De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek.
Geachte lezer(es),
de eerste NLL op Neêrlants Gemaect (NG) is nu een gegeven – vuurwerk verlicht de hemel en het lawaai van knallende champagnekurken vult het vertrek. Echter, de drieëndertigste uitgave is een droge en tevens beknopte, want het gaat enkel om de nieuwe nieuwsbrief.
De ingetekenden van (het inmiddels gesloten) Righarts Woord zijn overgezet naar NG, alhoewel hun onderscheidenlijke bevestigingen (wellicht) nog moeten worden gedaan. Wie dit bericht wel of niet ontvangt na uitgifte is dus even de vraag, want het is ook voor mij een nieuw stelsel om mee te werken. Indien er lezers en lezeressen in deze verhuizing verloren zijn gegaan zal ik hopen dat zij ooit hun weg terug zullen vinden.
Hieronder toch nog even iets ter sprake, zo afrondend, betreffende het intekenen.
Intekening
In de meest bekende betekenis betreft de intekening [abonnement] een overeenkomst waarbij iemand zich voor een bepaalde tijdspanne verbindt, vaak tegen regelmatige betaling, om een dienst, voortbrengsel of uitgave te ontvangen. Denk hierbij aan een krantenintekening of toegang tot een dienstverlener.
In de geldelijke wereld heeft intekening betrekking op het zich verbinden tot de aankoop van aandelen, schuldbewijzen of andere waardestukken bij hun uitgifte. Beleggers tekenen dan in op nieuwe uitgiftes, waarbij zij zich verplichten deze tegen een vooraf bepaalde prijs af te nemen.
Een derde betekenis ligt op maatschappelijk vlak: het ondertekenen of zich aansluiten bij smeekschriften, oproepen of handtekeningenwerving. Burgers kunnen zich zo intekenen om hun steun aan bepaalde zaken te betuigen.
Tot slot kan intekening het aangaan van lidmaatschap behelzen, waarbij iemand zich verbindt aan een lichaam, vereniging of beweging. Dit kan verschillen van sportverenigingen tot staatkundige groeperingen.
Ze is schoon, ze is jong: pas twintig jaren; Doch, in den vollen bloei der jeugd, Ze is wars van alle levensvreugd, Van dans en zang en spel en snaren; Zij vlecht geen bloemknop in de hairen; Zij rijgt voor weelderiger dos Het rouwfloers, dat haar kleedt, niet los.
—Hendrik Tollens, uit ‘De echtbreekster’ (1856-1857)
De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek. Uitsluitend beschikbaar op Righarts Woord. Tekene in om op de hoogte te blijven.
Geachte lezer(es),
alhoewel mijn andere schrijftaken nog lang niet zijn voltooid, is de wederkeer dezes nieuwsbriefs eerder dan gedacht. De reden hiervan is het verkeer van het ZLL, dat—om vooralsnog onduidelijke redenen—sedert een aantal maanden is vertienvoudigd. Enerzijds kunnen mijn bezoekers verkeerd worden geteld, anderzijds is het in elk geval een goed ogenblik voor onderhoud en een nieuwe brief, wel ja.
Vanaf deze uitgave is de NLL ook naar zijnen ouden vorme teruggekeerd, waarbij hij weer de nadruk krijgt op wat het zaakwoordenboek werkelijk doet, en niet zozeer een ruchtbaar middel om bezoekers aan te trekken.
Zwachtelspier
“Uitgelicht” is ook terug, tevens op de ZLL-hoofdbladzijde, en in deze uitgave gaat het om de musculus tensor fasciae latae, oftewel de zwachtelspier – een samenstelling van zwachtel [windsel] en spier.
De zwachtelspier is ene kleine, platte spier aan der zijde des bovenbeens, tussen heup en dij. Zij begint bij den voorsten bovenrande des bekkens en hecht middels de brede peesplaat aan den scheenbene. De spier spant de peesplaat aan, ondersteunt de kniestandvastigheid en helpt bij het zijwaarts heffen, buigen en naar binnen draaien der heup. Zij wordt door de bovenste bilzenuw aangestuurd en is belangrijk bij lopen, rennen en het standvastig houden des bekkens.
Beeldhouwer William Pacquet noemt deze spier (in het Engels) the dancer’s muscle, gezien deze inzonderheid bij balletdanseressen goed zichtbaar is, zoals bijvoorbeeld in de onderstaande beeltenis van Liudmila Ulantseva:
De naam van dit schrijfsel—De Spier der Wevinge—is ene verwijzing hiernaar. Het werkwoord weven heeft naast de ambachtelijke betekenis in het kader van weefarbeid ook een overdrachtelijke, namelijk ‘sierlijk dansen’ (in de uitdrukking met de voeten weven); en wevinge betekent ‘weefster’.
Verwijl hier, die het woord des levens in u-zelven, In ’t donker heiligdom der waarheid, op kunt delven, Die alles wat ge ervaart en buiten u aanschouwt – Al wat de rede op tal, en maat, en oorzaak bouwt, En naar een zamenstel van eerste formlen regelt, Niet met de magtspreuk van onfeilbaarheid bezegelt; Maar stout hertoetsen durft, en grootscher proefsteen kiest, In ’t oord, waar tal en maat zijn waarde en kracht verliest! Houd op dien eeuwgen echt uw vorschend oog geslagen; Op beider sferen, die elkaâr omhelzend schragen! Zij brengen, in hun levensdragt, ’t onsterflijk woord, Dat eeuwig was, en is – maar schooner zijn zal, voort.
—Johannes Kinker (1764-1845)
Geachte lezenaar(ster),
eenenzeventig dagen geleden was de vorige brief—NLL #31—en sedert die uitgave is het stil geweest, en zal het tevens de komende tijd ruchteloos blijven. Gisteren was het Zaakwoordenboek der Lage Landen drie jaar oud geworden, en wanneer ik gewoonlijk zou terugblikken op het afgelopen jaar met een blik vooruit zal ik in plaats daarvan een nog langer verwijl aankondigen. Righarts Woord blijft voorlopig in de lucht, maar nieuwsbrieven zullen uitblijven.
De reden voor al dit is dat het boek waar ik nu hard aan werk al mijn aandacht geniet. Wat begon als een lichamelijk naslagwerk voor de moeite die in het ZLL ging (en gaat) is inmiddels ver buiten die kaders getreden en uitgegroeid tot een hopelijk levenswerk. Een woordenlijst leidde tot een verhaal; een verhaal tot een wereld; een wereld tot een spel, zodat dit verhaal in deze wereld in gezelschap kan worden ervaren. Dit verraam en al zijn bijzonderheden, volledig en overtuigd met wortels in onze taal geschapen; met een gevoel dat strookt alsof dit uit onze streken voortkwam.
Ik verwacht niet dat ik veel inlichtingen zal delen over de inhoud tot het boek een gegeven is, maar om een beeld te geven van zijn omvang: achterin is een begrippenlijst—inzonderheid als hulpmiddel voor de lezer/spelers, maar zij is daarnaast ook een leermiddel voor de belangstellende van het oudere Nederlands—en toen deze brief werd geschreven bevatte deze lijst 6.459 woorden van plaatsen, mensen, gebeurtenissen en meer (waarbij er nog vele nieuwe begrippen zullen volgen).
Dit brengt mij tot 2025. Een rustig jaar wat berichtgeving betreft. Ik zal niet vooraf uitsluiten dat er toch NLL’s aankomen voordat 2026 is aangebroken, maar ik acht de kans voorlopig gering. Een nieuwsbrief schrijven zou geen half werk moeten zijn en als mijn gedachten zich elders bevinden is het beter om even verwijl in te lassen.
Die Kato dus beticht, is die wel buiten schuld? Het geen hy voorneemt kan my niet verschrikk’lyk weezen. Die op de deugd steunt heeft voor de ondeugd steets te vreezen; Dies moet ik acht slaan op de list en schranderheid. Een mond, die vruchtbaar is in streeken, snood beleid, Zoekt my in stilligheid uit dit Paleis te trekken… Hoe schrikt gy? kan myn zorg in u die vrees verwekken? Een overtuigd gemoed ontdekt zyn eigen schuld.
—Pieter Langendijk (1683–1756) uit “Julius Cezar en Kato”
De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek. Uitsluitend beschikbaar op Righartswoord. Tekene in om op de hoogte te blijven.
Geachte lezenaar(ster),
wijnmaandseinde nadert, tijd voor enen nieuw onderwerpe en tegelijkertijd het onderwerp onzes tijds: kunstmatige schranderheid, ofwel kunstmatige intelligentie ofwel artificiële intelligentie ofwel “ee-ai” (afkorting voor het Engelse artificial intelligence).
Voordat wij voortzetten wordt deze brief onderbroken voor een nieuwe uitgave van Taal Is In Beweging™! Dit keer, een onvergelijkelijke zwangse aankondiging die onlangs in mijn postvak verscheen.
Aanschouwe, het overhemd!
Neen…
Het overshirt!
Naam van de zaak eruit geknipt
Ontdek staat in de gebiedende wijs, dus ik hoop dat uwé begrijpt dat deze verkenning niet vrijwillig is. Het vest overshirt ziet er geriefelijk uit en ik ben van mening dat het een hedendaagse Engelse draai zal geven aan iedere kleerkast die deze behoeft.
Zover deze uitgave van Taal Is In Beweging™; nu weer verder met het schrijfsel.
Kunstmatige Schranderheid
Wat men ee-ai noemt is in veel gevallen een GPT-model, waarbij GPT een Engelse afkorting is van Generative Pre-trained Transformer, waar zover ik kon vinden nooit een Nederlandse tegenhanger is gemunt (op het vrij letterlijke ‘Generatieve vooraf getrainde transformator‘ na, wat wel iets Nederlandser is). Om dit stuk niet nog langer te maken ga ik er nu niet verder op in, maar mogelijk kan hiervoor een leuke evenknie worden bedacht.
