Auteur: C. J. Righart

  • Veelweter, Klepel & Onsterfelijkheid

    Veelweter, Klepel & Onsterfelijkheid

    Geachte lezenaar of lezenaarster,

    welkom bij de uitgelichten van het Zaakwoordenboek der Lage Landen, week drieëntwintig.

    Veelweter

    Woord des Weeks

    Een veelweter♂ (of veelweetster♀) is enen persoon met uitgebreide kennis van verscheidene onderwerpen en het vermogen om ingewikkelde kennis te gebruiken om bezwaren te verhelpen. Het oorspronkelijke begrip werd voor het eerst gebruikt in 1603 door de Hamburgse wijsgeer Johann von Wowern (“polymathia”, veelwetendheid) en omvat (hoog)geleerdheid, letterkunde, taalwetenschap en leergierigheid. Veelweters waren vooraanstaande denkers tijdens de Wedergeboorte en Verlichting, zoals Leonardo da Vinci, Gottfried Wilhelm Leibniz en Benjamin Franklin. Zij muntten uit in wetenschap, vaardkunde, wiskunde en kunst. Het verraam des veelweters weerspiegelt het Wedergeboorte-menszin dat geloofde in de onbeperkte ontwikkelingsmogelijkheden van mensen. Het droombeeld van den “Wedergeboorteman” benadrukte het streven naar brede vaardigheden op verstandelijk, kunstzinnig, maatschappelijk, lichamelijk en geestelijk gebied. Het omvat dat mensen alle kennis zouden moeten omarmen en hun bekwaamheden volledig zouden moeten ontwikkelen.

    Bekijk “veelweter” op het Zaakwoordenboek der Lage Landen

    Klepel

    Afbeelding des Weeks

    De klepel ener klok is een klein, meestal metaalachtig voorwerp dat aan ene scharnierenden arme is bevestigd binnenin de klok. Het wordt gebruikt om geluid voort te brengen wanneer het tegen de binnenwand der klok slaat. De klepel verwekt trillingen die zich als geluidsgolven door de lucht verspreiden. De toonhoogte en sterkte des geluids worden beïnvloed door de kracht waarmee de klepel tegen de klok wordt geslagen, evenals de vorm en bouwstof van beide bestanddelen. Zonder de klepel zou de klok stil blijven, omdat er geen trillingen worden verwekt om geluid voort te brengen. Klokken (en bellen) worden gebruikt voor verschillenden doeleinden in verschillende beschavingen, waarbij de klepel een onontbeerlijke rol speelt bij het scheppen huns kenmerkenden geluids.

    Bekijk “klepel” op het Zaakwoordenboek der Lage Landen

    Onsterfelijkheid

    Aanhaling des Weeks

    Van Κωνσταντῖνος Δραγάσης Παλαιολόγος (Keizer Constantijn XI, tijdens de val van Constantinopel in 1453):

    “Overweeg dan, mijn broeders en strijdgenoten, hoe de herdenking onzes doods, onzer herinnering, vermaardheid en vrijheid eeuwig kan worden gemaakt.”

    Gewoonlijk zou ik de oorspronkelijke aanhaling ook delen, maar deze heb ik niet zo snel kunnen achterhalen. De bron is enen brief die was geschreven door Bisschop Leonardo Giustiniani van Chios, kort na de val. De Nederlandse uitvoering hier vertoond is gegrond op een Engelse vertaling.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart


    Beeld
    Hoofding, achtergrond: Dietmar Rabich / Wikimedia Commons / “Brügge (B), Sint-Janshospitaal — 2018 — 8592” / CC BY-SA 4.0.
    Hoofding, beeldmerk: Zaakwoordenboek der Lage Landen.
    Hoofding, vormgeving: C. J. Righart.

  • Verspieding, Sneeuwjacht & Volhardingsdwaling

    Verspieding, Sneeuwjacht & Volhardingsdwaling

    Geachte lezenaar of lezenaarster,

    welkom bij de uitgelichten van het Zaakwoordenboek der Lage Landen, week tweeëntwintig.

    Verspieding

    Woord des Weeks

    Verspieding (Frans, espionnage), het verkrijgen van geheime inlichtingen, is ene heimelijke beoefening die zowel wettig als onwettig kan zijn. Zij wordt vaak in verband gebracht met staatsverspieding voor krijgslijke doeleinden, terwijl bedrijfsverspieding zich richt op bedrijven. Verspieders dringen genootschappen binnen om inlichtingen te verzamelen over vijandelijke krachten, andersdenkenden te herkennen en vaardkunde te stelen. Tegenverspieding is gericht op het dwarsbomen van vijandelijke verspieding. Geschiedenis toont aan dat verspieding een onontbeerlijke rol heeft gespeeld. De Chinese veldheer Sun Tzu (544–496 voor Christus) benadrukte het belang van het begrijpen van jouzelf en de vijand voor krijgslijke inlichtingen. De Indiase veelweter Chanakya beschreef in de vierde eeuw voor Christus uitvoerig het verzamelen van inlichtingen. Oude beschavingen zoals Egypte, de Hebreeën, Griekenland, Rome, Mongolië en Japan maakten ook gebruik van verspieders. In de twaalfde eeuw zette Koning David IV van Georgië een doeltreffende inlichtingendienst op. Zelfs de Azteken hadden handelaren en dienders als verspieders. Deze geschiedkundige voorbeelden tonen aan dat verspieding een tijdloos verschijnsel is dat zowel vroeger als nu een belangrijke rol speelt.

    Bekijk “verspieding” op het ZLL

    Sneeuwjacht

    Afbeelding des Weeks

    Sneeuwjacht te Macedonië (bron).

    Sneeuwjacht ontstaat wanneer de wind lichte sneeuw verplaatst en het tegen een voorwerp neerlegt. Aan der windzijde vormt de sneeuw een bult, terwijl gebieden aan der luwzijde vlakker zijn. Een sneeuwjacht is enen hevigen sneeuwval met harde wind van windkracht vijf of hoger. Bij windkracht zes en minder dan 200 meter zicht wordt een weerwaarschuwing afgegeven. Bij windkracht acht of hoger spreekt men van een sneeuwstorm. Stuifsneeuw kan bij warmtegraden onder nul in kieren en gaten terechtkomen, hetgeen voor overlast zorgt. Het verkeer en openbaar vervoer worden verstoord en wegen raken door sneeuwhopen versperd. Een sneeuwjacht is onaangenaam, gewis bij lage warmtegraden, en beperkt het zicht afhankelijk van de sneeuwhevigheid.

    Bekijk “sneeuwjacht” op het ZLL

    Volhardingsdwaling

    Aanhaling des Weeks

    Van Aurelius Augustinus Hipponensis (uit Sermones):

    “Het is menselijk om te dwalen, maar het is duivels om in dwaling te volharden.”

