Auteur: C. J. Righart

  • Nieuwsbrief der Lage Landen 22: UE

    Nieuwsbrief der Lage Landen 22: UE

    De quellingen, die ’t U E. belieft heeft mijne liefde toe te leggen

    —P. C. Hooft (1581-1647)


    De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek. Uitsluitend beschikbaar op Righartswoord. Tekene in om op de hoogte te blijven.


    Geachte lezenaar(ster),

    in een paar vorige uitgaven—gericht, NLL16 (deel 2) en NLL21—had ik weer eens wat ouds toegevoegd, wat onzer taal statige schrijfstijl opgerakeld; de afkorting UE. Dit riep wat vragen op tijdens het nazicht en ik zal de toelichting die destijds was gegeven hier met UE delen.

    Ik—en dus ook het Zaakwoordenboek der Lage Landen—streef te allen tijde naar zeer verzorgde schrijftaal; de zoektocht naar de volmaakte Nederlandse zin. Vandaar dat ik niet schuw om onder andere verouderde woorden en oude naamvallen te bezigen. De Nieuwsbrief der Lage Landen is daar weer ene weerspiegeling van, want wisselkeusrijke woordenlijsten en woordenboeken zijn fraai, maar als hun inhoud niet middels vertellingen wordt gedeeld blijft hun versteendheid immer zo.

    Als wij het hebben over “zeer verzorgde schrijftaal” vind ik het van belang—even los van begrijpelijkheid of onderwerpelijke schoonheid—dat bepaalde verbasteringen bewust of onbewust moeten worden ontacht. Eén zo een voorbeeld waar ik in den beginne een beetje mee stoeide is het voornaamwoord “u” en in welke persoon deze te schrijven.
    Namelijk, “u” hoort eigenlijk in de derde persoon enkelvoud te worden geschreven, alhoewel steeds vaker—nagenoeg uitsluitend—de tweede persoon wordt gebezigd. Ter vergelijking:

    Derde persoon

    • is
    • kan
    • heeft
    • wil
    • zal

    Tweede persoon

    • bent
    • kunt
    • hebt
    • wilt
    • zult

    Menig moedertaalspreker in het jaar 2024 zal echter voornamelijk bekend zijn met ene samenvoeging dier twee lijsten dan zozeer uitsluitend een der twee lijsten. Bijvoorbeeld, waar ik opgroeide was het gebruikelijker om u heeft te zeggen in plaats van u hebt.
    Niet verbazingwekkend, want zoals het WikiWoordenboek terecht aangeeft, de jij-vervoegingen winnen grond. Doch, om het in te dampen tot enkel vervoegswijzen erkent niet het verschijnsel dat men elkaar—in omstandigheden wanneer deze ertoe doen—dus vaker rechtstreeks in de tweede persoon aanspreekt dan in de derde persoon; waarbij het laatste beleefder is (gewis met onbekenden).

    De oplettende bezoek(st)er van het ZLL zal zijn opgevallen dat daar de derde persoon de voorkeur geniet als aanspreekvorm, om dezelfde reden tevens deze brieven. Weliswaar niet altijd, want in geval van den brieven verkeerde ik mij weleens in tweestrijd als het gaat om hoe de lezer zou moeten worden aangesproken wanneer u wordt gebruikt – waarbij ik de onvormelijke jijje, en jou als streng verboden heb verklaard; ik laat de eindeloze je-beziging—ongeacht de mate waarin men elkaar kent—aan anderen over.

    Mijn oplossing: UE.

    “UE” is (hele) oude briefstijl uit de 17de/18de eeuw; ene afkorting van U Edele of Uwe Edelheid en als aanspreekvorm tot gelijken en meerderen gebruikt. Wanneer uitgesproken klinkt het als uwee (of uwé), en soms zo ook geschreven (alhoewel dit als lagere stijl wordt beschouwd); dit laatste kent tevens de bezittelijke vorm uwees (of uwé’s).

