Maand: juni 2026

  • Ene Koene Buiteling

    Ene Koene Buiteling

    Waarde lezer(es),

    op goed geluk of met onverschrokken moed, zo waagt men de sprong des doods.

    Wat men veelal afkort tot “salto” is in het Italiaans voluit salto mortale [dodelijke sprong]. Salto gaat terug op het Latijnse saltus [de sprong], afgeleid van het werkwoord salire [springen], en de toevoeging van mortale—van Latijn mors, mortis [de dood]—duidt op het levensgevaar dat ene mislukte uitvoering met zich brengt.

    In goed Nederlands, zij het bij wege van leenvertaling, bezigt men dodensprong.

    Dodensprong

    Mannelijk zelfstandig naamwoord

    Betekenis:

    1. Eigenlijk: ene koene buiteling door de lucht waarbij het lichaam zich geheel om de as wentelt; de halsbrekende sprong gelijk de koorddanser en de kunstenmaker dien vertonen.
    2. Bij overdracht: ene gewaagde en gevaarvolle onderneming waarvan de uitkomst hoogst ongewis is.

    Leze u meer hierover op zaakwoordenboek.nl

    Kunstenmakers uit Italië, die in de zestiende en zeventiende eeuw door het Avondland rondtrokken, vertoonden deze dappere kunstgreep, hetgeen mede verklaart waarom de Italiaanse benaming, en de uitdrukking een salto maken, wijd ingang vonden.

    Deze uitdrukking kent ook andere betekenissen. De Duitse schrijver en wijsgeer Friedrich Heinrich Jacobi—bekend van zijn werk over de nietszin [nihilisme] als noodzakelijk gevolg der beweging die men ‘de verlichting’ noemt—bezigde in zijne briefwisseling over Spinoza Salto mortale om den sprong van het redelijke denken naar het geloof aan te duiden, ene gedachte die later bij den Deensen denker Søren Kierkegaard weerklank vond.

    In andere talen is de dodensprong eveneens herkenbaar:

    • In het Frans bezigt men eerder saut périlleux [gevaarlijke sprong], wat het begrip van de dood vermijdt en meer richt op het gevaar. Doch bestaat er een volwaardige tegenhanger in den minder gangbaren vorm saut de la mort.
    • Het Engels gebruikt het ontleende somersault, dat door het Middelfranse sombresault teruggaat op het Oudprovençaalse sobresaut, samengesteld uit sobre [over, boven] en saut [sprong], welk laatste lid van het Latijnse saltus afstamt.
      Er is daarnaast tevens een verwante inheemse vorm genaamd death drop, doch deze is niet een-op-een met den dodensprong te vergelijken. Heden ten dage duidt dit op een begrip uit den dans, namelijk een plotselinge val achterover.
    • Het Duits verkort Salto mortale in de lijfoefening doorgaans tot het kale Salto, maar het belangwekkende is dat bij onze buren een inheemse tegenhanger bestaat die woord voor woord met de onze overeenstemt: Todessprung.
    • Het Deens hanteert hetzelfde, met salto naast dødsspring.

    Tot slot, voor het geval de woorden uit de kop onbekend zijn: koen is een bijvoeglijk naamwoord in de betekenis van ‘onverschrokken, stoutmoedig’ en buiteling is afgeleid van het werkwoord buitelen [koprollen, tuimelen].

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ

  • Onderstapel

    Onderstapel

    Geachte lezer(es),

    dit is in wezen een korte aanvulling op de vorige uitgave (NOT 49), maar bewust uitgesteld als aankondiging voor nummer vijftig van deze nieuwsbrief, gezien de “vanzelfbrief” (de brief die vanzelf in uw postvak verschijnt) hiermee is teruggekeerd.

    Toen het verraam van Neêrlants Gemaect werd verwezenlijkt verliet de Nieuwsbrief der Lage Landen—welke de oude naam van Nieuws Onzer Taal is—schrijfstede Ghost om weer alles in eigen beheer te doen. Het gevolg was het verlies der mogelijkheid om op de nieuwsbrief in te tekenen, want de invoegtoepassingen die ik had bekeken of zelfs gepoogd ter vervanging waren zij geen van alle niet door de keuring gekomen. Ofwel waren zij lastig in beheer, ofwel werden zij door firewalls tegengehouden – op zijn zachtst uitgedrukt niet een wenselijke omstandigheid.