    “Humanum fuit errare, diabolicum est per animositatem in errore manere.”

    Hoogachtend,
    C. J. Righart


    Beeld
    Hoofding, achtergrond: ШпицCC BY-SA 4.0, middels Wikimedia Commons.
    Hoofding, beeldmerk: Zaakwoordenboek der Lage Landen.
    Hoofding, vormgeving: C. J. Righart.

  • Landvoogd, Bergduivel & Tijd

    Landvoogd, Bergduivel & Tijd

    Inhoudsopgave

    • Landvoogd
    • Bergduivel
    • Aurelius Augustinus Hipponensis

    Geachte lezenaar of lezenaarster,

    welkom bij de uitgelichten van week eenentwintig.

    De voorgaande uitgaven dezer reeks waren maandelijks, maar nu gaan wij over naar een wekelijkse verversing. De Nieuwsbrief der Lage Landen wordt ook nog geschreven, maar deze zal met onregelmatige tussenpozen worden uitgebracht, naast deze regelmatige reeks.

    Landvoogd

    Woord des Weeks

    Een landvoogd is enen bestuurlijken leider en hoofd eens bewindschappelijken streeks, die ondergeschikt is aan den staatshoofde en in sommige gevallen, zoals een gouwgraaf, optreedt als de ambtelijke vertegenwoordiger eens staats. Afhankelijk van de soort bewindschappelijke streek of zelfstandigheid (en hun plaatselijke geldende wetten) kan een landvoogd worden benoemd of gekozen, en de bevoegdheden eens landvoogds kunnen aanzienlijk afwisselen.

    Hoewel de wettelijke en bestuurlijke samenstelling van gewesten, elk bestuurd door een landvoogd, door de Romeinen werd geschapen, worden begrippen als “landvoogd”, “stadhouder” en het Franse “gouverneur” ook toegepast door geschiedkundigen om vergelijkbare stelselen in de oudheid te beschrijven. Veel streken uit de voor-Romeinse oudheid werden uiteindelijk vervangen door vereende gouwelijke regeringen van Rome na hun verovering. De Griekse wijsgeer Platon gebruikte de leenspreuk van het sturen eens schips des staats met een roer (“het schip van staat“); het Latijnse woord voor “roer” is gubernaculum, wat weer is afgeleid van Grieks “κυβερνάω” (kubernaō) (besturenregeren of leiden).

    Bekijk dit woord op het Zaakwoordenboek der Lage Landen.

    Bergduivel

    Afbeelding des Weeks

    Moloch horridus (bron)

    De bergduivel (Moloch horridus) is ene hagedissensoort die alleen voorkomt te Zuidland (het werelddeel zuidoostelijk van Morgenland). Het is de enige soort in het geslacht Moloch. De vrouwtjes zijn over het algemeen groter dan de mannetjes en kunnen tot eenentwintig centimeter lang worden. Deze hagedis heeft grote gehoornden schubben op zijn kop, wat hem de uitstraling geeft eens draaks of duivels. De bergduivel heeft enen onvergelijkelijken loopstijl waarbij hij bevriest en wiegt terwijl hij langzaam op zoek gaat naar voedsel, water en gaden. Het dier is bedekt met kegelvormige stekels die helpen bij der verdediging tegen roofdieren. Opvallend is ook de aanwezigheid eens “valsen kops” op de achterzijde des neks. De schubben des bergduivels hebben richels waarmee hij water kan verzamelen door eenvoudigweg in aanraking te komen met vochtige oppervlakken. Dit onvergelijkelijke kruipdier heeft dus verschillende aanpassingen ontwikkeld om te overleven in de droge woestijnomstreek van Zuidland.

    Bekijk dit woord op het Zaakwoordenboek der Lage Landen.

    Aurelius Augustinus Hipponensis

    Aanhaling des Weeks

    Uit Confessiones:

    “Wat is dan tijd? Als niemand het aan mij vraagt, weet ik het; als ik het aan iemand wil uitleggen die het vraagt, weet ik het niet.”

    “Quid est ergo tempus? Si nemo ex me quaerat, scio; si quaerenti explicare velim, nescio.”

    Hoogachtend,
    C. J. Righart


    Afbeelding (hoofding, achtergrond): M.c.c.1999CC BY-SA 4.0, middels Wikimedia Commons
    Afbeelding (hoofding, vormgeving): C. J. Righart

  • Hemelvuur, Hazelaar en Schrik

    Hemelvuur, Hazelaar en Schrik

    Inhoudsopgave

    • “Hemelvuur” (Woord der Maand)
    • “Hazelaar” (Afbeelding der Maand)
    • “Schrik” (Aanhaling der Maand)

    Geachte lezenaar of lezenaarster,

    welkom bij de (verlate) uitgelichten van grasmaand 2023, van het Zaakwoordenboek der Lage Landen.

    “Hemelvuur” (Woord der Maand)

    Een schicht in de nacht,
    Gevolgd door een donderslag,
    Vuur scheurt de lucht.

    Bliksem (of hemelvuur) is een aards verschijnsel dat ontstaat als gevolg ener barnkrachtige ontlading tussen de dampkring en de grond, of tussen verschillende dampkringlagen. Dit vloeit voort in ene heldere schicht en enen luiden donderslag. Bliksem kan schade aanrichten aan gebouwen en tuigen, en kan een mogelijk gevaar zijn voor mens en dier. Het verschijnsel komt inzonderheid voor in gebieden met veel neerslag en onweer. Wetenschappers onderzoeken nog steeds de oorzaken van bliksem en pogen wijzen te vinden om de invloed ervan te verminderen. Mensen hebben altijd gepoogd om bliksem te begrijpen en te beheersen, maar de natuurkracht blijft tot op heden onbeheersbaar. Er zijn wel maatregelen die kunnen worden genomen om de hacht te verminderen, zoals het vermijden van open grond tijdens onweersbuien en het gebruiken van bliksembeveiligingsstelselen om gebouwen en toestellen te beschermen tegen de gevolgen van blikseminslag.

    Voor meer inlichtingen, bekijk dit woord op het Zaakwoordenboek der Lage Landen.

    “Hazelaar” (Afbeelding der Maand)

    Blad eens hazelaars.

    De hazelaar (Corylus avellana) is een heester die tot de berkensibbe Betulaceae behoort en voornamelijk te Avondland en West-Morgenland voorkomt. De heester kan tot zes meter hoog worden en heeft bladeren die afwisselend aan der takken groeien. De hazelaar bloeit in de winter of vroege lente, voordat de bladeren verschijnen. De mannelijke bloemen groeien in lange, bengelende katjes, terwijl de vrouwelijke bloemen zich ontwikkelen in kleine knoppen op de takken. Na de bestuiving groeien de vrouwelijke bloemen uit tot eetbare hazelnoten, die ene belangrijke voedselbron zijn voor verschillende diersoorten en ook door mensen worden bruikt.