    Een rits willekeurige voorbeeldzinnen:

    • UE / Uwee / Uwé heeft uitstekend werk geleverd.
    • UE / Uwees / Uwé’s deskundigheid is van onschatbare waarde.
    • Ik wil graag UE / uwees / uwé’s mening horen.
    • Ik ben benieuwd naar de voorstellen die UE / uwee / uwé heeft.
    • UE / Uwees / Uwé’s bijdrage aan der ploeg wordt gewaardeerd.

    Zowel ik als het ZLL zijn uiteindelijk voortbrengselen der eind twintigste eeuw en begin eenentwintigste eeuw, onderscheidenlijk. Zodoende schrijf ik noch als Vondel, noch als Hooft, en verwacht dat dit ook geen weêrkeer zal maken in de tijd waarin ik leef, maar het voelt alsof een soort kantelpunt de kim nadert. De verloedering wordt door sommigen als welwillend ervaren—want het zou bijvoorbeeld de afstand tussen ons verkorten—maar tegelijkertijd lees en hoor ik nu en dan tevens de ergernis van zij die de achteloze aanspreekwijze niet (altijd) kunnen waarderen.

    UE is wellicht ene deftige brug te ver, maar—om maar wat te noemen—een einde aan “Bedankt voor je bestelling! 🎉” en terugkeer naar “Hartelijk dank voor uw bestelling.” zou ik reeds als winst beschouwen.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart

  • “Mijn lot is zaligheid”

    “Mijn lot is zaligheid”

    Laaglandse Dichterij is ene gedichtenreeks onder het vaandel van het Zaakwoordenboek der Lage Landen waarin werken van dichters en dichteressen uit de Lage Landen worden uitgelicht. Opdat wij hun woorden, hun bekoring en hun bijdrage aan het Nederlands nooit vergeten.


    De waarde van vrouw en kind

    Schoon ik de gunst der grooten mis, 
    De weiflende fortuin mij ongenegen is, 
    Ik heb nog vrouw en kind, God dank! en brood voor beiden: 
    Een’ vrouw, die mij zoo teêr bemint, 
    In reine huwlijkstrouw haar’ hoogsten wellust vindt, 
    En om geen lief of leed van mijne zij’ zou scheiden; 
    Een kind, dat, vrolijk en gezond, 
    Met rozen op de wang en lachjes om den mond, 
    Nog van geen’ rampspoed weet in zijn onschuldig leven: 
    Wat klaag ik dan om leed of druk? 
    Mijn lot is zaligheid – ik smaak het hoogst geluk:…. 
    ‘k Wil voor geen’ koningskroon mijn wijf en jongen geven!

    —Hajo Albertus Spandaw (1777-1855)

  • Nieuwsbrief der Lage Landen 21: Schildmaagd

    Nieuwsbrief der Lage Landen 21: Schildmaagd

    Met trots en kracht, in de strijd geweven,
    De schildmaagd, onversaagd, strevend naar leven.


    De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek. Uitsluitend beschikbaar op Righartswoord. Tekene in om op de hoogte te blijven.


    Geachte lezenaar of lezenaarster,

    deze week had ik een ander woord in gedachten, maar nadat afgelopen zaterdag een bepaald NRC-schrijfsel op mijn X-tijdlijn verscheen—door enige beroering en een verscheiden aanbod van aanmerkingen gevolgd—ging ik terug naar de tekentafel.
    Namelijk, ene vrouw, Eva Vlaardingerbroek genaamdhad de eer om in hun schijnwerpers te mogen staan. Het licht op de verhoging kon echter de Schmittiaanse vriend/vijand-onderscheiding niet geheel verbergen, en er is veel over het stuk te zeggen, maar wat ik eigenlijk boeiender vind was het woord “schildmaagd”.

    Na wat zoekwerk op de zaterdagochtend viel het mij op dat de oude woordenboeken die ik meestal raadpleeg schildmaagd niet kennen, en zelfs in jonge(re) woordenboeken komt het woord weinig voor, dus hoe zit dat? Wat is ene schildmaagd?

    Vrijwaringsbepaling: voordat uwee verder leest, dit is niet mijn vakgebied, dus hale het niet als bron aan. Verrichte uwees eigen onderzoek.

