De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek.
Geachte lezer(es),
zo eindigt het jaar 2025.
Gezien volgend jaar de Wet Veilige Jaarwisseling van kracht gaat kietelde het om vanavond een stukje te wijden over vuurwerk, maar toen bedacht ik mij dat het belangwekkender zou zijn om dit te doen eind 2026. Terwijl ik tik is er buiten geknetter en geknal te horen, maar hoe luid zal het zijn op de eenendertigste van de laatste maand?
Kersttoespraak
Na zeven nieuwsbrieven over Kerstmis heb ik het hier wel het nodige over gezegd, maar als een soort kers op de taart kunnen wij nog even snel (en kort) terugkijken naar de kersttoespraak van Zijne Majesteit, koning Willem-Alexander der Nederlanden, van afgelopen 25 wintermaand.
De inleiding begint sterk:
Wat maakt het Kerstverhaal zo mooi? Waarom blijft het zoveel mensen raken?
Kort daarna, echter:
Het heeft te maken met de nabijheid en herkenbaarheid ervan. Het Kerstverhaal verbindt het allerkleinste met het allergrootste. De Redder van de wereld komt ons vrede brengen. Niet als superheld, maar als pasgeboren kind in een ‘gewoon’ timmermansgezin.
De naam Jezus wordt verhuld achter ‘de Redder’—wat overigens wel een scherpe redekunstige omzeiling van de schrijver(s) is, moet ik toegeven—maar nee, Hij kwam niet om vrede te brengen:
“Denk niet dat Ik ben gekomen om vrede op aarde te brengen. Nee, eerder een zwaard” –Mattheüs 10:34
Daarnaast mag de vergelijking wellicht ‘herkenbaar’ zijn, maar de Menswording draait niet om herkenbaarheid voor het eerste lid in de samenstelling ‘kersttoespraak’.
Alles wat hierna kwam is wat men ook in de Tweede Kamer te horen krijgt. Begrijpelijk, vanuit het gezichtspunt van het staatshoofd dat een ieder poogt tevreden te houden, maar ik zie niet hoe deze aanpak de juiste snaar raakt bij wie dan ook.
Had dit een eindejaarstoespraak geheten, dan was er geen verhaal. Wat ik in De Week van Kerst wilde benadrukken is nergens zo duidelijk dan in een toespraak als deze.
Een Nieuwe Avond
Nu tot een terugkering naar wat de Nieuwsbrief der Lage Landen gewoonlijk doet, het stof van oude woorden blazen om deze weer in de schijnwerpers te zetten.
Met oud en nieuw nabij tijdens deze oudejaarsavond zijn er ook andere namen voor deze terugkerende viering:
Nieuwavond
De avond van de laatste dag des jaars; de avond voorafgaand aan het nieuwe jaar. Gelijk aan oudejaarsavond.
Silvesteravond
Deze naam verwijst naar paus-heilige Silvester I, die stichtheer van Rome was van 314 tot 335 na Kerst.
Volgens de overlevering overleed Silvester op 31 wintermaand. De Rooms-Katholieke Kerk stelde zijn naamdag vast op deze dagstelling, en omdat dit nauwgezet samenvalt met oudjaar, werd zijn naam in het Westen gelijkgesteld aan de jaarwisseling.
Silvester I was paus tijdens een doorslaggevend keerpunt in de kerkgeschiedenis: de tijdspanne waarin de Romeinse keizer Heilige Constantijn de Grote regeerde. Het kerstendom omvormde van een vervolgde godsdienst naar een erkende en bevoorrechte; onder meer grote kerstelijke basilieken in Rome werden gebouwd op aanstichting van Constantijn, en in 325 vond ook de Eerste Samenkomst van Nicea plaats, waar de wezenlijke kerstelijke geloofsbelijdenis werd vastgelegd.
Hoewel Silvester vóór het Grote Schisma (1054) leefde en door beide kerken als heilige wordt erkend, is de koppeling met “nieuwjaar” uitsluitend Westers. De Oosters-Orthodoxe Kerk viert zijn naamdag namelijk op 2 louwmaand in plaats van 31 wintermaand.
Het gebruik van “Silvester” voor oudejaarsavond is daardoor een kenmerkend West-Avondlandse overlevering, die vooral in Duitstalige landen overheersend is. In Nederland en Vlaanderen is het begrip bekend, maar minder gangbaar dan oudejaarsavond, en hopelijk na dit stukje ook nieuwavond.
Hoogachtend,
C. J. Righart
ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ
Beeld (achtergrond): Wikimedia Commons






