    Voor meer inlichtingen, bekijk dit woord op het Zaakwoordenboek der Lage Landen.

    “Schrik” (Aanhaling der Maand)

    van Pierre Kemp:

    Ik leef in moeilijke dagen
    en vraag mij: is ’t eindelijk zo laat?
    Kan ik mij de zon niet meer gunnen?
    Alles, om dit te verdragen
    doorvors ik, en ik schrik
    voor dat ultime ogenblik.
    Ik kijk naar de lucht om de wijzerplaat.
    Hoe lang zal ik dit nog kunnen?

    Hoogachtend,
    C. J. Righart


    Afbeelding (hoofding, achtergrond): H. ZellCC BY-SA 3.0, middels Wikimedia Commons
    Afbeelding (hoofding, vormgeving): C. J. Righart

  • Wentelaar, Zomereik en Jan van Nijlen

    Wentelaar, Zomereik en Jan van Nijlen

    Inhoudsopgave

    • “Wentelaar” (Woord der Maand)
    • “Zomereik” (Afbeelding der Maand)
    • “Avond bij het Meer” (Aanhaling der Maand)

    Geachte lezenaar of lezenaarster,

    welkom bij de uitgelichten van lentemaand 2023, van het Zaakwoordenboek der Lage Landen.

    “Wentelaar” (Woord der Maand)

    Een wentelaar is van oudsher een ruimtelijk vast lichaam en een der meest onmisbare kromlijnige meetkundige vormen. In de grondmeetkunde wordt hij beschouwd als ene kantzuil met een kring als grondslag.

    Een wentelaar kan ook worden bepaald als een oneindig kromlijnig oppervlak in verschillende hedendaagse takken van meetkunde en plaatskunde. De verschuiving in de grondbetekenis – vaste stof tegenover oppervlak – heeft tot enige onduidelijkheid in de woordenkeus geleid. De twee begrippen kunnen worden onderscheiden door te verwijzen naar gevulde wentelaren en wentelarelijke oppervlakken. In de letterkunde kan het onopgesmukte begrip wentelaar verwijzen naar een van beiden of naar een nog meer gericht voorwerp, de rechter kringwentelaar.

    “Zomereik” (Afbeelding der Maand)

    Bron: Wikimedia Commons.

    De zomereik is enen loofboom met een hoogte tot veertig meter en een enkele stevige stam die wel elf meter in omtrek kan zijn (omtrek op borsthoogte) of zelfs veertien meter bij geknotte eenheden. Oudere bomen zijn meestal geknot, met een stam (de hoofdstam) van twee tot drie meter lang. Deze leven langer en worden steviger dan ongeknotte bomen.

    De kroon is verspreid en ongelijkmatig gewelfd en de bomen hebben vaak stevige onderste takken. De bark is grijsbruin en dicht gegroefd, met loodrechte platen. Op de stam zitten vaak grote bramen die meestal veel kleine scheuten voortbrengen. Eiken brengen geen uitlopers voort, maar herstellen goed van snoei- en bliksemschade. De twijgen zijn onbehaard en de knoppen zijn eivormig, bruinachtig en puntig.

    De bladeren staan afwisselend langs de twijgen en zijn breed, langwerpig of eirond, tien tot twaalf centimeter lang en zeven tot acht centimeter breed, met een korte (meestal twee tot drie millimeter) bladsteel. Zij hebben een krachtige bladvoet en drie tot zes afgeronde lobben, die niet verder dan halverwege de middennerf zijn verdeeld. De bladeren zijn meestal kaal of hebben slechts enkele eenvoudige haartjes aan der onderzijde. Ze zijn donkergroen van boven, bleker van onderen, en zijn tegen de herfst vaak bedekt met kleine schijfjes lovergal.

    “Avond bij het Meer” (Aanhaling der Maand)

    Avond bij het Meer van Jan van Nijlen:

    Als luid in ’t woud het zomerwindje sprak
    of duizend saters op hun fluiten bliezen,
    en wiegelden op ’t zilvren watervlak
    van ’t roerloos meer de witbewolde biezen;

    als zon verzonk achter de bomen die ze
    vol gensters van een laaiend vuurwerk stak,
    en ging alles wat zong zijn stem verliezen
    voor ’t lied der merel zingend op een tak;

    dan dacht ik aan dien lang voorbijen dag
    dat ik, die vrede en heil nog mooglijk waande,
    in ’t hoge bloeiend gras te fluiten lag

    naast u, toen zachtjes aan de kim begon
    te scheemren en uw pinkende ogen traanden
    van ’t hevig licht der ondergaande zon.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart


    Afbeelding (hoofding, achtergrond): Andrzej Barabasz (Chepry)CC BY-SA 3.0, middels Wikimedia Commons
    Afbeelding (hoofding, vormgeving: C. J. Righart

  • Nieuwsbriefje: Een Jaar Oud

    Nieuwsbriefje: Een Jaar Oud

    Geachte lezenaar of lezenaarster,

    vandaag, aan den einde des daags, wordt het glas op schriftelijke wijze gehesen voor den verjaardage van het Zaakwoordenboek der Lage Landen; een jaar oud vandaag.

    Het slot ging eraf in bloeimaand, maar op de zesde dag van sprokkelmaand, drie maanden eerder, was het zaakwoordenboek een ontegenzeggelijk gegeven. Het begin van iets nieuws, maar wel met bijzondere voorgangers zoals Vicipaedia, de Wikipedia geschreven in het Latijn; ene ‘dode’ taal.
    Vanaf de eerste keer dat ik daar doorheen bladerde, iemand die amper Latijn begrijpt en hierin nooit was onderricht, was het voor mij alsnog waanzinnig bezielend. Waarom zouden mensen al die moeite nemen? Als ik het vervolgens op mijzelf betrek, waarom zou ik dan die moeite nemen, voor ener taal die zelfs nog wordt gesproken door miljoenen mensen?

    Ik geef toe, het Nederlands is nog niet naar de eeuwige jachtvelden vertrokken, maar er zit wel een pijl in haar knie en zij wandelt met veel pijn. De moeite nemen voor haar is vanzelfsprekend.

    Om een voorbeeld te noemen. In het nieuws was onlangs berichtgeving over de gestegen boekverkopen van vorig jaar, maar wel met de kille kanttekening dat deze stijging deels te danken was aan de toenemende belangstelling voor Engelstalige boeken. Waarbij een bevraagde jongere in een boekenwinkel zelfs benadrukte dat zijn moedertaal een lelijke was tegenover het schonere Engels.