    De schildmaagd (Oudnoors: skjaldmær; Engels, leenvertaling daarvan: shieldmaiden), een gedaante uit de Scandinavische volkskunde en gemaarte, is ene krijgsvrouw die met moed en strijdlust in verband wordt gebracht; zij die ongehuwd is en heeft gekozen om als krijgeres te leven.

    Hoewel het begrip “schildmaagd” voornamelijk in de Oudnoorse verhalen voorkomt zoals de fornaldarsögur (‘verhalen des oerouden tijdperks’) en het Latijnse werk Gesta Danorum (‘Daden der Denen’) van Saxo Grammaticus (‘Saxo de Geletterde’), is er betwisting over de geschiedkundige samenhang ervan. Onderzoek(st)ers zoals Judith Jesch hebben gepoogd des begrips oorsprong te achterhalen, maar er is geen sluitend bewijs dat schildmaagd uit het Viking-tijdperk dagtekent en dus een jonger bedenksel zou zijn.

    De schildmaagd is te vergelijken met marelijke gedaanten zoals de Walkuren en Amazonen, maar afhankelijk van de bron verschilt haar rol. In sommige verhalen wordt zij als ene krachtige en dappere krijgeres afgeschilderd, terwijl in anderen zij ene meer zinnebeeldige of beeldsprakelijke betekenis heeft. Voorbeelden van schildmaagden die in de Noorse sagen bij name worden genoemd zijn onder meer Brynhildr (uit de Völsunga-sage), Hervor (uit de Hervarar-sage) en Thornbjǫrg (uit de Rolf Gautreksson-sage).

    Hoogachtend,
    C. J. Righart

  • “Hij is het beeld van d’Albehoeder”

    “Hij is het beeld van d’Albehoeder”

    Laaglandse Dichterij is ene gedichtenreeks onder het vaandel van het Zaakwoordenboek der Lage Landen waarin werken van dichters en dichteressen uit de Lage Landen worden uitgelicht. Opdat wij hun woorden, hun bekoring en hun bijdrage aan het Nederlands nooit vergeten.


    Uitboezeming

    Hém vloeit het hemelsch bloed door de onverbasterde ader,
    Hém, die weldadig is uit ingeschapen zucht;
    Hij toont zijne afkomst aan van dien algoeden Vader.
    In wiens ontsloten arm de lijdende onschuld vlugt;
    Hij is het beeld van d’Albehoeder,
    Hij, hulp en toevlugt van zijn broeder,
    Wien de omzwaai van het noodlot treft:
    Hij, in wiens ziel der deugden moeder,
    De deernis, zich verheft.

    —Hendrik Tollens (1780-1856)

  • Nieuwsbrief der Lage Landen 20: Vraaggesprek

    Nieuwsbrief der Lage Landen 20: Vraaggesprek

    De een zal spreken en de ander zal luisteren.


    De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek. Uitsluitend beschikbaar op Righartswoord. Tekene in om op de hoogte te blijven.


    Geachte lezenaar of lezenaarster,

    in de afgelopen weken was er veel beroering betreffende een bepaald interview tussen een Amerikaanse verslaggever en het Russische bewindshoofd. Daar ga ik hier inhoudelijk niets over zeggen—genoeg inzichten elders beschikbaar voor belangstellenden—maar waar ik wel iets over wil zeggen is een Nederlandse wisselkeus: vraaggesprek.

    Een vraaggesprek is enen geordenden vorm van onderreding waarbij een bevrager (of bevraagster) vragen stelt aan een ander (of meerdere personen), die de rol van antwoorder (of antwoordster) aanneemt. Eens vraaggespreks doel kan verschillen afhankelijk van den samenhang waarin het plaatsvindt, zoals nieuwsvoorziening, leergildig onderzoek, werving en uitkiezing, of voor andere doeleinden inlichtingen verzamelen.