    De oplossing: Nieuws Onzer Taal zal voortaan op twee plekken worden uitgegeven:

    • Op Neêrlants Gemaect (gemaect.nl), de bron, die de bron ook blijft, alhoewel zonder mogelijkheid om in te tekenen.
    • Elders op Substack (nieuwsonzertaal.substack.com), die wel de mogelijkheid heeft om (kosteloos) in te tekenen.

    Tot slot, met de huishoudelijke mededelingen achter de rug, nog iets over de eerder genoemde schrijfstede.

    Schrijfstede

    Nieuwvormingen voor lastige leenwoorden leiden tot lastige zwarigheden, maar soms verschijnt de mogelijkheid om iets ouds te kunnen afstoffen dan iets volledig nieuws te hoeven munten om zo over deze taaldrempel heen te stappen.

    Het Middelnederlandse woord scrijfstede of schrifstede [schrijfstede] betekent letterlijk ‘een plaats waar wordt geschreven; scriptorium‘, inzonderheid met betrekking tot waar kloosterlingen deze werkzaamheden verrichten. Volgens het WNT lijkt dit woord in het Nieuwnederlands in onbruik te zijn geraakt, doch zal dit woord thans nieuw leven worden ingeblazen.

    Terwijl ik deze brief aan het schrijven was zocht ik naar iets wat ik zou kunnen gebruiken voor het Engelse blogging platform (alhoewel platform in onze taal niet onbekend is, blijft deze een ontlening), dat geen Nederlandse tegenhanger kent en laat schrijfstede nu toevallig heel mooi aansluiten in eenzelfde reeks als nieuwvorming webstede (die is bedacht als een vaderlandser evenwoord voor het Engelse website).

    Meer hierover op het Zaakwoordenboek der Lage Landen: Schrijfstede.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ

  • Bronnen des Nederlands

    Bronnen des Nederlands

    Geachte lezer(es),

    de tijd om iets grootsers te dromen is aangebroken.

    Weinig taalpraat ditmaal, en meer aandacht voor wederom wat huishoudelijke mededelingen.

    Zo vlug de tijd verloopt, zo is NG weer bijna een jaar oud. Dit vroeg om een talmatige opfrissing. De voorzijde is volledig herontworpen en bevat nu, naast eigen werken en die van derden, ook waardevolle bronnen die ik zelf veelal raadpleeg.

    De volgorde der bronnen is willekeurig; het betreft een eerste poging tot samenstelling van werken die voor heden inzonderheid op het wereldweb te raadplegen zijn. De ware taalkundige zal ook menig boek naast zich hebben—gelijk ikzelf, als bevlogen leek—doch op een webstede als NG is het begrijpelijker zich tot het talmatige te begrenzen.

    De lijst zal met de tijd mogelijk uitbreiden, maar voor heden gaat het om deze:

    WikiWoordenboek

    “Het WikiWoordenboek, in 2004 van wal gestoken als Nederlandstalige tak van het wereldwijde Wiktionary, wil alle woorden uit alle talen beschrijven—met spelling, uitspraak, herkomst, betekenis, verbuiging en vertaling—en stelt dit kosteloos en reclamevrij onder een vrije vergunning ter beschikking. Een ieder mag de bladzijden bewerken, en bij de schrijfwijze houdt men zich aan de richtlijnen van de Nederlandse Taalunie.“

    Het belang van het WikiWoordenboek is eenvoudigweg in zijn omvang gelegen. Er is heel veel te vinden, waaronder afwijkende spellingen, volledige overzichten met vervoegingen en zelfs gegevens over hetgeen de opstellers zelf niet eens bewust toepassen.

    Historische woordenboeken

    “De Geïntegreerde Taalbank bundelt de oude woordenboeken van het Nederlands en vormt het eerste onderdeel van een groter raamwerk dat het Instituut voor de Nederlandse Taal opbouwt om onderzoek naar onze taal en cultuur door de eeuwen heen te ondersteunen. Beginnend met het Woordenboek der Nederlandsche Taal in 2007 zijn daar gaandeweg ook het Vroegmiddelnederlands, Oudnederlands en Middelnederlandsch Woordenboek alsook het Woordenboek der Friese taal aan toegevoegd, bekostigd langs de Nederlandse Taalunie.“

    Er is niet in woorden uit te drukken hoe waardevol de GTB werkelijk is. Ik geef in de regel Taaldacht en de BTL alle lof als het gaat om de oorsprong van zowel het Zaakwoordenboek der Lage Landen als Neêrlants Gemaect, maar zonder de GTB was het er allemaal denk ik nooit geweest.