Zelf bezie ik kunstmatige schranderheid als een vernuft potlood—zolang het maar niet om wijsbegeerte, zedelijkheid of geschiedenis gaat, zeg ik daarbij—maar hoe scherp is dit potlood geslepen? Als wij deze onderredingstuigen zouden verzoeken om het Nederlands te veredelen, lukt dit hen? Wat als wij de schranderheden tegen elkander laten strijden, welke spreekt dan het beste Nederlands?
Ik heb een leenwoordenrijk stukje voorbereid. Deze bewoordingen zullen de schranderheden moeten veredelen zo goed als het lukt, waarna zij hun eigen leesting moeten beoordelen met een waarderingscijfer op het eind. Achteraf zal ik hun opdrachten nakijken, vergelijken en een winnaar kiezen. Dit zal ik op gevoel doen, want zo ernstig is deze oefening niet.
Dit kregen zij gevoerd:
Ik wil dat u een tekst leest (hieronder als “Te schouwen tekst” aangeduid) en vervolgens drie opdrachten uitvoert met dat stukje tekst. Ik deel eerst de tekst zelf en daarna de drie opdrachten. Voer eerst “Opdracht 1” uit, daarna “Opdracht 2”, daarna “Opdracht 3”.
Te schouwen tekst: “Volgens Ferdinand de Saussure bestudeert de linguïstiek (de participerende sociale code waarmee mensen communiceren, dus een abstract systeem dat hij “langue” (taal) noemt en dat strikt gediscrimineerd wordt van de individuele taaluitingen, die hij betitelt met de term “parole” (woord). “Langue” is dan de collectieve cognitie van een congregatie van gebruikers, en dus precies het segment van taalgebruik dat zich leent tot wetenschappelijke observatie en exposé. Bovendien is deze abstracte taal de essentie van het taalgebruik, los van de cosmetische en casuele differenties tussen gedragsreflexen.”
Opdracht 1: herschrijf de “Te schouwen tekst” waarbij—in de nieuwe herschreven tekst—alle mogelijke leenwoorden (dit houdt in: Nederlandse woorden met een uitheemse oorsprong/etymologie) worden vermeden en vervangen door inheemsere evenwoorden/synoniemen. De tekst mag meer of minder woorden bevatten zolang de oorspronkelijke betekenis niet verloren gaat.
Opdracht 2: zie uw herschreven tekst zelf na. Leg uw gemaakte keuzen uit. Wees grondig en uitgebreid.
Opdracht 3: op een schaal van 1 tot 10, geef uw herschreven tekst een waarderingscijfer over de hoedanigheid van het Nederlands.
Zij, de deelnemers, zijn als volgt (tot drie beperkt omwille des schrijfsels lengte):
ChatGPT, van OpenAI.
Grok, van xAI.
Gemini, van Google.
Deelnemer #1: ChatGPT
Uitvoering: GPT-4o mini.
Opdracht 1: Herschreven tekst zonder leenwoorden Volgens Ferdinand de Saussure onderzoekt de taalwetenschap de gemeenschappelijke afspraken waarmee mensen met elkaar spreken. Dit noemt hij een stelsel dat hij “taal” noemt, en hij maakt een scherp onderscheid met de persoonlijke taaluitingen, die hij “spraak” noemt. “Taal” is het gezamenlijke begrip van een groep sprekers, en juist dat deel van het taalgebruik leent zich voor wetenschappelijk onderzoek en beschrijving. Bovendien is deze gemeenschappelijke taal de kern van het spreken, los van de oppervlakkige en toevallige verschillen in gedragspatronen.
Opdracht 2: Toelichting op de gemaakte keuzes – Linguïstiek → Taalwetenschap: Het woord “linguïstiek” komt uit het Frans en stamt af van het Latijn. In het Nederlands is “taalwetenschap” een zuiver inheems alternatief. – Participerende sociale code → Gemeenschappelijke afspraken: “Participerende” is een Latijns leenwoord via het Frans, en “code” heeft eveneens een uitheemse oorsprong. Ik heb gekozen voor “gemeenschappelijke afspraken” om hetzelfde idee uit te drukken zonder leenwoorden. – Communiceren → Spreken: “Communiceren” is ontleend aan het Latijn. Het werkwoord “spreken” is een oorspronkelijk Nederlands woord dat dezelfde betekenis dekt in deze context. – Abstract systeem → Stelsel: Het woord “abstract” komt uit het Latijn en kan vervangen worden door het Nederlandse woord “stelsel,” wat verwijst naar een georganiseerde manier van werken of denken. – Langue → Taal: Hoewel “langue” een technische term van Saussure is, heb ik deze in mijn vertaling aangepast naar “taal,” omdat dit het meest in de buurt komt van het oorspronkelijke concept. – Parole → Spraak: “Parole” is Frans en verwijst naar het gesproken woord. “Spraak” is een goed inheems equivalent dat deze betekenis nauwkeurig weergeeft. – Congregatie → Groep: Het woord “congregatie” komt uit het Latijn via het Frans. “Groep” is een eenvoudig en veelgebruikt Nederlands woord dat de lading van “congregatie” prima dekt. – Wetenschappelijke observatie → Wetenschappelijk onderzoek: Het woord “observatie” is ontleend aan het Latijn. Ik heb gekozen voor “wetenschappelijk onderzoek” omdat het net zo goed de betekenis van het onderzoeken en bekijken van taal omvat. – Exposé → Beschrijving: “Exposé” komt uit het Frans, en “beschrijving” is een volledig Nederlands woord dat eenzelfde idee van uitleg of uiteenzetting overbrengt. – Essentie → Kern: “Essentie” is afkomstig uit het Latijn. “Kern” is een inheems alternatief dat het idee van het diepste of belangrijkste deel goed weergeeft. – Cosmetische → Oppervlakkige: “Cosmetisch” is Grieks-Latijns van oorsprong. “Oppervlakkig” geeft hetzelfde idee van iets aan de buitenkant zonder diepgang. – Casuele → Toevallige: “Casueel” is afgeleid van het Latijnse “casualis.” “Toevallig” is een Nederlands woord dat eenzelfde onvoorziene aard aanduidt. – Differenties → Verschillen: “Differenties” komt van het Latijnse “differentia.” “Verschillen” is een helder en inheems Nederlands equivalent. – Gedragsreflexen → Gedragspatronen: Hoewel “reflexen” enigszins inheems is, komt het oorspronkelijk uit het Latijn. “Gedragspatronen” is een goed alternatief dat beter aansluit bij het Nederlandse taalgevoel, hoewel het woord “patronen” ook deels ontleend is, maar ingeburgerd.
Opdracht 3: Waardering van de herschreven tekst Op een schaal van 1 tot 10 zou ik mijn herschreven tekst een 8 geven. De tekst is grotendeels in het Nederlands vertaald zonder leenwoorden, maar sommige nuances zijn moeilijk geheel inheems over te brengen zonder de oorspronkelijke betekenis van Saussure’s theorie te verliezen. Begrippen zoals “langue” en “parole” zijn sterk verbonden met hun wetenschappelijke context en verliezen in een volstrekt inheemse vertaling een deel van hun technische precisie.
Deelnemer #2: Grok
Uitvoering: Grok 2 (beta).
Opdracht 1: Volgens Ferdinand de Saussure onderzoekt de taalwetenschap (het deelnemende maatschappelijke stelsel waarmee mensen spreken, dus een denkbeeldig geheel dat hij “taal” noemt en dat streng gescheiden wordt van de persoonlijke spraakuitingen, die hij aanduidt met het woord “woord”). “Taal” is dan het gezamenlijke weten van een groep sprekers, en dus precies het deel van het spreken dat zich leent tot wetenschappelijk onderzoek en uitleg. Bovendien is deze denkbeeldige taal de kern van het spreken, los van de uiterlijke en toevallige verschillen tussen gedragsuitingen.
Opdracht 2:
taalwetenschap voor linguïstiek: ‘Taalwetenschap’ is een directe vertaling die in het Nederlands even gangbaar is als ‘linguïstiek’ en vermijdt het Griekse leenwoord.
onderzoekt voor bestudeert: Dit is een synoniem in het Nederlands dat geen leenwoord is.
stelsel voor code: ‘Stelsel’ is een Nederlands woord voor systeem of structuur, waar ‘code’ een leenwoord uit het Latijn via het Frans is.
denkbeeldig geheel voor abstract systeem: ‘Denkbeeldig geheel’ geeft het abstracte karakter weer zonder gebruik van leenwoorden.
gescheiden voor gediscrimineerd: ‘Gescheiden’ is een Nederlands woord dat het onderscheid aanduidt zonder het negatieve connotation van ‘discrimineren’.
aanduidt voor betitelt: ‘Aanduiden’ is een inheems werkwoord dat hetzelfde betekent als ‘betitelen’.
gezamenlijke weten voor collectieve cognitie: Hier vermijd ik ‘cognitie’ (Latijn) door ‘weten’, wat echt Nederlands is.
groep sprekers voor congregatie van gebruikers: ‘Groep sprekers’ is directer en vermijdt het kerkelijke ‘congregatie’.
spreken en spraakuitingen voor taalgebruik en taaluitingen: Deze keuze behoudt de betekenis maar blijft bij de kern van de taal, namelijk spreken.
kern voor essentie: ‘Kern’ is een Nederlands woord dat goed de betekenis van ‘essentie’ overbrengt.
uiterlijke en toevallige verschillen voor cosmetische en casuele differenties: Dit zijn meer Nederlandse beschrijvingen voor de begrippen.