    Ook was er eind vorige maand nieuws over de ‘moeilijk te begrijpen’ ambtseed van rijksambtenaren en rijksambtenaressen die wordt vereenvoudigd (met ingang van 1 louwmaand 2024) van plechtig, keurig Nederlands met woordafwisseling en statig taalgebruik, naar de spraakkunstige hoedanigheid ener gemiddelde IKEA-handleiding.
    Om de bewindsman aan te halen:

    “…Ook is het belangrijk dat de nieuwe eed is geschreven in begrijpelijke en herkenbare taal. Zo is het voor ambtenaren ook makkelijker om daar in het gesprek over aan te gaan.”

    Ik steun de bewindsman en zijn bewindsraad in hun lage verwachtingen van mensen die voor der overheid zullen gaan werken. Hopelijk verlicht dit de druk bij rijksambtenaren die anders met droge keel en angstige twijfel in hun stem de eed zouden moeten afleggen.

    Al met al, moge het duidelijk zijn dat de moeite nemen voor het Nederlands dus wel degelijk nut heeft of tegenwoordig zelfs onontbeerlijk is.

    Of, zoals de nieuwe ambtseed zou zeggen:

    “Het is nodig.”

    Jaar Twee

    Terugkijkend, het eerste jaar was een wervelwind. Gaandeweg alles moeten uitvinden, wat mij tevens met enige regelmaat ergernis bezorgde naast voldoenende blijdschap, maar het ZLL is gelukkig bijna op het punt dat de meeste tijd kan worden besteed aan het vullen van. Evenwel, hiervoor moeten nog wat knopen worden doorgehakt.

    Een der knopen is de maatschappelijke netwerk-zijde des zaakwoordenboeks, die ik ga sluiten, in ieder geval voorlopig, want het kost te veel tijd. Als de ZLL-ploeg ooit wordt uitgebreid zou dit ene fraaie taak kunnen zijn voor enen nieuwen lede.
    Nog een knoop was om van de Nieuwsbrief der Lage Landen ene zeldzamere uitgave te maken, maar hiervoor is wel in de plaats een kleiner en maandelijks briefje voor teruggekomen over de uitgelichten woorden, afbeeldingen en aanhalingen der maand.

    Zo. Nu op naar de volgende twaalf maanden.

    Hoogachtend,
    C.J. Righart


    Afbeelding (achtergrond): robin robokow from Amsterdam, NetherlandsCC BY 2.0, middels Wikimedia Commons
    Afbeelding (vormgeving): C. J. Righart

  • De Uitgelichten van Sprokkelmaand 2023

    De Uitgelichten van Sprokkelmaand 2023

    Inhoudsopgave

    • Woord der Maand: ‘dwaler’
    • Afbeelding der Maand: ‘zilverlaken’
    • Aanhaling der Maand: ‘Cadente lucifero’

    Geachte lezenaar of lezenaarster,

    welkom tot iets nieuws. Ene vervanging van wat voorheen een gedeelte was van de Nieuwsbrief der Lage Landen. De nieuwsbrief bevatte namelijk uitgelichte zaken die ook op de hoofdbladzijde van het ZLL verschijnen. Deze zouden dan worden bijgewerkt met de uitgave van de voorgenoemde nieuwsbrief.
    Evenwel, met een nieuwsbrief die almaar langer werd (en wordt), en dus minder vaak uitgebracht, werden deze verversingen ook minder regelmatig.

    Laat de uitgelichten dan hun eigen brief krijgen.

    Zodoende werden drie nieuwe onderdelen ene werkelijkheid: het Woord der Maand, de Afbeelding der Maand en de Aanhaling der Maand.

    Deze drie worden dan in deze nieuwe maandelijkse reeks nogmaals uitgelicht voor zowel mijnen eigen archieve, als voor men die mogelijk wel belangstelling heeft voor wetenswaardigheden zonder hiervoor minstens eenmaal iedere maand het ZLL te moeten bezoeken.

    De uitgelichten van louwmaand heb ik overgeslagen terwijl ik dit liet bezinken, maar zijn te allen tijde terug te zien in het kenmerkende overzicht.

    Woord der Maand: ‘dwaler’

    Een dwaler is een groot, bolvormig sterrenkundig lichaam dat noch ene ster, noch een overblijfsel daarvan is. Het zonnestelsel telt ten minste acht dwalers: de aardse dwalers MercuriusVenusAarde en Mars, en de reuzendwalers JupiterSaturnusUranus en Neptunus.

    Het leenwoord planeet is afkomstig van het Griekse πλανήτης (‘planētēs’), dat weer teruggaat op πλανὰομαι (‘planáomai’), dat ronddolen of rondzwerven betekent – vandaar ook het Nederlandse ‘dwaler’ en ‘dwaalster’ (‘dwalen’+’ster‘ (een dwalende ster, uitgesproken als dwaalstèr), niet te verwarren met de eigenlijke vrouwelijke evenknie van dwaler,  ‘dwalen’+’-ster‘ (zij die dwaalt, uitgesproken als dwaalstur)).

    Met de ontwikkeling des sterrenkijkers werd de betekenis van dwaler uitgebreid tot voorwerpen die alleen met hulp zichtbaar waren: de ijsreuzen Uranus en NeptunusCeres en andere lichamen die later als deel des dwalerachtigengordels* werden erkend; en Pluto, waarvan later werd vastgesteld dat deze het grootste lid was der verzameling ijzige lichamen die bekend staat als de Kuipergordel.

    * of ‘sterachtigengordels’, beide vormen zijn vertalingen van planetoïdengordel en asteroïdengordel, onderscheidenlijk, met de -s des tweeden naamvals (mannelijk).

    Afbeelding der Maand: ‘zilverlaken’

    Een zilverlaken (Crocus versicolor) is ene soort bloeiende plant in het geslacht Crocus der maagschap Iridaceae, die te Zuidoost-Frankrijk, Monaco en Noordwest-Italië voorkomt. Hij bloeit van sprokkelmaand tot grasmaand en groeit in struikgewas en tussen rotsen tot op een hoogte van 1200 meter.

    Aanhaling der Maand: ‘Cadente lucifero’

    Van dichter G. Gossaert:

    Verre, oever tot oever, scheidde ons
    ’t Ziltige zwin en het zwalpend tij;
    Wie door den storm en den stroom geleidde ons?
    ‘Enkel een ster, tusschen u en mij.’

    Liefde met teedere handen spreidde ons
    ’t Leger van bladeren windevrij;
    Nacht met zijn vleugelen veilig ombreidde ons
    Waar we sluimerden, zij aan zij;
    Wakker, waakzaam als wachter, beidde ons
    Enkel een ster, tusschen u en mij.

    Nu, op eenzame sponde, glijde’ ons
    Zeg mij, liefste, o zeg, wat scheidde ons?
    ‘Enkel een ster, tusschen u en mij!’