    Het Engelse interview vindt zijn oorsprong in het Franse entrevue (‘ontmoeting’, ‘bijeenkomst’). Des vraaggespreks verraam is echter reeds eeuwenoud en kan tot de oude Griekse wijsgeren worden teruggevoerd; zoals Socrates, die bekend stond om zijn redeneerkunstige vraag- en antwoordwijze.

    Een der belangrijkste kenmerken eens vraaggespreks is den wisselwerkenden aard ervan, waarbij de bevrager en antwoorder(s) rechtstreeks met elkaar onderreden. Dit biedt de mogelijkheid om diepgaande inlichtingen te verkrijgen, meningen te peilen en inzicht te krijgen in de gedachten en gevoelens van den antwoorder(s) over het besproken onderwerp.

    Het vraaggesprekverloop omvat verschillende trappen, waaronder de voorbereiding, het vaststellen der doelstellingen, het opstellen van vragen en het ontleden der verzamelde gegevens. Het stellen van vragen en luisteren naar de antwoorden vereist een evenwicht die voor de bevrager belangrijk is, waarbij hij tegelijkertijd eerbiedig en inlevend streeft te zijn ten opzichte van den antwoorder(s).

    Naast de mondelinge vorm kunnen vraaggesprekken ook schriftelijk of middels andere middelen worden afgenomen, zoals beeldbellen of vragenlijsten op het web. Deze verschillende benaderingen bieden buigzaamheid en mogelijkheden om een breder aanbod aan antwoorders te bereiken, ongeacht hun plek of lichamelijke beperkingen.

    In de hedendaagse tijd hebben vaardkundige ontwikkelingen, inzonderheid het wereldweb en de maatschappelijke netwerken, het vraaggesprekverloop verder veranderd. Vraaggesprekken middels het web worden steeds gebruikelijker, waarbij gebruik van toepassingen zoals Zoom of Teams wordt gemaakt om op afstand te onderreden. Dit biedt nieuwe mogelijkheden, maar brengt ook uitdagingen met zich mee, zoals omgaan met doelmatige hinder en het behoud des gevoels der verbondenheid tussen bevragers en antwoorders.

    Kortom, het vraaggesprek is ene veelzijdige en krachtige onderredingswijze die in verschillende samenhangen en vakgebieden wordt gebruikt; of het nu gaat om nieuwsgaring, het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek, het uitkiezen van werknemers of het verkrijgen van inlichtingen.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart

  • “Mijn open hemel wacht”

    “Mijn open hemel wacht”

    Laaglandse Dichterij is ene gedichtenreeks onder het vaandel van het Zaakwoordenboek der Lage Landen waarin werken van dichters en dichteressen uit de Lage Landen worden uitgelicht. Opdat wij hun woorden, hun bekoring en hun bijdrage aan het Nederlands nooit vergeten.


    Over het overlijden van Theodorus Looman:

    Veelvoudig is uw werk geweest, 
    Eenvoudig was uw hart; 
    Veelzijdig uw begaafde geest, 
    Maar niet in ’t veel verward; 
    Uw waarde hebt gij nooit gevoeld, 
    Geen dan uws Meesters eer bedoeld, 
    En smaad en strijd getart.

    Uw levensdag was lang; de nacht 
    Verraste u op uw post; 
    Toen heeft die hand u afgelost, 
    Die machtig is en zacht; 
    Toen ving uw oor den liefdetoon; 
    Getrouwe dienstknecht, neem uw loon; 
    Mijn open hemel wacht.

    —Nicolaas Beets (1814-1903)

  • Nieuwsbrief der Lage Landen 19: Kymrisch

    Nieuwsbrief der Lage Landen 19: Kymrisch

    Hen Wlad Fy Nhadau

    Land Mijns Vaders.


    De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek. Uitsluitend beschikbaar op Righartswoord. Tekene in om op de hoogte te blijven.


    Geachte lezenaar of lezenaarster,

    het is enigszins schimpredig als een nieuwsbrief die geheel om het Nederlands draait aandacht geeft aan ener andere tale, maar dit kwam ik in ’t wild tegen waarna het gelijk een plek op Een Schoner Woord kreeg: het Kymrisch—de taal van Kymriëof in hun eigen taal gezegd, Cymraeg, bovenlands en hedendaags beter bekend als Welsh.

