Maand: maart 2026

  • Beladen Gemoederen

    Beladen Gemoederen

    Geachte lezer(es),

    de lentemaand vraagt om hoopvolle zonneschijn, niet om donkere wolken die haar stralen zouden weren. Doch treur en leed zijn van alle jaargetijden, en verschillende gemoedstoestanden kennen ook verschillende woorden, zowel inheemse als uitheemse. Wanneer men zich zo zou willen of moeten uitdrukken, late men zulks dan op de meest vaderlandse wijze verwoorden.

    ErventrouwOntleend
    NeerslachtigDepressief
    ZwartgalligPessimistisch
    ZwaarmoedigMelancholiek
    ZonloosSomber

    Neerslachtig

    Depressief

    Een gesteldheid des gemoeds, waarbij de geest als het ware neergeslagen is — gevormd uit het bijwoord neer en het van slaan afgeleide achtervoegsel -slachtig, hetwelk een neiging of geaardheid uitdrukt. Wie neerslachtig is, bevindt zich in een toestand van innerlijke gedruktheid, zonder noodzakelijkerwijs aan een langdurige kwaal des gemoeds te lijden. Het betreft veeleer een voorbijgaande stemming, een tijdelijke neerwaartse buiging der ziel, die door omstandigheden des levens wordt teweeggebracht en bij gunstiger wending wederom wijken kan.

    Depressief is ontleend aan het Franse dépressif, teruggaande op het Latijnse deprimere, uit de- [neer] en premere [drukken].

    Zwartgallig

    Pessimistisch

    Een samenstelling van zwart en gallig, van gal afgeleid. Dit schilderachtige bijvoeglijk naamwoord vindt zijn oorsprong in de oude lichaamssappenleer, volgens welke een overmaat der zwarte gal oorzaak was ener duistere, droefgeestige gemoedsgesteldheid. Wie zwartgallig is, ziet de wereld als door een donkeren sluier; hij of zij neigt tot vreugdeloze overpeinzingen en verwacht steeds het ergste. Zwartgallig draagt een sterkere lading dan neerslachtig, daar het niet slechts op een voorbijgaande stemming, maar op een diepgewortelde neiging tot donker denken wijst.

    Pessimistisch is langs het Franse pessimiste aan het Latijnse pessimus ontleend, de overtreffende trap van malus [slecht], letterlijk: het ergste verwachtend.

    Zwaarmoedig

    Melancholiek

    Uit zwaar en moedig samengesteld, waarbij moedig hier niet op dapperheid, maar op het gemoed betrekking heeft. Zwaarmoedig duidt op een toestand, waarin het gemoed als het ware een zwaren last torst. Diepgaande, aanhoudende droefgeestigheid, die het gehele wezen eens mensen doortrekt. Anders dan neerslachtig, hetwelk een voorbijgaande gedruktheid aanduidt, en anders dan zwartgallig, hetwelk eerder op een donkere verwachtingshouding wijst, behelst zwaarmoedigheid een bestendige zwaarte des harten, een stille, inwaartse treurnis die het gemoed onophoudelijk bezwaart.

    Melancholiek gaat terug op het Griekse melancolikos, van melancholia, uit melas [zwart] en chole [gal]. Hoewel melancholiek naar de letter gelijk staat aan zwartgallig, verdient het vaderlandse evenwoord zwaarmoedig de voorkeur, omdat melancholiek in het gebruik een betekenisverschuiving heeft ondergaan in de richting van aanhoudende, weemoedige droefgeestigheid.

    Zonloos

    Somber

    Tot slot het bijzondere zonloos. Dit bijvoeglijk naamwoord is een samenstelling van zon en het achtervoegsel -loos [zonder zon, van het zonlicht beroofd]. In overdrachtelijken zin duidt het op een gemoedsgesteldheid die verstoken is van alle warmte, licht en levensblijheid. Wat overblijft, is een innerlijke duisternis, waarin geen straal der hoop schijnt door te dringen. Het woord leent zich bijzonder voor de verheven, letterkundige stijl, daar het een beeldender en dichterlijker uitdrukking biedt dan het ingeburgerde, doch uitheemse somber.

    Somber, hoewel thans geheel ingeburgerd, is oorspronkelijk aan het Franse sombre ontleend, vermoedelijk teruggaande op het Laat-Latijnse subumbrare [beschaduwen], uit sub [onder] en umbra [schaduw].

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ


    Beeld (achtergrond): Wikimedia Commons

  • Het Land van Binnen, Buiten en Boven

    Het Land van Binnen, Buiten en Boven

    Geachte lezer(es),

    de lentemaand is begonnen en de eerste bladblazer laat zich reeds horen. Terwijl een stralende zon schijnt zou dit gewoonlijk een uitgelezen tijd zijn om te klagen over datgene wat deze hemelse rust zou verstoren op een schone zondagmiddag, maar wat er nu werkelijk verstoort schuilt inzonderheid buiten onze grensstreken. Voorbij het binnenlandse, zelfs het buitenlandse, naar het bovenlandse [internationale], waar grootmachten onze geesten en huishoudens veelal bezighouden met zorg en ongewisheid.

    Neêrlants Gemaect is er evenwel niet voor de staatkundige duiding, dus dit stuk zal handelen over het woord bovenlands, maar late ons eerst stilstaan bij het omvangrijke leenwoord internationaal.

    Jeremy Bentham

    Wij gaan terug naar het jaar 1780 na Kerst toen de Engelsman Jeremy Bentham het woord international smeedde in zijn werk An Introduction to the Principles of Morals and Legislation [Ene Inleiding tot de Beginselen der Zedelijkheid en der Wetgeving], waarin hij law of nations [ius gentium] door international law verving.

    Een kunstmatig bouwsel, en een waarover de heer Bentham zelf ook eerlijk was:

    “The word international, it must be acknowledged, is a new one; though, it is hoped, sufficiently analogous and intelligible.”

    [Het woord internationaal, men moet het erkennen, is een nieuw woord; evenwel, naar men hoopt, voldoende overeenkomstig en verstaanbaar]

    Een invalshoek die ik, gezien mijn eigen beginselen, nooit zou tegenspreken, alhoewel Bentham in dezen juist naar het uitheemse grijpt voor zijn nieuwvorming, in plaats van in zijn eigen taalwortels te blijven.

    Zijn woordvorming vloeide voort uit de volgende bestanddelen:

    Latijnse bestanddeelBetekenis
    inter“tussen, onderling”
    natio“volk, geboorte, afstamming”
    -al(is)“betrekking hebbend op”

    Het woord internationaal bereikt onze taal begin der negentiende eeuw middels het Frans, gelijk destijds gebruikelijk was voor staatkundige begrippen, en weerspiegelt ook vele andere Franse woorden met achtervoegsel -al(e) zoals leenwoorden nationaal, rationaal, koloniaal, enzovoorts enzovoorts.

    Bovenlands

    Internationaal is dus, samengevat, in wezen een vreemd woord want alhoewel het Latijnse ‘inter’ [tussen] wordt gebezigd, wordt hier juist een begrip bedoeld dat landen overstijgt of op meerderen betrekking heeft. Een letterlijke vertaling van het woord als tussenlands is, alhoewel kloppend met Bentham’s bouwsel, minder Nederlands van aard dan iets als bovenlands.

    Ik heb in eerdere schrijfselen ook gespeeld met tussenlands, maar heb nu zowel hier als in het zaakwoordenboek bovenlands de voorkeur gegeven:

    TrapVorm
    stellende trapbovenlands
    verbogen stellende trapbovenlandse
    s-vorm stellendbovenlands
    vergrotende trapbovenlandser
    verbogen vergrotende trapbovenlandsere
    s-vorm vergrotendbovenlandsers
    overtreffende trapbovenlandst
    verbogen overtreffende trapbovenlandste

    Betekenissen:

    1. Betrekking hebbende op het verkeer, de betrekkingen of de aangelegenheden tussen twee of meer landen of staten; de grenzen eens enkelen lands te buiten gaande.
    2. Door verscheidene landen of staten gezamenlijk ondernomen, erkend of geregeld; van meer dan één land uitgaande of daarop betrekking hebbende.
    3. Afkomstig uit of behorende tot de bovenlanden; bovenstrooms gelegen.

    Tot slot, zie ook binnenlands en buitenlands, voor wie hen wenst te vergelijken, alledrie nu aanwezig op het ZLL.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ


    Beeld, achtergrond: Wikimedia Commons