    Etymologiebank

    “Op de Etymologiebank vindt men de herkomst en geschiedenis van Nederlandse woorden, bijeengebracht door Nicoline van der Sijs, die hiertoe de inhoud van talrijke wetenschappelijke woordenboeken en naslagwerken kosteloos bijeen heeft gebracht en doorzoekbaar gemaakt. Door één woord op te zoeken krijgt de gebruiker de duidingen uit verscheidene bronnen naast elkaar te zien, zodat de ontwikkeling van een woord door de tijd heen overzichtelijk wordt.“

    Is het echt Nederlands, of moet daar een sterretje achter staan? De Etymologiebank is een onmisbaar hulpmiddel voor een ieder met de geringste belangstelling voor woordherkomst.

    Synoniemen.net

    “Synoniemen.net is een eenmanszaak van Arjen van Kol, waar men in een doorzoekbare gegevensbank evenwoorden kan opzoeken—naar bekendheid of letterordening geordend—alsook woorden tussen eenenveertig talen kan overzetten. De verzameling berust grotendeels op eigen vergaring, aangevuld met rechtenvrije bronnen en het werk van anderen, en is auteursrechtelijk beschermd.”

    Vergelijkbaar met het WikiWoordenboek is ook hier de omvang de grootste verdienste; zo bevat de webstede zelfs de Woordenlijst Onnodig Engels alsmede Een Ander Woord van Charivarius, naast andere bronnen.

    Woordenlijst.org

    “Op Woordenlijst.org staat de ambtelijke schrijfwijze van het Nederlands, een gegevensbestand dat door het Instituut voor de Nederlandse Taal in opdracht van de Taalunie wordt verzorgd. Deze schrijfwijze, vastgesteld door het Comité van Ministers en begeleid door de Commissie Spelling, geldt als verplichte norm voor onderwijs en overheid in zowel Nederland als Vlaanderen.”

    Dit valt onder het kopje van ‘dit behoorde een ieder te kennen’, maar meer dan dat is er niet over te zeggen. Het mist de inhoud van een volwaardig woordenboek, en de verfijning van menig woordenlijst, maar het is makkelijk raadpleegbaar en toch van belang, gewis bij zakelijke of rechtsgeleerde teksten. Het enige wat men zou moeten onthouden: deze webstede bevat niet alle Nederlandse woorden; alsdan kan men beter de GTB raadplegen, die evenwel mogelijk jongere woorden ontbeert.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ

  • Toetsen voor Staven

    Toetsen voor Staven

    Geachte lezer(es),

    bijna twee jaar geleden waagde ik den sprong om ruinstaven te verweven met het Zaakwoordenboek der Lage Landen. Enerzijds omdat ik voor mijn groteren werke in wording het oudere Nederlands ook op eenzelfde oudere wijze wilde vertonen, anderzijds omdat de ruinstaven erfgoed zijn, hetwelk verdient te overleven.

    Evenwel, een woordenboek vullen met dit—voor onzen tijd nochtans—vreemde schrift is, met allerlei handmatig knip- en plakwerk, op zijn zachtst uitgedrukt tijdrovend. Om deze reden had ik een tijdje terug iets vervaardigd, een plaatselijke toepassing, waarmee ik snel woorden met ruinstaven kon samenstellen door middel van mijn eigen toetsenbord; en als ik dan toch bezig ben, waarom niet een ieder toegang geven?

    Zodoende verschijnt de nieuwste aanvulling voor Neêrlants Gemaect, ditmaal ene toepassing: het Ruinstaventoetsenbord; gemakkelijk te vinden en te delen met het volgende webadres:

    Knipsel van het ruinstaventoetsenbord.

    Onder het toetsenbord zijn tevens uitleg, toelichting en achtergrond te vinden zodat een ieder met vertrouwen het Nederlands zo kan uittikken. Houde u er rekening mee dat het dus inzonderheid om uitspraak draait, niet spelling. Daarnaast zal ook niet ieder woord vlekkeloos kunnen worden omgezet, zoals bijvoorbeeld het geval is met “reep” en “beer”, wier ee’s niet overeenkomen, doch beide met een ᛇ worden geschreven.

    Voorlopig is het eenvoudigweg een hulpmiddel om snel iets met ruinstaven te schrijven op een talmatig toestel naar keuze, zonder het voornemen daarvoor iets te bouwen dat het ook zou kunnen vertalen, maar wellicht wordt zulks op een dag uitgebreid.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