    Hoogachtend,
    C. J. Righart


    Afbeelding (achtergrond): Meneerke bloemCC BY-SA 3.0, middels Wikimedia Commons
    Afbeelding (vormgeving): C. J. Righart

  • Nieuwsbrief der Lage Landen #10: Giger

    Nieuwsbrief der Lage Landen #10: Giger

    Inhoudsopgave

    • De Levenstuigelijke Giger
    • De Richtlijnen voor enen Kunstenare
    • De Naamvallen, Deel Twee
    • Verwijl

    Geachte lezenaar of lezenaarster,

    welkom bij de tiende uitgave van de Nieuwsbrief der Lage Landen van het Zaakwoordenboek der Lage Landen en de eerste in het jaar onzes Heren 2023. Het ZLL nadert zijn eerste verjaardag, maar voordat de bruisende wijn kan worden ontkurkt, wordt den schijnwerper gericht op het leven eens beroemden kunstenaars (tevens de eerste levensbeschrijving voor den zaakwoordenboeke), ga ik dieper in op hoe de naamvallen vanaf nu worden toegepast en kondig ik een verwijl aan voor den nieuwsbrieve.

    De Levenstuigelijke Giger

    Een levensbeschrijving die de uitgelichte bladzijde zou zijn geweest van nieuwsbrief nummer 10, maar het liep anders. Later in deze brief ga ik daar verder op in.

    Eerst: Giger.

    Toen ik begon met schilderen eind 2016 groeide mijn belangstelling in het werk eens kunstenaars waarmee ik, min of meer, ben opgegroeid zonder daar echt bewust van te zijn: de Zwitserse H. R. Giger. Zijn vindingrijke vingerafdruk op velmen zoals Ridley Scott’s Alien (1979) was voorbij baanbrekend en zijn kunst bracht een geheel nieuwe stroming tot leven in het naoorlogse Avondland. Als iemand een levensbeschrijving zou moeten krijgen op het ZLL, of minstens een verwijzing, dan is hij het wel.

    Eenmaal zelf de wadel in hand veranderde mijn kijk op (schilder)kunst. Men kan iets aanschouwen en waarderen, maar pas door middel van ener eigen poging is waar besef bewerkstelligd. Giger’s ongekende meesterschap met zelfs de onmogelijke spuitwadel kent geen weerga, maar los van kunde, iets oorspronkelijks voortbrengen is de werkelijke uitdaging. Hij smolt dat wat levenloos was samen met het levendige. Gezien ik er geen Nederlands woord voor kon vinden heb ik dit zelf levenstuigelijk genoemd (een samenstelling van ‘leven’ (bio) en ‘(werk)tuigelijk’ (mechanisch)).

    De levensbeschrijvingen op het ZLL moet ik nog een beetje uitvinden, ook deze van Giger is in deze wat beknopt (of te), want ik ben niet wis om een vergelijkbare leest toe te passen zoals de Wikipedia-levensbeschrijvingen. Inzonderheid hun drang om hedendaagse zedelijke invulling te geven op de geschiedenis vermoeit mij, dus ik wil dit zo aanvliegen dat de toon onzijdelijk is. Het zaakwoordenboek deelt dat wat is geschied en de lezer of lezeres oordeelt vervolgens zelf aldus zijn of haar eigen gevoelswijzer.

    De Richtlijnen voor enen Kunstenare

    Gesproken over Giger; wat schept de kunstenaar (of kunstenares)? Slaapritme? Boekenkeus? Waarhofbezoeken? Opruimtucht? Is het mogelijk om dit in iemand op te rakelen waar er voorheen geen kunstzinnige vonk was?

    De antwoorden heb ik niet; die heeft niemand. Dat gezegd hebbende, wat als het wel aan te sporen is? Dat is mogelijkerwijs wel te beantwoorden.

    Giger was een (de?) bron van bezieling voor God weet hoeveel kunstenaren en kunstenaressen. Mensen met een honger naar sturing en wenken, en waar beter beginnen om deze eetlust te bedaren dan aan te kloppen bij den besten manne zelf. Evenwel, deze berichten belandden in de postvak zijns vertegenwoordigers, Les Barany. De heer Barany, die Giger persoonlijk (heel) goed kende evenals zijn gewoonten, had vervolgens een soort ‘Veelgestelde Vragen’-aanpak bedacht om in één klap deze zucht te beantwoorden. Hij stelde een lijst samen met negenendertig punten, die dan voor enen jare of vijf zouden moeten worden gevolgd om iemand te helpen op zijn of haar weg naar het ware kunstenaarschap.

    Voor enen langen tijde heb ik een rits van deze gevolgd. Niet de vijf jaar zoals Barany dit had bedacht, maar lang genoeg om te kunnen oordelen dat er hier wel degelijk nuttige raad tussenzit. Zodoende wilde ik dat deze lijst niet enkel stof verzamelt op de hrgiger.com, en is deze, in vertaalde vorm, beschikbaar op het ZLL.
    Het is een lange lijst, met ook wat verouderde inlichtingen inmiddels (laat het u vermaken), maar voor der belanghebbende: het staat onder de beknopte levensbeschrijving van Giger.

    De Naamvallen, Deel Twee

    Al is het leven van Giger het hoofdonderwerp dezes nieuwsbriefs, veruit de meeste moeite is besteed aan het heruitvinden der naamvallen en hoe deze worden toegepast op de bewoordingen van het ZLL.

    Korte samenvatting der eerste vier:

    Feitelijk zijn er vele naamvallen die een ieder onbewust gebruikt, zie bijvoorbeeld mij, wat de derde naamval is van ik. Echter, los van wat wel of niet wordt gebruikt, het is een gegeven dat de naamvallen niet meer eenzelfde bekendheid genieten als ik denk inmiddels wel meer dan een eeuw geleden – niet dat ik de voorstelling wil wekken dat dit destijds wel een veelvoorkomend verschijnsel was in het geschreven woord, maar om iets van het WikiWoordenboek te lenen, eerder een verschijnsel van ‘ontzettend verzorgde schrijftaal’.

    Dat laatste wakkerde iets in mij aan.

    Dat is namelijk wat ik wil voor den zaakwoordenboeke, buitengewoon verzorgde schrijftaal. Noem het overdreven verzorgd. Om met een zo zuivere woordenkeus als mogelijk te schrijven is een boeiende uitdaging, maar dat heeft een mark; terwijl het behouden der spraakkunst, zoals bijvoorbeeld de naamvallen, een groter goed zou moeten zijn, willen wij voorkomen dat het Nederlands uiteindelijk soortgelijke vormen krijgt als het Engelse, voornamelijk in de V.S. aanwezige, ‘Ebonics’ (ook wel bekend als African-American English).

