanging voor ‘men’, ja, ik pleit dus ook voor meer ‘men’-beziging.

    Jij/je kan

    Welja, als ik dan toch bezig ben.

    Daadwerkelijk

    Bron: de kracht van kunstmatige schranderheid.

    Werkelijk kan niet nog werkelijker worden, zelfs al zou werkelijk dat willen, dus de enige daad is het weglaten van daad.

    In no time

    Bron: de kracht van kunstmatige schranderheid.

    Het Engelse in no time is toegegeven zeer hip, maar ook zeer gekmakend, dus hierbij een drietal reeds bestaande Nederlandsere voorstellen voor wie zich niet schroomt om als een verstening te worden beschouwd:

    • In een ommezien
    • In een oogwenk
    • In een mum* van tijd

    * ‘mum’ is hier een inkorting van ‘minimum’ (Latijn), maar ik ga niet op elke slak zout leggen

    In een ommezien zat Mortaigne in den zadel

    J. van Lennep

    Noch

    Bron: de kracht van kunstmatige schranderheid.

    Dit is grijs gebied, want ook in eerdere eeuwen was de enkele “noch” reeds zichtbaar, maar krieuwelend is het toch. Noch het een, noch het andere is voor mij de schonere verbinding. Vergelijkbaar met hoe enzovoorts in de enkele vorm ook vreemd leest, enzovoorts enzovoorts!

    Datgene dat

    Bron: de kracht van kunstmatige schranderheid.

    Ik sluit af met een vriendelijk verzoek voor minder datten en meer watten.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ


    Beeld (achtergrond): de kracht van kunstmatige schranderheid.