Opdracht 3: Ik zou mijn herschreven tekst een 8 geven. De tekst blijft begrijpelijk en behoudt de oorspronkelijke betekenis goed, terwijl de meeste leenwoorden zijn vermeden of vervangen door inheemse woorden. Echter, het woordgebruik kan soms iets minder nauwkeurig of natuurlijk aanvoelen in vergelijking met de oorspronkelijke tekst vanwege de beperkingen die het vermijden van leenwoorden met zich meebrengt.
Deelnemer #3: Gemini
Uitvoering: 1.5 Flash.
Opdracht 1: Herschrijven zonder leenwoorden Naar het inzicht van Ferdinand de Saussure bekijkt de taalwetenschap de taal als een stelsel van tekens dat mensen gebruiken om met elkaar te spreken. Dit stelsel, dat hij de ’taal’ noemt, is volgens hem iets anders dan de individuele uitingen van die taal, die hij ‘woord’ noemt. De ’taal’ is het gedeelde kennisbestand van een groep taalgebruikers en dus het deel van de taal dat wetenschappelijk bestudeerd kan worden. Deze abstracte taal is de kern van het taalgebruik, los van de toevallige verschillen tussen de manier waarop mensen spreken.
Opdracht 2: Toelichting op de keuzes – Linguïstiek → taalwetenschap: Dit is een vrij directe vervanging, waarbij het geleerde woord ‘linguïstiek’ wordt vervangen door de meer Nederlandse term ’taalwetenschap’. – Participerende → deelnemende: ‘Participerende’ is een deelwoord van het werkwoord ‘participeren’, dat zelf weer een leenwoord is. ‘Deelnemende’ is een meer inheemse variant. – Sociale code → stelsel van tekens: ‘Sociale code’ is een relatief moderne term, terwijl ‘stelsel van tekens’ een meer klassieke manier is om naar taal te verwijzen. – Abstracte → onzichtbaar: ‘Abstracte’ is lastig te vervangen zonder de betekenis te veranderen. ‘Onzichtbaar’ benadrukt het idee dat de taalstructuur niet direct waarneembaar is, maar wel aanwezig. – Congregatie → groep: ‘Congregatie’ is een formeel woord voor een verzameling mensen. ‘Groep’ is een algemener en meer toegankelijk woord. – Exposé → uiteenzetting: ‘Exposé’ is een Frans leenwoord dat vaak in academische contexten wordt gebruikt. ‘Uiteenzetting’ is een meer Nederlandse manier om te zeggen dat iets wordt uitgelegd. – Cosmetische → uiterlijke: ‘Cosmetische’ verwijst naar het uiterlijk. ‘Uiterlijke’ is een synoniem. – Casuele → toevallige: ‘Casuele’ betekent ’toevallig’.
Opdracht 3: Waardering Ik zou mijn herschreven tekst een 8 geven op een schaal van 1 tot 10. Hoewel de betekenis behouden is, is het vervangen van alle leenwoorden een uitdaging. Sommige vervangen woorden voelen misschien wat houterig aan, zoals ‘onzichtbaar’ in plaats van ‘abstract’. Daarnaast is het mogelijk dat er nog andere, meer elegante manieren zijn om bepaalde concepten uit te drukken. Desondanks vind ik dat de tekst goed leesbaar is geworden en dat de essentie van de oorspronkelijke tekst is overgebracht.
Opmerkingen: – Het vervangen van leenwoorden kan soms ten koste gaan van de precisie of nuance van de oorspronkelijke tekst. – Sommige leenwoorden zijn zo ingeburgerd dat het zoeken naar een synoniem onnatuurlijk kan aanvoelen. – Het is belangrijk om rekening te houden met de context waarin de tekst wordt gebruikt. In sommige situaties zijn leenwoorden juist gewenst.
De Schouwing
Opdracht voor opdracht gaan wij de ee-ai’s even langs, om te zien wie de beste was in ieder der onderscheidenlijke opdrachten. Mijn oordeel zal niet te flauw zijn, waar ik woorden zonder duidelijke tegenhanger minder hard zal afstraffen dan woorden waar duidelijke tegenhangers bekend zijn. Waar mensen hun geheugen de schuld kunnen geven (“oh ja”), verleen ik deze nullen en enen niet die weelde.
Opdracht 1
ChatGPT: Vrij letterlijk, maar alsnog duidelijk. Het leuke van deze oefening is dat het heel mooi laat zien dat als uitheemse woorden worden gebruikt om een begrip te duiden deze door de mand valt wanneer de betekenis in acht wordt genomen (langue > taal). Zo zal ik nooit vergeten dat ik ooit een cv van iemand zag die was geleerd in maatschappijleer en sociologie.
Grok: De tekst loopt niet helemaal soepel en Grok behoudt “precies”, wat een hele makkelijke is om te vermijden. Wel krijgt Grok lof voor het gebruik van “gedragsuitingen”, wat ik een leuke tegenhanger vond.
Gemini: Gemini behoudt meer woorden dan Grok (“individuele”, “abstracte” en “manier”)…dus niet al te best. Doch, Gemini koos ervoor om de tekst anders te schrijven om het vloeiend te maken – dit is ook iets wat ik soms doe als ik klem raak met woordvermijding. Sommige leenwoorden zijn immers niet altijd even makkelijk een-op-een te vervangen (zoals het Engels toast (één woord) > Nederlands geroosterd brood (twee woorden)), om het te kunnen veredelen moet de zin soms in zijn geheel worden herschreven.
Winnaar: ChatGPT.
Opdracht 2
ChatGPT: “abstract systeem” inkorten tot enkel “stelsel” is opmerkelijk, maar verder veel veilige zetten. Inzonderheid vond ik “oppervlakkig” voor “cosmetisch” een fraaie vervanging, waarbij de andere twee voor “uiterlijk” kozen wat alhoewel een evenwoord is, niet dezelfde lading dekt. Dit is maar een voorbeeld dat bij mij de indruk wekt dat ChatGPT dus “dieper” lijkt te kijken dan de andere twee.
Grok: Grok komt meteen binnen met geheel uitgevonden woordafleiding door linguïstiek Grieks te noemen terwijl het een hele duidelijke Franse ontlening is. “Gezamelijke weten” voor “collectieve cognitie” vond ik echter weer een schone. Verrassend, zowel in de vergissingen als de voorstellen.
Gemini: onzichtbaar voor abstract… Stelsel van tekens voor sociale code… Toch meer missers dan de eerdere twee. Gezien het vermogen van Google had ik hoog ingezet op Gemini, maar omvang is geen wisheid voor hoedanigheid.
Winnaar: ChatGPT.
Opdracht 3
ChatGPT: Een 8 in dezen vond ik wel eerlijk. Het kan fraaier, maar het gaat vooral om luisteren naar de opdracht en niet zozeer de mooiste Nederlandse tekst dichten.
Grok: Als wat ChatGPT een 8 is hebben wij nu een maatstaf, en gezien de toch meer rommelige bewerking kan hij geen 8 krijgen. Dat gezegd hebbende, Grok had verder wel een hoop der woorden vermeden, waar het eigenlijk om ging. Grok krijgt van mij om die reden een 6.
Gemini: Gemini valt meteen op, want die had—zonder mijn rechtstreeks onderricht—zelf aanmerkingen toegevoegd bovenop de opdracht. Enerzijds is hier dus voor te zeggen dat Gemini buiten zijn (haar?) kaders treedt als een teken van aantoonbaar denkvermogen, anderzijds is ook te stellen dat er niet goed naar de opdracht werd geluisterd, want ik had niet gevraagd om aanmerkingen. Daarnaast waren er ook te veel leenwoorden behouden in de herschreven tekst, dus een 8 is zachtjes gezegd stuitend. Ik geef Gemini, helaas, een 4.
Winnaar: ChatGPT.
De Schranderste der Schranderheden
Een oneerlijke hoofding weliswaar, gezien de weinige deelnemers, maar er is enkel één te kronen en dat is zonder twijfel ChatGPT .
Voordat uwé denkt dat ik ChatGPT een oneerlijk voordeel heb gegeven in mijn schouwing, ik gebruik zelf Grok het meest gezien deze iets meer is ontgrendeld dan de andere twee, maar de mate van taalbeheersing van ChatGPT spreekt voor zichzelf.
Hy offert alles aan zyn eer. Laat Kato sneeven, Dan word myn hoop vervuld, en myne vrees verdreven. Voor dezen aanslag koop ik nu den troon, of ’t graf; Want myn geluk hangt niet dan van één misdaad af.
—Pieter Langendijk (1683–1756)
De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek. Uitsluitend beschikbaar op Righartswoord. Tekene in om op de hoogte te blijven.
Geachte lezenaar(ster),
aan de Taalschouwing-reeks heb ik een einde gemaakt; het was te knutselig en gezien de NLL toch zeldzamer is geworden vond ik het onzinnig om de twee langer gescheiden te houden.
Ditmaal, in de dertigste uitgave, zal ik een taaldweperige blik werpen op de afgelopen “Troonrede 2024”, van 17 herfstmaand 2024 door Koning Willem-Alexander der Nederlanden. Gezien onze onvormelijke tijd is er geheid wel iets te veredelen.
De oorspronkelijke bewoordingen, zowel in beeld als tekst, zijn hier terug te kijken/lezen:
Vrijwaringsbepaling
Dit is geen schrijfsel tegen het koningshuis. Het gaat hier niet om de inhoudelijke boodschap, enkel om de woordkeus en het taalgebruik.