    Het ZLL hoeft niet het verschil te maken in den strijde om onze taal te behouden, maar laat het dan een soort schriftelijk kunstwerk zijn. Hoe, namelijk, is dit anders dan met de schilderijen uit de wedergeboorte, of de beeldhouwwerken van duizendjaren geleden? Was dat de werkelijke wereld, of hoe de kunstenaar het graag wilde zien?

    Dat alles gezegd hebbende, mijn geestdrift bracht ook onverwacht veel werk met zich mee, want wat voortvloeide betekende onder andere het herschrijven van vele bewoordingen, vrijwel het heruitvinden des zaakwoordenboeks. Hoe ‘den’ voorheen werd toegepast moest volledig op de schop, en daarnaast ook mijn hoofd. Ik moet anders naar de zinnen kijken. Ik moet ontleden terwijl ik schrijf omdat ik het gevoel nog niet heb; een langzaam verloop. Voldoenend werk, maar het duurt even. Daarom ook deze ietwat verlate nieuwsbrief.

    Verwijl

    Terugkijkend naar de afgelopen maanden is mij opgevallen dat ik drukker ben geweest met nieuwe onderdelen toevoegen aan het ZLL dan bestaanden afronden. Het zaakwoordenboek wemelt nu van onvoltooide woordenlijsten, schrijfstukken in klad, en er is vervuiling van nieuwe en oude bladzijdetakken die nu door elkaar aanwezig zijn – hier hebben de bezoekers en bezoeksters gelukkig geen last van, maar voor mij als beheerder is het warrig.

    Dit alles heeft grotendeels te maken met een wens om de hoofdbladzijde in leven te houden door middel van uitgelichte stukken schrijven en gedichten tentoonstellen, naast dat ik ook het voornemen had om op de maatschappelijke netwerken (Twitter en dergelijken) iets te doen – waar, blijkt nu, werkelijk geen tijd of wilskracht voor is om het zo aan te pakken dat dit ook kan bloeien.
    De hoofdbladzijde is hierbij aangepast zodat deze wat blijvender is en er minder noodzaak is voor verversingen. In plaats van ‘Uitgelicht’ en ‘Aanhaling’ is er nu Woord der MaandAfbeelding der Maand en Aanhaling der Maand; wederom afgekeken van mijn grote voorbeeld: Vicipaedia (de Wikipedia geschreven in het Latijn).

    Al met al, het is mij duidelijk, tijd voor verwijle. Niet voor het ZLL, dit werk gaat immer door, maar wel voor dezen nieuwsbrieve en wat andere aanzichten des zaakwoordenboeks. Het doel of de wens is om op minstens 5000+ bladzijden uit te komen voor den einde van 2023 met nagenoeg geen bladzijden meer in klad, op hooguit een handjevol na.

    Komende maanden (twee, drie, vier?) ga ik schoonvegen en aanvullen. Punten op de i zetten, kladden afronden, naamvallen waar nodig verwerken, ga zo maar door. Zodra dat gereed is zal de elfde uitgave het daglicht zien.

    Tot dan.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart


    De Aantallen

    • Bladzijden: 2.120 (+153)
    • Inhoudrijke bladzijden: 735 (+35)
    • Bladzijdebewerkingen sinds het begin: 7.664 (+546)
    • Woordenlijsten: 65 (+0)

    Afbeelding (achtergrond): Adrian MichaelCC BY-SA 3.0, middels Wikimedia Commons
    Afbeelding (vormgeving): C. J. Righart

  • Nieuwsbrief der Lage Landen #9: Wintermaand

    Nieuwsbrief der Lage Landen #9: Wintermaand

    Inhoudsopgave

    • ‘Wintermaand’ (Uitgelicht)
    • ‘Onbekend’ (Aanhaling)
    • Een Schoner Woord
    • Een Omarmd Woord
    • Gebieden en Aanvoegen
    • Voltijd en Voltijds

    Geachte lezenaar of lezenaarster,

    welkom bij de negende uitgave van den Nieuwsbrief der Lage Landen van het Zaakwoordenboek der Lage Landen. In deze uitgave gaat het over de Nederlandse maandnamen, het omdopen der woordenlijst die in oogstmaand vorig jaar begon als de ‘Lijst ter Bezieling’, het uitbreiden der werkwoordoverzichten en het verhelderen van een bekende taalvergissing.

    ‘Wintermaand’ (Uitgelicht)

    Al wie weet hoe lang – want ik weet zelf niet hoe lang – zijn de Latijnse maandnamen den standaard in de lage landen en in vele daarbuiten. Dat gegeven is de werkelijkheid van nu, maar het Nederlands kent vele evenwoorden. Verloren in tijd, maar nog niet vergeten.

    Een onbekommerd gesprek met een werkgenote onlangs stuurde mij het konijnenhol in der maandnaamherkomst. De meer bekende twaalf namen waren al sinds het begin van het ZLL onderdeel daarvan: louwmaand (januari), sprokkelmaand (februari), lentemaand (maart), grasmaand (april), bloeimaand (mei), zomermaand (juni), hooimaand (juli), oogstmaand (augustus), herfstmaand (september), wijnmaand (oktober), slachtmaand (november) en wintermaand (december).
    In mijn hoogmoed dacht ik dat ik de lijst zo wel rond had en stofte mijn handen af na een taak goed uitgevoerd. Deze lijst bleek echter maar een verzameling en niet het geheel, want het Nederlands kent véél meer, zie ook de Maandnamen Woordenlijst.

    Rond den tijd dat deze nieuwsbrief wordt verzonden is het aantal niet twaalf maar zestig maandnamen, gevonden na urenlang graven door alle raadpleegbare bronnen die ik ken op het wereldweb.
    Sommige maanden kennen meerdere evenwoorden, zoals wintermaand (10 evenwoorden), sommigen geen, zoals hooimaand (0 evenwoorden). Ik kan niet gewis zijn dat de lijst nu volledig is, maar na weken werk houd ik het op dit ogenblik wel even voor gezien, wil deze nieuwsbrief nog voor het jaar 2023 worden uitgebracht. Er is eerlijk gezegd ook nog wel wat verfijning nodig, maar dat is voor later.

    Zo komen wij bij het nieuwe uitgelichte woord: wintermaand (al is de wintermaand alweer bijna half om).

    Wintermaand is de enige maand die op dit ogenblik afwijkt der twaalf, omdat enkel deze een lijst bevat met daarop de bijzondere dagen of gebeurtenissen die in wintermaand plaatsvinden. Het is uiteindelijk de bedoeling dat elke maand eenzelfde overzicht krijgt, maar dit heeft tijd nodig. Die woordenlijst zal haar eigen schijnwerper krijgen in de (nabije) toekomst.