    Het Kymrisch behoort tot de Keltische taalsibbe en wordt hoofdzakelijk te Kymrië gesproken (Kymrisch: Cymru, Engels: Wales). Deze taal gaat terug tot de Keltische wijkingen naar Groot-Brittannië. Het Kymrisch deelt zijn oorsprong met andere Keltische talen, waaronder het Iers en het Schots-Gaelisch.

    In de middeleeuwen werd het Kymrisch gebruikt in letterkundige en godsdienstige geschriften. Een belangrijk geschiedkundig bewijsstuk in het Kymrisch uit die tijd is de Mabinogi (Engels: Mabinogion), ene verzameling van maren en sproken.

    Tijdens de Tudor-tijdspanne had de Act of Union ertoe geleid dat—alhoewel het land daardoor in zichzelf verenigde—het openbaar gebruik des Kymrisch werd onderdrukt, hetgeen een achteruitgang der taal als gevolg had. Doch, het Kymrisch heeft in de hedendaagse tijd een opleving doorgemaakt. De taal heeft wettelijke erkenning te Kymrië, en tweetaligheid is wijdverspreid. Het Kymrisch wordt in scholen onderwezen, en er zijn inspanningen om de taal levendig te houden en te bevorderen; een voorbeeld hiervan is de Deddf yr Iaith Gymraeg 1993 (‘Wet op de Kymrische Taal van 1993′).

    De spraakkunstige opbouw des Kymrisch is ingewikkeld, en het heeft ook een onvergelijkelijke letterlijst met enkele letters die in buurtaal Engels afwezig zijn (in de vorm van digrafen), zoals bijvoorbeeld “LL“, welke tevens een weergaloos geluid vertegenwoordigt (luistere).

    Hoogachtend,
    C. J. Righart

  • “Het heir der Perziaansche scharen”

    “Het heir der Perziaansche scharen”

    Laaglandse Dichterij is ene gedichtenreeks onder het vaandel van het Zaakwoordenboek der Lage Landen waarin werken van dichters en dichteressen uit de Lage Landen worden uitgelicht. Opdat wij hun woorden, hun bekoring en hun bijdrage aan het Nederlands nooit vergeten.


    Het heir der Perziaansche scharen
    Dat voor de Grieksche krijgsgevaren
    Den vaderlandschen grond verliet,
    Gaf ons het opzicht hunner schatten,
    Naar ’s Konings voorgang, op te vatten,
    Die tot de zorg voor zijn gebied
    Ons, zwakke grijzaarts, heeft verkoren.
    Keer, Koninklijke telg! ei keer!
    Breng Perzië zijn manschap weêr!
    Ach! kon ik ’t voorgevoelen smoren
    Dat me enkel somberheden spelt.
    De bloem van Azië is te veld;
    En, daar we in eindelooze klachten
    Om onze jonglingschap versmachten,
    Wordt in die wreede onzekerheid
    Een tijding zelfs vergeefs verbeid.

    —Isaäc da Costa (1798-1860)

  • Twee Jaar Oud

    Twee Jaar Oud

    Geachte lezenaar of lezenaarster,

    ieder jaar als het bedrijf dat het Zaakwoordenboek der Lage Landen in de lucht houdt mij de laatste rekening stuurt, voor nog een jaar ondersteuning, ben ik weer verrast dat wij twaalf maanden verder zijn. Het is vandaag twee jaar geleden dat ik besloot om mijn woordenlijsten (of eerder, woordenlijstjes) om te zetten naar een volwaardig raadpleegbaar hulpmiddel dat op zichzelf kon staan.

    Waar het begon met nul zijn dit de laatste aantallen:

    • 3.161 bladzijden, geheel en al.
    • 997 bladzijden die rijk aan inhoud zijn.
    • 54 bladzijden die een werk in uitvoering zijn.
    • 42 uitgelichte bladzijden.
    • 70 woordenlijsten*.
    • 11.693 uitgevoerde wijzigingen.

