Tag: zetelkerk

  • De Zetel des Stichtheren

    De Zetel des Stichtheren

    De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek.


    Geachte lezer(es),

    na korten verwijle, want schaarse vrije tijd werd door anderen zaken opgeslokt, keert de NLL terug, en deze maand zelfs meermaals.

    Deze uitgave zal wederom het uitlichten eens woords behelzen, maar vanaf de 18de tot en met de 24ste later deze wintermaand zal ik een kleine reeks uitbrengen genaamd De Week van Kerst, korte schrijfselen waar iedere dag een ander woord of begrip zal worden uitgelicht en besproken. Deels door gebeurtenissen van kort geleden, deels omdat ik inmiddels jaren met dit denkbeeld heb gespeeld.

    Binnenkort dus meer hierover; nu verder met de brief.

    Een paar maanden geleden heb ik de lage landen tijdelijk verlaten om het land der Daciërs te bezoeken; Roemenië.

    Niet een gebruikelijke bestemming—aldus de antwoorden van nagenoeg een ieder die ik had ingelicht—maar een die sedert de wijnmaand een nieuwe bijzondere mijlpaal heeft behaald.
    De Roemenen hebben namelijk de grootste zetelkerk in de Rechtzinnig-Algemene Kerk ter wereld gebouwd.

    …of in gewoon taalgebruik, Orthodox-Katholieke Kerk…

    …of nog gewoner, Oosters-Orthodoxe Kerk.

    Dit onvoorstelbaar grote pand heet de Catedrala Mântuirii Neamului [Zetelkerk der Redding des Volks]. Een groots bouwwerk dat op een foto de werkelijke indruk in levende lijve niet kan vertolken – dit moet worden ervaren.

    Eigen foto. De zetelkerk is inmiddels geopend, maar was destijds nog in opbouw.

    Hier is wel meer over te vertellen, maar Neêrlants Gemaect is echter geen reisverslag maar een uitlaatklep voor Nederlands taalliefhebberij, dus het is tijd voor de kern des stuks: waarom zetelkerk? En voor de scherpe geest met kennis van het Grieks, is kerk eigenlijk niet ook ontleend?

    Toelichting voor de naam van dit stuk: “des Stichtheren” verwijst naar tweede naamval enkelvoud van heer (oftewel ‘van de Stichtheer’) niet te verwarren met meervoud “der Stichtheren” (oftewel ‘van de Stichtheren’).

    Zetelkerk • ᛋᛇᛏᚳᛚᚲᛉᚱᚲ

    Eerst een stukje aangaande ‘kerk’: een woord dat ontleend is aan het Grieks κυριακόν [kyriakon; huis des Heren]. Voor den liefhebber zijn er ook vaderlandsere evenwoorden als bedehuis en wijhuis.

    Dan een stukje over ‘zetel’: een (bekend) woord met de letterlijke betekenis zitplaats en een die zover teruggaat als Oergermaans *set(i)la- en *setula-. Nederlandser wordt het niet.

    Eenmaal samengevoegd, de zetelkerk:

    Een zetelkerk [kathedraal] is de voornaamste kerk eens stichts waarin de zetel des stichtheren is gevestigd. De benaming ontleent haar oorsprong aan het Latijnse woord cathedra, dat “zetel” betekent en verwijst naar de troon van waaruit de stichtheer [bisschop] zijn herderlijk gezag over het sticht [bisdom] uitoefent.

    De inrichting van zetelkerken gaat terug tot de vroegste eeuwen des kerstendoms [christendoms], toen stichtheerlijke zetels zich ontwikkelden in de voornaamste steden van het Romeinse Rijk. In het Byzantijnse Oosten bereikte de zetelkerkbouw een ongekend hoogtepunt met de oprichting der Hagia Sophia [(Kerk der) Goddelijke Wijsheid] te Constantinopel (537 n.K.), welke eeuwenlang als de grootste en indrukwekkendste kerk der kerstenheid gold en de zetel des aartsvaders [patriarchs] huisvestte.

    De zetelkerk onderscheidt zich van gewone gemeentekerken door haar bijzondere waardigheid en betekenis binnen de kerkelijke inrichting. Zij vormt het geestelijk middelpunt des stichts en is de plaats waar de voornaamste plechtigheden en wijdingen worden voltrokken. Doorgaans munten zetelkerken uit door hun bouwkundige pracht en omvang, daar zij de luister en het aanzien des stichts dienen te weerspiegelen.

    Naast het woord zetelkerk zijn er voor de taalveredelaar ook nog evenwoorden wijhal en bedehal – vergelijkbaar met bedehuis en wijhuis.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ


    Beeld (achtergrond): eigen foto.