    ‘Onbekend’ (Aanhaling)

    van H. W. J. M. Keuls:

    Wat hebt gij van uw dronkenschap bewaard?
    Een lamp die kwijnt, een oog dat nederstaart.

    Wat werd er van den storm, dien gij bestondt?
    Een dolend blad dat nog zijn rust niet vond.

    Wat heeft de liefde in uw hart gedaan?
    Zij deed mij ’t leed der eenzamen verstaan.

    Wat bleef van allen glans, die langs u ging?
    Niets dan de zingende herinnering.

    Een Schoner Woord

    De Algemene Woordenlijst was net zoals den naam al aangeeft, algemeen. Niet veelzeggend en vrijwel tegenstrijdig in betekenis. Het is namelijk een woordenlijst ter bezieling, bedoeld om de lezers en lezeressen een wisselkeuze aan te bieden voor bekende (leen)woorden, maar het gaat verder dan dat. Er zit een gedreven gedachtegang achter. Elk woord is met zorg gevonden en daar geplaatst met doordachte reden. Net zoals andere oorden met eenzelfde taalzuivere insteek is het ook een hulpmiddel om woorden de vergetenis te sparen.

    Een lijst als deze verdient een dichterlijkere naam die dit ook weerspiegelt: Een Schoner Woord.

    Het is een naam met feitelijk twee betekenissen. Schoon betekent niet enkel kiemvrij, maar ook iets dat mooi is. Het Nederlands, zelfs in haar meest onbevlekte vorm, heeft immers tal van ontleende woorden, dus het gaat ook om wat mooi is (of wat mooi past) in een Nederlandse zin.

    Tot slot is deze nieuwe naam ook een knipoog naar (of kleine eerbetoon aan) Charivarius (echte naam: Gerard Nolst Trenité), die een vergelijkbare lijst maakte genaamd Een Ander Woord (uitgebracht in 1945) – alhoewel niet met eenzelfde insteek.

    Een Omarmd Woord

    De Algemene Woordenlijst had een zusterlijst met ook een vindingarme naam: Onvertaalde leenwoorden, wat even zo droog en zakelijk overkomt. Dit mag ook wel wat fraaier en met een warmer gevoel, dus deze is ook omgedoopt: Een Omarmd Woord.

    Gebieden en Aanvoegen

    De werkwoordoverzichten zijn uitgebreid met twee werkwoordwijzen: gebiedende wijs en aanvoegende wijs.

    Het is altijd wat zoeken naar het juiste evenwicht, naar wat moet worden vertoond in een werkwoordoverzicht, om het toch nog zo beknopt mogelijk te houden zonder dat het overweldigend overkomt. Inzonderheid den Nederlandse tak van Wiktionary heeft hiervoor fijne overzichten (groter dan die van het ZLL), maar ook zij verbergen die op de bladzijde van werkwoorden. Ik wil een soortgelijk overzicht scheppen dat een soort samenvoeging moet voorstellen van wat zij hadden bedacht en de (onvolledige) overzichten der woordenlijst der Taalunie.

    Voltijd en Voltijds

    Al lijken deze twee ontzettend veel op elkaar, evenknieën zijn zij niet.

    Dit woord komt met enige regelmaat langs op de maatschappelijke netwerken, en veelal zie ik deze met of zonder de -s, maar het achtervoegsel kan alles veranderen.

    • Voltijd
      zelfstandig naamwoord, mannelijk
      Betekenis: een vruchtbaar jaar; tijdspanne van overvloed.
    • Voltijds
      bijvoeglijk naamwoord
      Betekenis: voor den volle (werk)tijd; gewoonlijk een werk- of leerweek van 36-40 uur.
      Vertaling: ‘fulltime’ (Engels).

    Om het nog even verwarrend te maken kan voltijds de betekenis dragen van voltijd als deze wordt toegepast in den tweede naamval, gezien ’tijd’ mannelijk is (van den voltijd > des voltijds).

    Een ieder kan dus mogelijkerwijs werken tijdens een voltijd, afhankelijk van den bevraagde enkeling en rekening houdend met het jaargetijde, maar de meesten zullen waarschijnlijk toch echt voltijds werken.

    Voltijds kent ook verwant woord deeltijds voor het Engelse part-time/parttime.

    Zo eindigt den laatste nieuwsbrief van 2022. Volgend jaar hervat den veldtocht voor onze taal. Bedankt voor het lezen.

    Hoogachtend,
    C.J. Righart


    De Aantallen

    • Bladzijden: 1.967 (+118)
    • Inhoudrijke bladzijden: 700 (+66)
    • Bladzijdebewerkingen sinds het begin: 7.118 (+793)

    Afbeelding (achtergrond): Barthélemy d’Eyck, Openbaar vroon, middels Wikimedia Commons.
    Afbeelding (vormgeving): C.J. Righart

  • Nieuwsbrief der Lage Landen #8: Sprook

    Nieuwsbrief der Lage Landen #8: Sprook

    Welkom bij de achtste uitgave van den Nieuwsbrief der Lage Landen van het Zaakwoordenboek der Lage Landen.

    Inhoudsopgave

    • Sprook (Uitgelicht)
    • Moeder (Aanhaling)
    • -Ling(e)
    • Lijstenzuil en Woordenzuil
    • Woordherkomst
    • De Wadde(n)zee
    • De Aantallen

    Sprook (Uitgelicht)

    Dit was oorspronkelijk niet het uitgelichte woord voor deze nieuwsbrief. Ik had eigenlijk het voornemen om een gemeenslachtig woord uit te lichten dat als evenknie zou kunnen dienen (oftewel, nieuwvorming) voor het Engelse sibling en het Duitse Geschwister. Evenwel, beide woorden betekenen eigenlijk niet broer en zus, want het zijn beide verbasterde begrippen. Sibling, of mogelijk zelfs sibbeling om het in zuiver Nederlands te houden, gezien het Engelse sib en Nederlandse sibbe een gedeelde Germaanse voorouder hebben (*sibjō), is letterlijk een maagling (familielid). Sibling was begin vorige eeuw heringeleid om een ‘gat’ in de Engelse taal te dichten zodat op wetenschappelijk vlak kon worden gesproken over ‘broer en zus’-betrekkingen middels één duidelijk begrip.
    Geschwister heeft een vergelijkbaar verhaal dat meer lijkt op het Nederlandse gezusters of gezusteren gezien het Duitse woord is afgeleid eens oudsen woords voor zus, en ook dit woord kreeg later pas de betekenis van broer en zus (of eigenlijk dus, zus en broer).

    Ik kom hier ooit nog op terug. Voor nu zal een ander woord den uitgelichte zetel bezetten: sprook.

    Sprook is een evenwoord voor het Franse légende (in het Nederlands geschreven als legende).