Inleiding
Deze herschrijving is met een knipoog, maar ook met ene oprechte bedoeling. Mijn verwachting bij onze Koning is hoog; zijn woordkeus van groot belang. Hoe Zijne Majesteit is—hoe edelmannen zijn, waaronder hun taalgebruik—is van onbetwistbare invloed. De hoofdreden in dezen is dat ik wil vertonen hoe het ook zou kunnen zijn.
Ene rist van zaken die mij opvielen:
De toespraak heeft een behoorlijk “volkse” toon, maar ik heb dit niet veranderd om zo des Konings boodschap zoveel mogelijk heel te houden.
Het gebruik van “Europa” en “Europees” terwijl hier duidelijk de “Europese Unie” wordt bedoeld; is waar van toepassing naar E.U.-begrippen aangepast om ene scheiding te vormen in deze, zachtjes gezegd opmerkelijke, samensmelting.
Veel woorden die los zijn geschreven terwijl deze net zo goed kunnen worden samengevoegd om het geheel Nederlandser te maken en tevens korter waar dit de zin ten goede komt, zoals “Deze andere manier van kijken” wat ik heb vervangen met “Deze andere kijkwijze”.
Woorden als “parttimers” (deeltijdswerkers) zouden van plechtige redevoeringen bij wet moeten worden verboden. Hier spreekt immers onze Koning, niet een topper op LinkedIn.
Op meerdere plekken is “u” naar “ulieden” gewijzigd; enerzijds een knipoog naar ons oude deftige taalgebruik, anderzijds om de nadruk te leggen op het gegeven dat de Koning tegen de leden der Staten-Generaal (meervoud) spreekt.
Sommige storende Engelse eigennamen zijn vernederlandst, voor de gein…alhoewel, ook niet voor de gein; bijvoorbeeld, Invest-NL wat tevens Beleg-NL had kunnen heten. Dat gezegd hebbende, als zoals in dit geval de naam in het Engels als een aifoon ep klinkt en in het Nederlands als een vleeswarenvakbond is de naam mogelijk gewoon ene vergissing.
Wat vooral belangrijk is, was het woord belangrijk, dat 13 keer voorbij kwam, maar niet zo belangrijk als het woord mensen dat maar liefst 17 keer werd gebezigd, terwijl in veel dier gevallen…waar zou het anders over gaan?
Ook: 22 keer. Tevens: 0 keer.
De Koning maakte eenmaal de spijtige misser van “daadwerkelijk”. Daad voegt niets toe, het is gewoon werkelijk.
Halve dichterlijke uitspraken zijn ene treurnis. Als de zin is, “wat kunnen we vandaag doen om straks te oogsten?”, waarom niet doorpakken met “wat kunnen wij vandaag zaaien om straks te oogsten?”
Door de hele toespraak heen zijn woorden waar van toepassing verwijderd of ingekort als zij geen meerwaarde vormen, zoals bijvoorbeeld “basisgevoel”(?) tegenover “gevoel”. Dit valt in hetzelfde straatje als “voorverwarmd” in plaats van “verwarmd”; de oven is nou eenmaal warm of koud, het gevoel is er of niet.
Schouwing
Schuingedrukt hieronder staat de toespraak in haar geheel, en vetgedrukt zijn de woorden of zinsdelen die ik heb aangepast, verplaatst of veredeld. Een beetje van mij en een beetje van Zijne Majesteit.
Leden der Staten-Generaal,
Het is verleidelijk om bij het begin van dit regeringsjaar op een sportzomer terug te blikken die nog eens heeft aangetoond waartoe ons land in staat is. Voor al die miljoenen sportliefhebbers in Nederland—waaronder ook mijn eigen maagschap—viel er veel te genieten, veel om trots op te zijn.
Gemeten naar inwoneraantal is Nederland ongeveer het zeventigste land ter wereld; maar op de olympische en paralympische medaillespiegel bereikte ons land deze zomer ene zesde en zelfs ene vierde plek. Dat is veelzeggend. De sporters van PloegNL hebben met hun geweldige leestingen laten zien wat met begaafdheid, hard werken en volhouden kan worden bereikt. Aan dat voorbeeld mag de samenleving zich spiegelen. Wanneer wij ons doelgericht ergens toe zetten, kunnen wij veel bereiken en de hoge levenshoedanigheid in ons land vasthouden.
Vanuit die gedachte wil de regering de komende jaren, samen met ulieden, zich op de zorgen richten die zo duidelijk doorklonken in de verkiezingsuitslag derslachtmaand vorig jaar, en die raken aan de bestaanswisheid van mensen. Er leven schielijke zorgen over verlanding, de overspannen woningmarkt en het gezinsinkomen. Er zijn zorgen over de toekomst: over de waardschap, over de hoedanigheid en toegankelijkheid van zorg en onderwijs, over krachttoelevering en weersgesteldheid, en over onze landelijke en tussenlandelijke veiligheid in een wereld vol dreiging en onrust. Bovendien zijn er onderliggende zorgen, die raken aan de verbinding tussen mensen onderling en het vertrouwen in de overheid.
Veel derschielijkezwarigheden waar wij voor staan, bijvoorbeeld met verlanding, woningbouw, landbouw en natuur, zijn terug te voeren op ene overweldigende, door de jaren heen gegroeide ingewikkeldheid van teveel regels, voortvaringen en toezichtdrang; maar de beleidswerkelijkheid der tekentafel past in veel gevallen niet bij de bedrijving van alledag. Te vaak krijgen mensen de boodschap dat iets om vormelijke redenen niet kan of mag, waardoor zij het gevoel krijgen het beheer over het eigen leven te verliezen. Steeds vaker ook raken dingen die heel gewoon moeten zijn uit het zicht, zoals een dak boven het hoofd, een toereikend inkomen of ene vertrouwde woonomstreek. Dat gebrek aan wisheid knaagt aan hun onafhankelijkheid. Het leidt bovendien tot onderlinge kribbigheid en verlies aan saamhorigheid.
Juist die ontwikkeling wil de bewindsraad de komende tijd doorbreken. Stap voor stap, met kracht en bevlogenheid, maar ook verstandig en met werkelijkheidszin. Het wil zwarigheden die al te lang vastzitten onder ogen zien en lostrekken, met begrijpelijk, uitlegbaar en vooral ook uitvoerbaar beleid. Uiteraard binnen de regels des rechtsstaats en met de eerlijke boodschap dat de mogelijkheden altijd zijn begrensd, bijvoorbeeld ruimtelijk, middenkundig, geldelijk of vanwege werkmachtstekorten. Het uitgangspunt des regeringsbeleids moet zijn: wat kan wél? Hoe kunnen wij dingen vereenvoudigen en de grondslag op orde brengen? Hoe kan de regering mensen méér ruimte en wisheid geven in plaats van minder, zodat zij gesterkt en vanuit vertrouwen vorm kunnen geven aan hun eigen toekomst?
Deze andere kijkwijze vraagt ook om ene andere, meer dienstbare overheid. Een overheid die ruimte en vertrouwen geeft aan burgers; maar ook aan alle ambtenaren en andere medewerkers in de openbare dienstverlening, die ervoor zorgen dat ons land veilig, schoon, bereikbaar, slim en levenskrachtig blijft. De beginselverklaring der regeringdie vorige week is vertoond, bevat een uitgebreide beleidstoeleg over goed bestuur en een sterke rechtsstaat. Die begint niet toevallig met de dringende noodzaak om burgers beter te beschermen en te voorkomen dat zij in de toekomst door overheidshandelen in de knel komen. Ene enkele fout mag men niet meer meteen op zijn achterdeel zetten. Het is belangrijk dat uitvoerders in de openbare dienstverlening, gemeenten en gouwen, burgers en wenkraden vroeg worden betrokken bij beleidsvorming. Dat moet ook leiden tot meer oog en meer ruimte voor strekelijke eigenheid en hoedanigheden. ‘Elke streek telt’ is in debeginselverklaring een belangrijk uitgangspunt. Andere voorstellen gaan over meer openbaarheid, vernieuwing des kiesstelsels, betere wetten en ene sterkere bescherming van grondrechten. Deze beleidstoeleg van goed bestuur en rechtswisheid strekt zich uiteraard uit tot in het Caribisch deel des Koninkrijks, als grond voor het gezamenlijke werk aan toekomstige welvaart en welzijn.
Beleidsinhoudelijk omvat de beginselverklaring tal van onderwerpen en voorstellen die het komende jaar en daarna aan ulieden worden voorgelegd. Dat is een werk in uitvoering, met voornemens die meer of minder grijpbaar zijn uitgewerkt; maarhet evenwicht tussen nú handelen en lijnen uitzetten voor de toekomst komt in elk hoofdstuk der beginselverklaring terug.
Om te beginnen is dat heel duidelijk in de geldelijke voorstellen over inkomsten, uitgaven en koopkracht. De heldere afspraak voor de lange vrist is dat het huishoudboekje der overheid door een streng begrotingsbeleid op orde blijft. Dat schept duidelijkheid, maar dwingt ook tot kiezen nu er meteen enkele tegenvallers zijn. Voor de korte vrist is het belangrijk dat een ieder zo snel mogelijk wat meer te besteden krijgt. Alle groepen kunnen volgend jaar enetoenameder koopkracht tegemoetzien, waaronder werkenden met een middeninkomen, maar ook mensen met lagere inkomens en rustgeldontvangers. De bewindsraad zal samen met gemeenten en anderen blijven werken aan minder armoede en de aanpak van schulden, bijvoorbeeld door inningkosten minder snel te laten oplopen. Ene grondige herziening en vereenvoudiging des helen stelsels van inkomensondersteuning, insluitend de toeslagen, moet leiden tot meer inkomenswisheid. Het moet ook voorkomen dat mensen door stelselfouten tussen wal en schip raken. De herstelonderneming in de toeslagenzaak en het schadeherstel in Groningen worden met de allerhoogste voorrang doorgezet.