    * Dit aantal is zo hoog omdat iedere letter van de grote woordenlijsten telt als een eigen woordenlijst.

    Waar afgelopen jaar een hoop tijd ging zitten in vormgeving en ordening, is het grote kantelpunt dit jaar dat ik voor het grootste gedeelte wel tevreden ben met waar het nu is, en er dus hopelijk meer tijd zal gaan naar vulwerk (zover mogelijk).

    Nog een tevreden vinkje op mijn lijst van verworvenheden is een nieuwe reeks die vorig jaar (eindelijk) is begonnen: Taalschouwing. Toen het ZLL werd gesticht had ik reeds dit denkbeeld; alhoewel met een speelse insteek, een oprechte beoordeling van hoe het Nederlands nu wordt gebezigd. Gezien hoeveel tijd het kost zal dit niet regelmatig zijn, maar voor nu en dan een leuke aanvulling op waar het zaakwoordenboek voor staat.

    In het jaar onzes Heren 2024 is het ook van belang dat het een en ander wordt bijgesteld. Ik heb met de Nieuwsbrief der Lage Landen gespeeld—niet altijd wetende wat nou de leukste opzet is—maar deze kostte soms ook meer tijd dan ik wilde. Zodoende is de nieuwe opzet een (nog?) kleinere nieuwsbrief die hopelijk wel een stuk regelmatiger wordt uitgegeven. Ik hoop van de NLL een wekelijks verschijnsel te maken.

    Naast de wijzigende nieuwsbrief komt er ook iets nieuws aan, waarbij aankomende donderdag de eerste uitgave het daglicht zal zien; deels als vereffening voor de kleinere NLL; tevens met de bedoeling om een terugkerende reeks te zijn die wekelijks zal worden uitgegeven.

    Waarom deze veranderingen? Het ZLL is in alle eerlijkheid reeds te veel werk naast een voltijdse baan, en ik heb eigenlijk meer eerzucht dan dat.

    Toen ik vorig jaar met Taaldacht sprak benoemde ik een boek waaraan ik in de achtergrond werk, maar het kwartje is gevallen dat als ik dit binnen tien jaar wil afronden moet ik werkelijk meer tijd hierin gaan steken. Zo gezegd, zo gedaan. De één een langere voorrang, de andere een hogere.

    Een heildronk voor twintigvierentwintig.

    Gezondheid.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart

  • Nieuwsbrief der Lage Landen 18: De Wederkerende Aanblazing

    Nieuwsbrief der Lage Landen 18: De Wederkerende Aanblazing

    Ἐν τούτῳ νίκα.

    Hiermee zult gij overwinnen.


    De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek. Uitsluitend beschikbaar op Righartswoord. Tekene in om op de hoogte te blijven.


    Geachte lezenaar of lezenaarster,

    de verjaardag van het ZLL is om de hoek en de ingeving is tot mij gekomen dat mijn aanblazing zal (moeten) veranderen in 2024; ik zal hier meer over schrijven in ene andere uitgave.
    Wat ik wel alvast kan verklappen is dat het (enige) tastbare verschil de NLL zal zijn, waarvan dit de laatste uitgave is in zijn huidige vorm, en vanaf nummer 19 zal wijzigen; dit is onder andere om het boek—waarnaar ik vorig jaar in zoveel woorden had verwezen tijdens mijn gesprek met Taaldacht—meer tijd te kunnen geven, wil dit ooit af komen.

    Later meer, nu eerst maar eens wat voortgangszaken bespreken en wat uitgelichte woorden in de schijnwerpers zetten.

    De Schouwingenzuil

    Het groot onderhoud voor der lijstenzuil en woordenzuil moet nog komen, maar voor nu zijn er twee nieuwe zuilen op het ZLL bijgekomen.

    De eerste is de schouwingenzuil voor der (onregelmatige) Taalschouwing-reeks die ik sinds eind vorig jaar uitgeef. Gezien dit onder de mantel van het ZLL wordt uitgegeven, vind ik het nodig dat ook op zaakwoordenboek.nl een overzicht staat met de uitgaven en inzonderheid de regels hoe iedere schouwing wordt uitgevoerd.