    Sprook is leuk om verschillende redenen, niet enkel omdat het een ‘verloren’ woord is dat een herinleiding verdient, maar ook omdat het den grote broer of zus* is van het bekende sprookje. Wat het verband tussen sprookje en sprook (legende) dan ook gevoelsmatig bevestigt. Sprookje is niet enkel het verkleinwoord van sprook, maar ook in betekenis het kleine broertje of zusje. Noem het een korte of zelfs schattige legende.

    Nou is er – voor zover ik begrijp – ergens wel een gevoelsmatig verschil tussen het Nederlandse legende en het Engelse legend, maar aldus de huidige (wereldwijd) erkende betekenis houd ook ik voor het ZLL de voornaamste betekenis van sprook aan als zijnde ‘een volksverhaal met een geschiedkundige grondslag.’ Dat past ook het beste bij ‘sproke’, het Vroegmiddelnederlandse woord en voorloper van sprook met de betekenis ‘verhaal, vertelling’.

    * Sprook is gemeenslachtig


    Moeder (Aanhaling)

    van A. J. de Ridder, ook wel bekend als Willem Elsschot:

    Als vader slaapt gelijk een rustig beest,
    en in zijn droom herkauwt en zalig lacht,
    dan ligt gij wakker, starend in den nacht,
    en roept uw zoons en dochters voor den geest.

    Zij zijn gevloôn, als gieren voor ’t tempeest,
    met stukken van het oude nest bevracht,
    waarin gij dubbend op hun terugkeer wacht,
    maar op de klok het woord des tijds niet leest.

    Laat niet uw dagen slinken in verdiet;
    geen macht die tanden aan uw mond verstrekt,
    of ooit weer zog in uwe borsten wekt.

    Er is niets aan te doen, zoals gij ziet.
    Drink dus een borrel bij een passend lied,
    daar schele Piet reeds met uw tenen trekt.


    -Ling(e)

    De achtervoegselen in goede banen leiden houdt mij van de straat. Elke keer als ik het ‘eindelijk door heb’, komt er weer iets nieuws om den hoek kijken wat mij op een spoor brengt van ’toch niet helemaal door’, met een rits aan wijzigingen als gevolg.

    De achtervoegselen -ling en -linge zijn hier mooie (ingewikkelde?) voorbeelden van.

    -ling‘ is namelijk in den regel mannelijk tenzij deze ook voor vrouwen toepasbaar is, dan is het gevormde woord gemeenslachtig. Zoals maaglingzuigeling of boreling – allen gemeenslachtig. Dit verschil staat ook duidelijk vermeldt in het WNT, maar ik las eroverheen, met als gevolg dat ik aan de verbeterij kon.
    Dit achtervoegsel is ook toepasbaar op bijwoorden die kunnen worden gevormd van: zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden en werkwoorden (bijvoorbeeld: mondelingonderlingplotselingzonderling, enzovoorts enzovoorts).
    Het achtervoegsel wordt uiteindelijk breder toegepast dan wat dit onderstuk vertoont, maar het ging mij met name om de geslachtstoepassing.

    -linge‘ is te allen tijde vrouwelijk en inzonderheid geliefd om een deftige toon te bewerkstelligen, of om juist een nadruk te leggen op het geslacht (zoals bijvoorbeeld ‘borelinge’ voor een pasgeboren meisje). De -e aan het einde van -ling kan ook weer een aanduiding zijn voor juist een gemeenslachtig gevormd woord, maar zover ik kan terughalen is dat niet gebruikelijk in het geval van -ling.

    Tot slot is het van belang dat -ling niet wordt verward met -ing, zoals brokkeling, wat lijkt op -ling, maar komt des stams des werkwoords brokkelen af, dus brokkel + -ing (niet brokke + -ling).


    Lijstenzuil en Woordenzuil

    De taalzuil van het ZLL is niet meer, maar is vervangen door iets waardigers.

    Ik vond den naam taalzuil nooit he-le-maal in den smaak vallen. Gewis nadat de mensenzuil was opgezet voelde het alsof een bladzijde die is toegewijd aan een meervoud van zaken (zoals ‘mensen’) geen voorvoegsel zou moeten hebben in enkelvoud (’taal’), maar los daarvan, wat doe je eigenlijk met taalzuil? Het is niet alsof daar meerdere talen besproken werden. Het ging enkel om het Nederlands.

    Voorheen was er een, nu zijn er twee.

    De taalzuil is in tweeën geknipt met ieder een eigen zuil. De lijstenzuil, die alle woordenlijsten bevat:

    En de woordenzuil, voor het woordenboek en alle woordsoorten. Met name het woordsoort-gedeelte had meer ruimte nodig gezien het overzicht van aardige afmeting is (en almaar groeit).


    Woordherkomst

    Een nieuwe toevoeging voor de woorden die op de woordenlijst staan van ‘Onvertaalde leenwoorden’. Woordherkomst stond er nog niet bij voor deze woorden op de schrijfstukken zelf, maar op de desbetreffende bladzijden leek het mij handig dat het daar wel staat aangegeven, zodat een bezoeker of bezoekster begrijpt waarom het woord ook op die woordenlijst aanwezig is. Ezel, om maar een voorbeeld te noemen, heeft al een aardige afstand afgelegd des Latijns asellus.

    Het ZLL heeft niet de eerzucht om een volledig bestand te zijn voor woordafleidkunde, maar voor wanneer het van aanvullende waarde is zal dit worden aangegeven.


    De Wadde(n)zee

    20 herfstmaand 1932. De Zuiderzee wordt ambtelijk hernoemd naar ‘het IJsselmeer‘ aan de ene zijde van den onlangs voltooide Afsluitdijk en ‘de Waddenzee‘ aan de andere.

    Nu is de vraag, waarom was voor deze naam destijds gekozen? Wadden-zee? Deze vraag werd gesteld door een vriendin die de eerste wenkbrauw hees.

    Waddenzee is een samenstelling van wadden en zee. Wadden komt des werkwoords ‘waden’ af, dat vermoedelijk onder invloed des zelfstandigen naamwoords ‘wad’ of ‘wadde’ (ondiepe doorwaadbare plaats) wadden werd. In het Noorden kwam ‘wadden’ vaker voor dan ‘waden’ (al zijn er ook vergelijkbare werkwoorden als ‘watten’ en ‘waaien’). Aldus een aantekening op de etymologiebank is den naam Waddenzee uiteindelijk een negentiende eeuwse leenvertaling des Duits Wattenmeer.


    De Aantallen

    • Bladzijden: 1.749 (+148)
    • Inhoudrijke bladzijden: 634 (+48)
    • Bladzijdebewerkingen sinds het begin: 6.325 (+502)

    Afbeelding (achtergrond): CmgleeCC BY-SA 3.0, middels Wikimedia Commons
    Afbeelding (vormgeving): C. Righart