Een der belangrijkste onderwerpen in de beginselverklaring is houvast op verlanding. Door opvangverlanding, gezinshereniging, arbeidsverlanding en leergangverlanding is de Nederlandse bevolking—veel sneller dan verwacht—naar achttien miljoen inwoners gegroeid. Dat legt een grote druk op onze voorzieningen en onze wijze van samenleven. Vooral in de opvangketen zijn de zwarighedendringend. De bewindsraad zal op de kortst mogelijke vrist doen wat in zijn vermogen ligt om het aantal opvangaanvragen terug te dringen en schrijnende omstandigheden zoals in Ter Apel en Budel aan te pakken. Kernwoorden zijn sneller, strenger en nuchterder. Denk aan ene versnelde voortvaring en een nuchtere opvang voor kansarme opvangzoekers, en aan lik-op-stukbeleid voor mensen uit veilige landen die overlast veroorzaken. De bewindsraad werkt aan een tijdelijke opvangnoodtoestandwet, waardoor de strenge en nuchtere aanpak ene grotere slagingskans krijgt. Afspraken met omwijkingslanden, om mensenhandel, mensensmokkel en onregelmatigeomwijkingspaden een halt toe te roepen, krijgen hoge voorrang. Nederland maakt zich daar ook in de Europese Unie sterk voor. Op weg naar de invoering van het migratie- en asielpact van de Europese Unie in 2026 zal Nederland veel strengere toelatingsrichtlijnen gaan handhaven. Niet meewerken aan terugkeer wordt strafbaar en de voorwaarden om een Nederlands landsbewijs te krijgen worden strenger.
Een grote en groeiendemaatschappelijkezwarigheid is de krapte op de arbeidsmarkt. Van makenschap tot openbaar vervoer, van onderwijs tot zorg, van gastvrijheidsnijver tot tuinbouw – het nijpende tekort aan werkmacht is overal voelbaar. Daarom is het belangrijk om mensen die nu nog aan de kant staan, te prikkelenom aan het werk te gaan. Ene andere wijze om betrekkelijk snel voortgang te boeken, is dat deeltijdswerkers langer gaan werken. De bewindsraad werkt daar onder andere aan door te sturen op meer vaste banen, en te zorgen dat mensen die meer gaan werken, aan maandseinde ook meer geld overhouden. Voor de toekomst moeten wijdiepgaander nadenken over welke soorten werk wijte Nederland wel en liever niet willen hebben, en hoe zich dat tot arbeidsverlandingverhoudt. Voorop staat dat misstanden en uitbuiting van arbeidsverlanders altijd moeten worden bestreden. In het voorjaar zal de bewindsraaduliedenene eerste boedelbeschrijving van mogelijke verbeteringen toesturen voor de arbeidsmarkt der toekomst.
Uiteraard is gebrek aan werkmacht ook een belangrijk onderwerp voor ondernemers. De bewindsraad beseft zich terdege dat het geld voor onze openbare voorzieningen in het bedrijfsleven wordt verdiend. Alleen daarom al verdienen ondernemers grote waardering en ruimte om hun vleugels uit te slaan. Het is belangrijk te blijven werken aan aantrekkelijkevestigingsvoorwaarden. Enkele hulpmiddelen die de bewindsraad daarvoor inzet, zijn minder regels, lagere lasten en aanvullend geld voor vernieuwingmiddelsBeleg-NL. In algemene zin moet het bedrijfslevenbeleid veel voorspelbaarder worden. Dit najaar vindt ene grote ondernemingsbijeenkomst plaats om samen met bedrijven te bepalen wat nodig en mogelijk is. Ene goede bereikbaarheid is voor bedrijven hoe dan ook belangrijk, gewis van en naar de hoofdhavens Rotterdam en Schiphol. Om de hoedanigheid der Nederlandse wegen, vaarwegen en spoorlijnen hoog te houden, vindt de komende jaren de grootste onderhoudsopgave ooit plaats. Voor de lange vrist zijn en worden toeleggen ontwikkeld voor nieuwe onroerende voorzieningen, ook buiten de Randstad, bijvoorbeeld de Nedersaksenlijn tussen Groningen en Enschede.
Een der grote zwarigheden waar bedrijven met uitbreidingstoeleggen tegenaan lopen, is het gebrek aan capaciteit op het stroomnet. De bewindsraad wil dit met voorrang aanpakken. Nederland weet zich gebonden aan het weersgesteldheidverding van Parijs en gaat door met de verduurzaming van woningen en gebouwen, met de ontwikkeling van kernkrachtwerken en windparken als krachtbron voor de toekomst, en met werken aan leveringswisheid. Belangrijk is dat de krachtovergang voor iedereen haalbaar en betaalbaar is. In verduurzaming dernijverheid en vernieuwingen schuilen nieuwe mogelijkheden voor de toekomst. Groene groei begint bij de vraag: wat kunnen wij vandaag zaaien om straks te oogsten?
De zwarigheid van stapeling van steeds weer nieuwe regelgeving is wellicht wel het grootst in de landbouw en visserij. Deze bewindsraad wil af van het uiteengedreven beeld dat voedselvoortbrenging en levenverscheidenheid in alles tegenover elkaar staan. Juist de samenvoeging van landbouw en natuur maakt het Nederlandse landschap sinds jaar en dag zo mooi. De nodige omslag in het denken en handelen begint bij des belangs erkenning van voedselwisheid in een ongewisse wereld, en bij het inzicht dat Nederlandse boeren tot de meest doeltreffende ter wereld behoren. Dat is iets om trots en zuinig op te zijn. Het meest dringende onderwerp voor de korte vrist is de mestnoodtoestand, waarvoor ulieden binnenkort een draaiboekontvangen. Over de volle breedte is een werkelijkheidsgetrouw en uitvoerbaar beleid nodig dat boeren en vissers langjarig duidelijkheid geeft en ruimte biedt voor landbouwmatig ondernemerschap, zonder nieuwe landelijke koppen op tussenlandelijke afspraken. Er vindt geen gedwongen bedrijfsbeëindiging plaats en de werkelijke natuurstaat en gemeten uitstootcijfers worden in het beleid leidend. Doelsturing is daarbij een kernbegrip. Dat betekent dat het aan boeren zelf is hoe zij gestelde doelen willen bereiken. Er is eneprikkelingsbegroting beschikbaar van vijf miljard euro om de nodige omslag te maken. Daarenboven is er voor ieder jaar eneaparte begroting van een half miljard euro voor landbouwmatig natuurbeheer.
Ook voor klassieke overheidstaken als veiligheid, wonen, onderwijs en zorg spreektde bewindsraad vanuit het brede begrip bestaanswisheid. De grondslag moet op orde zijn – en als één ding deze dient, dan is dat een gevoel van veiligheid. Het is duidelijk dat landelijke en tussenlandelijke veiligheid steeds meer met elkaar verweven raken. In een wereld vol brandhaarden, webaanvallen, schijninlichtingen en toenemende dreiging kan Nederland onmogelijk afgezonderd de eigen veiligheid waarborgen. Ons land heeft altijd een open blik naar de buitenwereld gehad. Dat blijft zo, want samenwerking binnen de Europese Unie en de NAVO is onze belangrijkste waarborg op welvaart, standvastigheid en veiligheid. Met het besluit Oekraïne te blijven steunen, is een rechtstreeks landelijk belang gediend, krijgslijk én waardschappelijk. Dat geldt ook voor de keuze om de hoogte derlandsweerbegroting wettelijk te verankeren. De Nederlandse rechtsstaat en de tussenlandelijke rechtsorde moeten op alle mogelijke wijzen worden beschermd en versterkt. Daarom belegtde bewindsraad de komende tijd onder andere in de wetshandhaving, in de voortgaande strijd tegen ondermijnende misdaad en in landsweer. De NAVO-bijeenkomst die komend jaar te‘s-Gravenhage plaatsvindt, onderstreept nog eens de tussenlandelijke betrokkenheid en inzet van Nederland.
Voor de toekomst dringt de vraag zich op hoe Nederland weerbaar blijft tegen toenemende dreigingen. Wij moeten voorbereid zijn, bijvoorbeeld op aanvallen op onze talmatige verbindingen, wegen, stroomnetten, havens en waterwerken; maar ook thuis moeten mensen zich wapenen tegen een tijdelijke uitval van bijvoorbeeld stroom en water. Voor de bewindsraad is weerbaarheid een zeer belangrijk onderwerp, ook in EU-verband, waar wij samenwerken aan leveringswisheid van kracht en grondstoffen.
Grondslagrakend voor de bestaanswisheid van mensen is ook een betamelijk dak boven het hoofd. De woonnoodtoestand is een der meest ingewikkelde opgaven waar de bewindsraad voor staat. Het gaat immers niet alleen om aantallen te bouwen woningen, maar ook om verdeling van schaarse ruimte. Tal van gerechtvaardigde belangen strijden met elkaar om voorrang: de bouw van huizen, scholen en bedrijven. Infrastructuur, krachttoelevering en waterveiligheid. Landbouw, natuur en landsweer. Overal is ruimte voor nodig. Bij elkaar opgeteld past dat niet in één Nederland. De Nota Ruimte die de bewindsraad vóór de volgende zomer vertoont, moet richtinggevend zijn voor het antwoord op de vraag hoe de schaarse ruimte zo eerlijk mogelijk te verdelen. Het staat buiten kijf dat meer en sneller bouwen nodig is. Het doel is ieder jaar honderdduizend woningen erbij. Daarvoor is de komende jaren vijf miljard euro aanvullend beschikbaar, daarbovenop nog een keer tweeënhalf miljard euro voor de ontsluiting van nieuwe wijken. Nog dit jaar maakt de bewindsraad op enelandelijkewoonbijeenkomst afdwingbare afspraken met medeoverheden, beleggers als rustgeldfondsen, en woningmaatschappijen. Het is daarbij onontbeerlijk dat voortvaringen korter worden en dat plaatselijk overal dezelfde regels gelden.
In het onderwijs betekent de grondslag op orde dat er veel aandacht moet zijn voor de hoofdvaardigheden lezen, schrijven en rekenen. Binnenkort ontvangenulieden de hoofdlijnen van het “Herstelplan Kwaliteit Onderwijs”, dat aansluit bij lopende aanstichtingen om de hoofdvaardigheden te verbeteren. Het onderwijs is gediend bij rust en voortduring, niet bij grote nieuwe proefnemingen. In het vervolgonderwijs na de middelbare school wil de bewindsraad van mbo tot universiteit meer oog hebben voor onderwijs en onderzoek gericht op wat Nederland behoeft. Daarin zijn scherpe keuzen nodig, zowel om inhoudelijke als geldelijke redenen. Een dierkeuzen is om het aantal buitenlandse leerlingen te verminderen en het Nederlands weer de norm te maken in het hoger onderwijs.
Onze gezondheid is het belangrijkste dat wij hebben en daarmee is de zorg van onschatbare waarde. Het “eigen risico” wordt bevroren en vanaf 2027 ruim gehalveerd naar hoogstens 165 euro voor ieder jaar. Het doel is dat de toegang tot zorg gelijkwaardiger wordt. Niet de geldbeugel van mensen, maar de dringendheid van hun zorgvraag moet in het middelpunt staan. De voorgenomen bezuiniging op de ouderenzorg is voor komend jaar van tafel. Om te vermijden dat het werkmachtstekort in de zorg onbeheersbaar wordt, is het dringend de beheertijd te halveren, zodat er meer tijd overblijft voor de lijdelingen. Dat vraagt om vernieuwingen in de sfeer van talmatigen en slim gebruik van kunstmatige schranderheid. Daarnaast kan met vaardige hulpmiddelen nog veel zorgtijd worden gewonnen voor persoonlijke aandacht, zowel thuis als in het ziekenhuis. Het bestaande zorgverding krijgt de komende tijd grijpbaar handen en voeten, bijvoorbeeld waar het gaat om het openhouden der streekziekenhuizen. Omdat voorkomen beter is dan genezen, blijft voorkoming hoog op de bespreeklijst staan.
Leden der Staten-Generaal,
In onze ingewikkelde samenleving is het antwoord op de vraag wat wél kan vaak niet eenvoudig te geven. Toch ligt daarin ene opdracht voor iedereen die staatkundige of bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt, want als de regels van een land voor grote groepen mensen niet meer behapbaar zijn, schiet overheidsbeleid zijn doel voorbij. Vanuit die gedachte wil de regering stap voor stap werken aan grijpbare oplossingen, die bijdragen aan wisheid, vertrouwen en verbinding. In deze opdracht kan zij alleen slagen in nauwe samenwerking met ulieden. Uliedenmogen zich in ulieder belangrijke werk gesteund weten door het besef dat velen ulieden wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor ulieden bidden.
Alles gelezen? Ene verering, zeg ik namens Zijne Majesteit en mijzelf.
Vlugt! red uw leven, vorst van ’t rijk! Ontvlugt uw erfgoed en uw staten! ’t Gepeupel schopt uw kroon in ’t slijk En sleept uw mantel langs de straten; Vlugt, eer ’t in dronken overmoed Zijn messen verft met koningsbloed.
—Hendrik Tollens (1780–1856)
De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek. Uitsluitend beschikbaar op Righartswoord. Tekene in om op de hoogte te blijven.
Geachte lezenaar(ster),
aanvankelijk kietelde het om een donderpreek te dichten over hoe de verhuftering die onze samenleving teistert inmiddels mijn postvak heeft bereikt, zelfs van (heren)zaken die toch vaak wel een soort deftigheid uitstralen:
Knipsel van de kaart.
Ik begrijp ook wel dat dit gewoon marktbenadering met een knipoog is, evenwel, dat weerhoudt mij er niet van om hier een geestige schouwing aan te wijden omwille der taal.
“Update jouw gegevens en activeer”: Update en activeer staan in de gebiedende wijs en jouw geeft aan dat de vraag reeds is beantwoord. Het hardnekkige samen-knikkeren-in-de-speeltuin-gevoel is niet meer weg te denken, zeg ik terwijl het begrip knikkeren volgens mij inmiddels met evenveel stof is bedekt als mijn taalgebruik.
Ene poging: Mogen wij “je” zeggen? Werke uw gegevens bij en ontvang korting
Weliswaar zes tekens langer dan de oorspronkelijke zin (het kan korter). De zin is nu in de aanvoegende wijs (die beleefder, schoner en korter is dan ‘gebiedende wijs + a.u.b.’) met daarbij ook een aangegeven reden voor de handeling (“Update jouw gegevens en activeer” is feitelijk gewoonweg een daad bevelen), en de uw laat zien dat alhoewel er geen antwoord kan worden gegeven, de klant nog niet als een makker wordt aangesproken.
Mijn antwoord is overigens “nee”, niet dat het iets uitmaakt. Nadat ik deze kaart heb ontvangen heb ik inmiddels daar weer kleding gekocht, zo gaat dat.
Verder met het schrijfsel.
Ruinen • ᚱᚥᚾᚳᚾ
Zoals de hoofding vertoont, dit stuk draait om ons oude schrift: runen (van Hoogduits Rune en eerder Oudnoors rūn) of in schoner Nederlands gebezigd: ruinen.
De tekens bereikten onlangs mijn boek toen ik een soort geheimschrift behoefte, maar waarom moeite steken in iets nieuws, als er iets waardevols en ouds is om te behouden? Alhoewel des boeks inhoud niet zozeer verwant is aan Germaanse beschaafdheid in het algemeen heeft het wel—zoals het zaakwoordenboek—een zware boventoon wat behoud en eerbetoon betreft; het gaat te allen tijde om ᛉᚱᚠᚷᛟᛞ (erfgoed).
Voordat uwé verder leest, dit is niet mijn vakgebied. Er is—voor mijn doen—wel degelijk wat tijd in gaan zitten, maar dit stuk zal niet de rijke geschiedenis benoemen of een uitgebreide achtergrond geven van iedere ruin—dit laat ik aan hen over die hier meer bevlogen in zijn—het gaat enkel om hoe deze schrifttekens kunnen worden gebruikt om hedendaags Nederlands mee te schrijven.
Het overzicht hieronder is grotendeels afgeleid van wat ik het Taaldacht-stelsel noem, met wat geringe wijzigingen/aanvullingen van mijzelf. Dat laatste is inzonderheid voortgekomen uit het feit dat ik tegen dingen aanliep voor mijn boek (en in sommige gevallen het zaakwoordenboek) en zowel hieronder als op de onderscheidenlijke ZLL-bladzijde licht ik toe waar nodig.
Het Ruinenoverzicht • ᚺᛉᛏ᛬ᚱᚥᚾᚳᚾᛠᚠᚳᚱᛋᛁᚷᛏ
Mocht het overzicht hieronder op uwés toestel niet goed zichtbaar zijn, dan is er verderop een koppeling naar het ZLL.
De enkele ruinpunt (“᛫”, niet te verwarren met “•”) hierboven was mijn oplossing voor de verscheidene koppeltekens (“-“, “–” en “—”) zonder twee verschillende schriften te hoeven samenvoegen.
Voorbeeld: tv-gids wordt ᛏᛇᚠᛇ᛫ᚷᛁᛞᛋ
Ik ben ook niet zo dol op tussenruimten met ruinen gezien ik dit niet de leesbaarheid vind bevorderen. Onze letters hechten goed samen wat woordherkenning vergemakkelijkt, maar met ruinen vind ik dit een ander verhaal (dit heeft deels met de beperkingen van onze talmatige toestellen te maken). Om deze reden wordt woordscheiding met de dubbele ruinpunt aangeduid (“᛬“, niet te verwarren met de gewone dubbele punt “:”), zoals in Codex runicus in de afbeelding helemaal bovenaan.
Voorbeeld: Hallo wereld wordt ᚺᚨᛚᛠ᛬ᚹᛇᚱᚳᛚᛞ
De dubbele punt uit ons schrift is een dubbele-dubbele ruinenpunt.
Voorbeeld: Nieuwsbrief der Lage Landen 29: Erfgoed wordt ᚾᛖᛟᛋᛒᚱᛖᚠ᛬ᛞᛉᚱ᛬ᛚᚪᚷᚳ᛬ᛚᚨᚾᛞᚳᚾ᛬29᛬᛬ᛉᚱᚠᚷᛟᛞ
Einde van zinnen worden met (᛭) aangeduid. Dit is eigen invulling omdat het unicode-blok dit teken beschikbaar heeft en ik een sierlijke wijze zocht om zinseinden aan te kunnen duiden zonder te moeten grijpen naar bijvoorbeeld de punt (“.”).
Voorbeeld: De man en de hond. wordt ᛞᚳ᛬ᛗᚨᚾ᛬ᛉᚾ᛬ᛞᚳ᛬ᚺᚩᚾᛞ᛭ (of dichterlijker ᛞᚳ᛬ᛗᚨᚾ᛬ᛉᚾᛞᚳ᛬ᚺᚩᚾᛞ᛭)
Mijn overzicht bevat Speer (ᚸ) voor [g], wier noodzaak naar voren kwam toen ik een Duitse naam wilde omzetten zonder de oorspronkelijke uitspraak te verliezen.
Voorbeeld: Bundestag wordt ᛒᛟᚾᛞᛉᛋᛏᚪᚸ
Het volgende kan als vloeken in de kerk worden beschouwd, want ik heb ook een ruin toegevoegd voor de uitheemse “x”: ᛪ, waarvoor ik de naam Xantippe heb bedacht. Dit is een “alfabetische ruin” in tegenstelling tot de reeds bestaande “klankkundige ruinen” zoals de lijst hierboven vertoont. Nou is er—aldus wat ik zo snel kon vinden—nooit een ruin geweest voor de klank van x [ks]. Enerzijds zou dit op te lossen zijn door Koon (ᚲ) en Zon (ᛋ) samen te voegen, anderzijds vond ik het ook wel een waardige toevoeging voor woorden van uitheemse oorsprong. Inzonderheid met namen als bijvoorbeeld Xantippe vond ik ᚲᛋ niet dekkend genoeg en laat het geluk er zijn dat iemand een x-ruin heeft bedacht/ontworpen.
Voorbeeld: Willem-Alexander wordt ᚹᛁᛚᚳᛗ᛫ᚪᛚᛉᛪᚨᚾᛞᚳᚱ.
Er zijn nog zat tekens waarvoor ik nu geen oplossing heb bedacht of gevonden, maar deze kunnen in de toekomst nog komen.Ik betwijfel of ik terug zou gaan naar dit stuk om iets te wijzigen, dus houde het ZLL in de gaten om altijd op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen.
“Des Schutters, dien sijn pijl, sijn’ pees, sijn boogh, sijn’ oogen. Sijn’ taeye zenuwen voor die reis niet bedrogen.”
—Constantijn Huygens
De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek. Uitsluitend beschikbaar op Righartswoord. Tekene in om op de hoogte te blijven.
Geachte lezenaar(ster),
na wat verwijl keert den nieuwsbrief weder.
Het boek waarnaar ik destijds, tijdens mijn vraaggesprek met Taaldacht, verwees begint aanzienlijk meer vorm te krijgen en toen de vlotheid er eenmaal in zat verdween al het andere even uit het zicht; zo ook de NLL.
Het is niet mijn wens dat de nieuwsbrief zo zelden verschijnt—want ik waardeer iedere lezer die de moeite neemt—maar in tijden van verhoogde bezieling krijgt hij toch ene lagere voorrang. Nummer achtentwintig is tevens weer zoals wat oudere uitgaven, op de espresso-drinktijdsduur(hooguit een lungo) gemikt – en alhoewel ditmaal het weer met betrekking tot iets in het nieuws is, zullen in aankomende uitgaven weer wat meer willekeurige onderwerpen ter sprake komen.
Ahem.
13 hooimaand 2024. Pennsylvania, de Verenigde Staten van Amerika.
Een mislukte moordaanslag op het voormalige bewindshoofd Donald J. Trump door een sluipschutter vindt plaats, die zelf na meerdere schoten—waarbij een omstander door de belager wordt gedood—werd uitgeschakeld door scherpschutters der wetshandhaving.
Ene zeldzame gebeurtenis als deze bracht een drukke week met zich mee, en het viel mij op dat in het Nederlands nieuwswezen de schutterbegrippen door elkaar werden gebezigd.
Op een rij:
Sniper
Het Engelse sniper of sharpshooter [scherpschutter] was verrassend genoeg iets wat ik eigenlijk vooral aantrof in de aanmerkingen van lezers dan zozeer in de schrijfselen van dagbladschrijvers zelf. Blij verrast; onze (arme) taal houdt nog aan.
Sniper komt gek genoeg wel veelvuldig voor op bijvoorbeeld defensie.nl, maar gezien “defensie” zelf uitheems is…volgende woord.
Scherpschutter
Een scherpschutter is enen krijgsman of diender die is toegelegd in het nauwkeurig treffen van doelen op betrekkelijk korte tot middelgrote afstanden met een enkel geweerschot. Het begrip benadrukt de vaardigheid om met grote nauwkeurigheid te schieten. Scherpschutters worden vaak ingezet in omstandigheden waarbij het uitschakelen van kenmerkende vijandelijke doelen zonder bijkomende schade van groot belang is. Naast hun schietvaardigheid worden scherpschutters ook in waarneming, schutting en doordachte bewegingen afgericht. In de wetshandhaving worden scherpschutters vaak bij gijzelingen of andere omstandigheden ingezet waarin nauwkeurige en tuchtige vuurkracht is vereist om ene omstandigheid te beheersen zonder onnodige hacht voor burgers of werkgenoten.
Sluipschutter
Een sluipschutter is enen toelegger in de krijgslijke of wetshandhaving-samenhang die is afgericht om zich langdurig onopgemerkt te houden en vanaf grote afstand nauwkeurig op doelen te schieten. Eens sluipschutters hoofdzakelijke rol is vaak het verzamelen van inlichtingen, waarneming van vijandelijke bewegingen, en het uitschakelen van krijgwijze doelen. In tegenstelling tot scherpschutters werken sluipschutters onafhankelijk en pogen om te allen tijde verborgen te blijven. Het geduld en de geestelijke veerkracht eens sluipschutters zijn onontbeerlijk, aangezien zij vaak uren of zelfs dagen moeten wachten op het volmaakte ogenblik om te schieten zonder te worden ontdekt.
Hoogachtend, C. J. Righart
Beeld: Nederlandse scherpschutters tijdens ene oefening te Oostenrijk (bron).
Laet ons, seyt de maegt, oock sonder iet te schromen, Laet ons maer in verding met desen lecker komen
De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als wetenswaardigheden, gedichten en de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek. Uitsluitend beschikbaar op Righartswoord. Tekene in om op de hoogte te blijven.
Geachte lezenaar(ster),
de Nederlanden naderen na een aantal maanden hun nieuwe regering, welke ditmaal met een overeenkomstbegint—een hoofdlijnenakkoord—en voor deze gelegenheid wordt het stof eens verouderden woords afgeblazen: het geschiedkundige verding.
Verding—van werkwoord verdingen [o.a. te hulp komen; sluiten van een overeenkomst]—kent aldus het Woordenboek der Nederlandsche Taal meerdere betekenissen, waaronder:
Overeenkomst, regeling, schikking, afspraak of beding in het algemeen. In verding treden (met); in verding komen (met)
Overeenkomst over het leveren van gewisse goederen of diensten, en de prijs daarvan. (Een)verding makenofaangaan
Heffing van, of overeenkomst over, een (oorlogs)schatting. Een verding stellen of nemen; onder verding brengen
Aanbesteding(sovereenkomst) eens verwaarloosden dijkvaks; of een te betalen boete door een dijkplichtige als gevolg van zulke verwaarlozing.
Er is echter nog één, waar het mij nu vooral om gaat:
Overeenkomst tussen strijdende, of met uiteenlopende staatkundige belangen, tegenover elkaar staande partijen (inzonderheid vredesverdrag). (Een) verding maken
Terwijl wij die in gedachten houden, terug naar het hoofdlijnenakkoord:
Een hoofdlijnenakkoord is ene voorlopige overeenkomst waarin de belangrijkste beleidslijnen en afspraken tussen partijen worden vastgelegd die een verbond maken om zo ene regering te vormen. Deze overeenkomst bevat des beleids grote lijnen dat het verbond wil voeren, zonder al te veel in bijzonderheid te treden. Het dient als grondslag voor verdere onderhandelingen en uitwerking in een breedvoerig regeerakkoord.
Als wij dit nu op de vier partijen toepassen die, zoals de betekenis hierboven beschrijft, willen samenwerken desondanks hun uiteenlopende belangen en als zodanig tegenover elkander staan (even los van schappelijkheid en/of beschaafdheid die deze vijandigheid zou verbloemen), en tegelijkertijd in acht nemend dat woorden als oorlogsschatting en vredesverdrag dermate aanduidend zijn dat zij onwaarschijnlijk door een algemener woord als verding zullen worden overtroffen, biedt dit ruimte voor wat veredeling:
26 bloeimaand 1971: Agatha Kaptein, de laatste begijn van Begijnhof Amsterdam, wordt in het Zustergraf der begraafplaats Barbara te Amsterdam begraven.
Een begijn was ene vrouw die te Avondland vanaf de twaalfde eeuw in godsdienstige gemeenschappen leefde zonder vormelijke kloostergeloften af te leggen, op de gelofte van kuisheid na. Begijnen woonden in begijnhoven en voegden een vroom leven samen met maatschappelijke werkzaamheden zoals zorg voor zieken en bejaarden. Het verschijnsel bloeide vooral in de Lage Landen, maar begon vanaf de achttiende eeuw door verscheidene redenen te verdwijnen.
“Dees linker wil een bruid van haaren bruîgom rooven. Neen, kaalen edelman, vertrek! gy wordt verschoven.”
De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als wetenswaardigheden, gedichten en de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek. Uitsluitend beschikbaar op Righartswoord. Tekene in om op de hoogte te blijven.
Geachte lezenaar(ster),
in ons tijdperk is het niet ongewoon dat de samenleving in drie verschillende klassen wordt gedeeld—de onderklasse, middenklasse en bovenklasse—maar uiteindelijk komt het neer op zij des volks zonder aanzienlijke macht en/of invloed en zij met: de “plebejer“ en de “patriciër“; of anders gezegd, de burgerman en de edelman.
…hun waardige evenknieën niet te vergeten, de burgervrouw en de edelvrouw(of deftiger: burgervrouwe en edelvrouwe).
Eerst een blik naar het verleden:
Een patriciër—van Latijn patricius [adellijk] afgeleid, letterlijk te vertalen als aanzienlijke—was in het oude Rome een lid der hogere maatschappelijke klasse, vaak telg uit adellijke sibben. Hij bezat zowel staatkundige als maatschappelijke macht, had voorrecht zoals toegang tot staatkundige verrichtingen en had invloed op godsdienstige aangelegenheden.
Een plebejer—van Latijn plebeius [tot het volk behorend] afgeleid—was daarentegen in eenzelfde tijdperk een lid der lagere maatschappelijke klasse. Hij had beperkte staatkundige rechten, minder maatschappelijke invloed en was vaak ambachtslid, boer of arbeider.
Nu terug naar het heden:
In het Nederlands leven deze begrippen voort als edelman / edelvrouw(e) en burgerman / burgervrouw(e); zonder een derde smaak, want de verschillen tussen de midden- en onderklasse zijn onduidelijk en willekeurig. Hun macht en invloed zijn van elkander niet zo verschillend, ongeacht hoeveel rijkdom de middeners kunnen vergaren. In staatkundige stelselen in het algemeen is dit van weinig belang, want enkel hij die de uitzondering kan bepalen is oppermachtig; de bovenklasse. Het is begrijpelijk dat in ons tijdperk het niet altijd meer overduidelijk is wie zich in welke kring bevind, maar een ieder met een scherpe blik herkent de verdeling.
De -e achter de vrouwelijke woorden hierboven is omdat vrouwe ons woord voor Frans “dame” is, dus de -e kan worden weggelaten – het hangt ervan af hoe deftig de uitkomst is gewenst.
Tot slot, het is goed om te onthouden dat wij het over mensen hebben die lid ener klasse zijn met afwijkende meervoudvormen: niet -mannen en -vrouwen, maar het gemeenslachtige -lieden.
Enkelvoud
Meervoud
burgerman
burgerlieden
burgervrouw(e)
burgerlieden
edelman
edellieden
edelvrouw(e)
edellieden
Vandaag in 1676
29 grasmaand
Achtergrond: beeltenis van Michiel de Ruyter (bron).
29 grasmaand 1676: vlootheer Michiel Adriaenszoon ‘Bestevaêr’ de Ruyter overlijdt te Syracuse aan verwondingen die hij een week eerder tijdens de Slag bij Agosta opliep. Zijn rustplaats is de Nieuwe Kerk te Amsterdam.
Michiel de Ruyter is een der bekendste zeehelden uit de Nederlandse geschiedenis, in dienst van den Staatse vloot des Gemenebests der Zeven Verenigde Nederlanden. Hij wordt algemeen als zijns tijds grootste vlootheer beschouwd, onder andere door zijn overwinningen tijdens de Engels-Nederlandse oorlogen; waaronder de vermaarde Tocht naar Chatham in 1667. De Ruyter was afwisselend in des staats dienst en in dat van reders, en was een tijdlang als zelfstandig walvisvaart-ondernemer werkzaam.
De rang van De Ruyter, luitenant-admiraal-generaal, was gericht voor hem in 1673 geschapen—door koning-stadhouder Willem III—om zijn gezag en aanzien aan te geven. Van zijn vijf kinderen zou zijn jongste zoon, Engel de Ruyter (1649-1683), in zijn voetsporen treden, tot de rang van vice-admiraal [ondervlootheer].
“Veel droeve om niewe vré, veel dolle om niew gevecht”
Aan Hendrik Willemz Nobel, oudburgemeester van Rotterdam:
Vriend Nobel, ’toude jaer sloot ghisteren sijn deuren, Wat sult ghij niewicheyts in ’t niewe sien gebeuren? ‘Twenscht allom al om niew, wat pap verdouwen can, ’tKindt om de niewe kolff, ’twijff om een niewen man, Veel mans om niewe wijffs, veel knechts om niewe heeren, Veel vrecken om niew gelt, veel gecken om niew’ kleeren, Veel boeren om niew’ vrucht, veel hoeren om niew’ vreucht, Veel kalen om niew haer, veel grijse om niewe jeught; Veel maghere om niew vett, veel arme om niewe neeringh Veel boose om niewe wett, veel booser om niew’ leeringh, Veel dorstighe om niew nat, veel leckre om niew gerecht, Veel droeve om niewe vré, veel dolle om niew gevecht, Maer hebb jck oock een beurt in ‘sWerelts werre-wenschen? Hoort Nobel vriendt, en lacht; jck wensch om niewe menschen: Off wilt ghij claerder zien waer mij het schoen-oor spant, Ick wensch in ’tniewe Jaer om ’toude Engelandt.
De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek. Uitsluitend beschikbaar op Righartswoord. Tekene in om op de hoogte te blijven.
Geachte lezenaar(ster),
na een aantal weken verwijl keert de nieuwsbrief weder. De reden: Des Jaars Dagen (‘de dagen van het jaar’), een nieuwe tijdwijzer voor het Zaakwoordenboek der Lage Landen.
Koppeling naar Des Jaars Dagen.
Deze tijdwijzer is door eenzelfde opzet bezield als wat de Wikipedia’s hebben verwezenlijkt en hij beoogt een soortgelijke vertoning, alhoewel met meer kaders dan Wikipedia (of kaders in het algemeen). Het komt neer op een overzicht van geheel en al 366 dagen met wetenswaardigheden die op een bepaalde dag hebben plaatsgevonden.
Des tijdwijzers grenzen zijn des Avondlands, maar zullen mogelijk wel iets uitwaaien in gerichte gevallen. Een greep uit de aangehouden richtlijnen:
Zoekmogelijkheden: er kan zowel met de (meer gangbare) inheemse maandnamen worden gezocht als de hedendaagse Latijnse maandnamen; bijvoorbeeld: 1 louwmaand en 1 januari zullen allebei naar de bladzijde van 1 louwmaand leiden. De zeldzamere/vergeten maandnamen—zoals hardmaand voor januari—zijn niet mee te raadplegen (zie ook de Maandnamen Woordenlijst).
Dekking: veruit de meeste wetenswaardigheden zullen tot en met de negentiende eeuw zijn begrensd. Dit is een bewuste keuze en heeft te maken met de vooroorlogse tijdspanne toen het Avondland nog verscheidenere smaken had.
Mensen: enkel zij met een voltooid leven zullen op de tijdwijzer verschijnen. Hier wordt nadrukkelijk ook gekeken naar hun maatschappelijke invloed, met uitzondering van adel en godsdienst, maar staatkundige leiders—gericht, gekozen leiders—zullen vrijwel afwezig zijn tenzij hun invloed en nalatenschap buitengewoon waren. De ruwweg rode draad is: wie zal na zijn of haar tijdperk nog worden herinnerd?
Gebeurtenissen: oorlogen hebben geen voorrang, maar mogelijk komen zij uiteindelijk wel aan bod. Er is namelijk altijd strijd, maar lang niet elke krachtmeting is even invloedrijk geweest.
Overig: muziek, media, ruimtevaart, sport en wetenschap worden grotendeels vermeden, maar er zullen uitzonderingen zijn.
Geboorte-, sterf- en vierdagen: als het om mensen gaat zal enkel de sterfdag worden neergeschreven (in tegenstelling tot Wikipedia, die zowel geboorte- als sterfdag neerschrijft). Vierdagen van bijvoorbeeld heiligen zullen te zijner tijd verschijnen, maar hebben voorlopig een lage voorrang.
De tijdwijzer is nog niet af, want alhoewel ik graag geschiedenis lees is er nog aardig wat werk te verrichten en geleidelijk aan zal het steeds meer worden aangevuld. Terwijl ik dit schrijf staat de teller op 53/366 (14,5%).
Hier zijn drie willekeurige dagen om een indruk te geven:
Tijdens het vier-weken-durende verlof peinsde ik over de beste aanpak voor de drie reeksen die nu aan het ZLL zijn gekoppeld (Nieuwsbrief der Lage Landen, Vandaag In & Laaglands Dichterij) en bedacht ik mij dat de drie nieuwsbrieven eigenlijk wel onderdeel kunnen zijn van één – wel zo rustig voor ieders postvak, en dit was eerder ook het geval.
22 grasmaand 1529: het Verdrag van Zaragoza—een vredesverdrag tussen Castilië en Portugal—werd door Koning Jan III van Portugal en de Heilige Roomse Keizer Karel V ondertekend in de Aragonese stad Zaragoza. Het verdrag legde de invloedssferen van Castilië en Portugal te Morgenland vast om het “Molukken-vraagstuk” op te lossen, dat was ontstaan omdat beide koninkrijken de winstgevende specerijeneilanden voor zich opeisten en beweerden dat zij binnen hun invloedssfeer vielen zoals vijfendertig jaar eerder in het Verdrag van Tordesillas was vastgelegd. De botsing begon in 1520, toen ontdekkingsreizen van beide koninkrijken de Stille Wereldzee bereikten, omdat er in het verre oosten nog geen middaglijn was vastgesteld.
“o Dichtkunst, echte godenteelt!”
Laaglands Dichterij
Beeltenis van Hendrik Tollens.
Ode aan de dichtkunst (eerste rijm):
Wie zijt gij, door geen grens te perken, Verheven geest! onstoflijk beeld! Wat zijt ge en wat uw wonderwerken, o Dichtkunst, echte godenteelt! Van waar die ongepeilde krachten, Die, uit een vuurstroom van gedachten, Zich storten op ’t ontroerd gemoed? Van waar, in ’t ongevraagd ontwellen, Die drift, die ’t hart doet hooger zwellen, En ombruist door ’t ontstoken bloed?