    Koppeling naar de schouwingenzuil.

    De Nieuwszuil

    De tweede zuil is met een knipoog, want dit is niets anders dan de nieuwsbladzijde die reeds bestond, maar nu naar de voorzijde is verhuist. De insteek is vergelijkbaar met de Schouwingenzuil; beiden zijn koppelingen naar Righartswoord waar alle schrijfselen worden uitgebracht, maar bezoekers en bezoeksters zouden dit oord niet hoeven te kennen om op de hoogte te willen zijn.

    Koppeling naar de nieuwszuil.

    De Wederkering van X

    Twee jaar geleden, tijdens wijnmaandseinde, had ik aangegeven dat ik het ZLL naar de maatschappelijke netwerken zou brengen; dit duurde echter niet bijster lang. De tijd die zulke netwerken behoeven ging ten koste van tijd die aan vulwerke moest worden besteed wil het zaakwoordenboek ooit een waardig raadpleegbaar middel zijn. Zo gezegd, zo gedaan, het ZLL verliet de netwerken Twitter en Instagram.

    Evenwel, tijd was niet het enige wat mij terughoudend deed zijn. Ik betwijfelde of de opzet van iets als het zaakwoordenboek men daar zou kunnen aanspreken (en dit vraag ik mij nog altijd af), maar de wens om ene omvangrijkere aanwezigheid op het wereldweb te hebben is immerlijk.

    Uitkomst: X.com is terug, maar Instagram is verwijderd. Ik verwacht geen ware groei op wat voor maatschappelijke omstreek dan ook, maar het viel mij wel op dat Instagram geen groeimogelijkheden heeft, terwijl op X er op z’n minst iets van wisselwerking is.

    Uitgelicht, uitgelichter

    De woorden die in de Nieuwsbrief der Lage Landen aan bod komen zijn in wezen uitgelichte begrippen omdat zij naast (onder andere) hun schrijfwijze-overzicht en betekenis ook ene iets uitgebreidere omschrijving bevatten; dit is ook waarom het ZLL bewust niet het WLL heet (Woordenboek der Lage Landen).

    In een droombeeldige wereld zou letterlijk ieder woord deze inhoudrijke uitvoering genieten, maar tijd is schaars en dus doen wij het zo:

    “aanblazing”

    Vrouwelijk zelfstandig naamwoord.

    Aanblazing verwijst naar het streven naar doelen of verwezenlijkingen, vaak door vastberadenheid en eerzucht gekenmerkt. Het omvat het streven naar persoonlijke groei, vakkundig welslagen of het nastreven van droombeelden met vasthoudendheid en toewijding.

    Evenwoord aspiratie is aan het Franse aspiration ontleend.

    “mark”

    Vrouwelijk zelfstandig naamwoord.

    Ene mark is geschiedkundig gezien een grensgebied, vaak door stoffelijke kenmerken afgebakend, zoals vlieten of bergen. Zij dient als overgangsstrook tussen verschillende grondgebieden, waar handel, wisselwerking en soms botsingen plaatsvinden.

    Evenwoord grens is aan het Duits Grenze of Nederduits grenize ontleend.

    “uitmuntend”

    Bijvoeglijk naamwoord.

    Uitmuntendheid is een toestand van hoogwaardige hoedanigheid, vaardigheid of leesting. Iets of iemand die uitmuntend is, overstijgt de norm en onderscheidt zich op welwillende wijze door buitengewone eigenschappen of leestingen.

    Excellent is ene Franse vertaling.

    “houvast”

    Onzijdig zelfstandig naamwoord en bijvoeglijk naamwoord.

    Houvast betekent letterlijk iets waaraan kan worden vastgehouden. Zinnebeeldig duidt het op standvastigheid, gewisheid of richting in moeilijke omstandigheden. Het biedt een stevig verwijspunt, zowel lichamelijk als geestelijk, waardoor men in evenwicht blijft te midden van uitdagingen.

    Grip is ene Engelse vertaling.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart