Categorie: Nieuws Onzer Taal

Voorheen bekend als de Nieuwsbrief der Lage Landen van het Zaakwoordenboek der Lage Landen. In 2026 hernoemd naar Nieuws Onzer Taal.

  • O Wapenbroeder!

    O Wapenbroeder!

    Waarde lezer(es),

    in de vorige uitgave van Nieuws Onzer Taal (nr. 52) speelde ik met iets meer naamvalsbeziging dan gewoonlijk. Doch ik blijf zoeken naar een evenwicht waarbij de zin een verheven gesteldheid geniet in plaats van een tergende – sierlijkheid zonder loomheid.

    Tijd voor uitleg, tijd voor naamvallen.

    Uitzonderlijk verzorgde schrijftaal

    Toen naamvallen een grotere rol kregen op het Zaakwoordenboek der Lage Landen, had ik deze aanhaling op WikiWoordenboek in gedachten:

    “Het verdwijnen van deze [verbogen] vormen is geleidelijk gegaan en niet voor alle vormen in hetzelfde tempo. Het stelselmatig toepassen ervan lijkt bovendien altijd meer iets uit zeer verzorgde schrijftaal te zijn geweest.”

    WikiWoordenboek

    Gelet op de ingewikkeldheid onzes naamvalsstelsels is dit een begrijpelijke aanmerking, doch het is bij onze oosterburen niet verloren gegaan, zodat er grond is om te stellen dat het in beginsel wel kan.

    Wat de werkelijke reden ook moge zijn, ik heb dit denkbeeld nooit uit mijne gedachten kunnen bannen: ‘zeer verzorgde schrijftaal’. Dit is namelijk het ware doel. De verwezenlijking des volmaakten Nederlandsen zins, ofwel het streven daarnaar.

    (Aangezien “zeer” een kwalijke gevoelswaarde met zich meebrengt, laten wij liever zeggen: uitzonderlijk verzorgde schrijftaal.)

    Elke naamval bij name

    Om te beginnen, wat is dan die naamval? Om mijn eigen zaakwoordenboek kortweg aan te halen:

    “Elk der onderscheiden gedaanten welke een naamwoord, voornaamwoord of bijvoeglijk naamwoord aanneemt naar gelang zijner betrekking binnen den zin.”

    Zaakwoordenboek der Lage Landen

    Of anders gezegd: het betreft hoe naamwoorden van vorm veranderen naar den naamval die van toepassing is.

    Het voordeel der toepassing is dat naamvallen enen nauwkeurigere en bondigere zin bewerken. Het nadeel is dat, als men hen niet kent, de zin haast onbegrijpelijk kan overkomen.

    Zie hieronder een opsomming aller naamvallen. Hoewel de eerste, tweede en vierde nog bekend zijn, telt de lijst niet minder dan acht. Van dezen dient te worden gemeld dat de zesde, zevende en achtste als het ware mijne uitbreidingen op het Nederlands zijn, daar het Germaans deze naamvallen reeds vroeg met andere had doen samenvallen.

    1. De eerste naamval (nominatief) duidt het onderwerp aan (datgene waarover de zin iets zegt).
    2. De tweede naamval (genitief) drukt bezit, oorsprong of betrekking uit (zoals bijvoorbeeld des koningsder vrouw).
    3. De derde naamval (datief) wijst het meewerkend voorwerp aan (degene aan wie iets geschiedt of ten deel valt).
    4. De vierde naamval (accusatief) benoemt het lijdend voorwerp (datgene waarop de handeling rechtstreeks betrekking heeft).
    5. De vijfde naamval (vocatief) is de naamval der aanspraak, waarmee men iemand rechtstreeks toeroept.
    6. De zesde naamval (ablatief) duidt herkomst of verwijdering aan: het punt waarvan iets zich verwijdert of waaruit iets voortkomt.
    7. De zevende naamval (locatief) bepaalt de vaste plaats waar iets zich bevindt of geschiedt.
    8. De achtste naamval (instrumentalis) benoemt het middel of werktuig waarmee een handeling wordt verricht.

    De buiging in het werk

    Iedere naamval bespreken met een rist aan voorbeelden zal dit schrijfsel langer maken dan nodig, laat ons derhalve iedere naamval in enen zin voorkomen:

    „O wapenbroeder, de vorst zendt den bevelhebber de overlopers des vijands met verzegelden brieven van den velde naar de legerplaats te Leiden.”

    In hedendaags, onverbogen Nederlands luidt de zin als volgt: „Wapenbroeder, de vorst stuurt de overlopers van de vijand met verzegelde brieven van het veld naar de legerplaats in Leiden, aan de bevelhebber.”

    Als wij de voorbeeldzin ontleden, voor iedere naamval, onderscheidenlijk:

    1. de vorst” (de vorst is degene die de handeling van het zenden verricht. Het lidwoord blijft onverbogen: de)
    2. des vijands” (het zijn de overlopers van den vijand. Het mannelijk lidwoord wordt ‘des’ en het zelfstandig naamwoord krijgt de uitgang ‘-s’)
    3. den bevelhebber” (de bevelhebber is de ontvanger van hetgeen wordt gezonden. Het mannelijk lidwoord verbuigt tot ‘den’. Merk op dat de naamvalsvorm zelve de betrekking uitdrukt, waardoor het voorzetsel ‘aan’ overbodig is)
    4. de overlopers” / “de legerplaats” (tweemaal vertegenwoordigd: ten eerste als lijdend voorwerp en ten tweede als richtingsaccusatief)
    5. O wapenbroeder” (de toegesprokene wordt rechtstreeks aangeroepen, hier verstevigd door het tussenwerpsel ‘o’. De vorm valt samen met den nominatief en staat buiten het zinsverband)
    6. van den velde” (het punt vanwaar de beweging aanvangt. Het onzijdig woord ‘veld’ krijgt de uitgang ‘-e’)
    7. te Leiden” (de ligging der legerplaats. Het plaatsbepalende voorzetsel ’te’ is de vaste drager van deze taak bij plaatsnamen)
    8. met verzegelden brieven” (de brieven vergezellen de zending als werktuig van den vorstelijken wil. Uitgedrukt door derden naamval meervoud, herkenbaar aan de buigingsuitgang -en op ‘verzegelden’)

    Naar een herleving?

    Hoe sierlijk, deftig of statig de naamvallen ook kunnen overkomen, zijn zij helaas onafscheidelijk van vormelijkheid geworden. Men spreekt immers niet graag meer vormelijk; dit is eenvoudigweg niet langer in zwang. Zo is het dan ook onwaarschijnlijk dat naamvalsbeziging ooit weer gangbaar wordt.

    Niettemin, zolang de middelen voorhanden zijn om dien ‘drempel’ te verlagen, is de kans dat onze naamvallen voor eeuwig afwezig zullen blijven, wellicht ook geringer. Zodoende heeft het ZLL nu ook ene bladzijde die hieraan is gewijd: Woordenlijst: Naamvallen.

    Hoogachtend,
    C. J. Righart
    ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ

  • Een Hof, Twee Leden

    Een Hof, Twee Leden

    Waarde lezer(es),

    het Nederlands: schoon en rijk, doch bijwijlen vermoeiend en ingewikkeld. Inzonderheid als het om onze lidwoorden gaat, welke op het oog lukraak van den regel lijken af te wijken, maar er is geen sprake van willekeur. Achter iedere geheimenis schuilen een regel en een herkomst.

    Zoals het geval is met het zelfstandig naamwoord hof, waarvan de betekenis op grond van het lidwoord verandert:

    • de hof – mannelijk
    • het hof – onzijdig

    De Groene Plek bij den Huize

    De hof is, in zijne oudste en tastbaarste gesteldheid, de besloten gaarde, het omheinde erf, de groene plek bij den huize. Eeuwenlang heeft het in dezen zin door geheel het taalgebied geleefd, waar men in den hof wandelt en er de vruchten des hofs plukt.

    Voorbeelden:

    • de lusthof | sierlijke gaarde; oord van zaligheid
    • de kruidhof | waar kruiden worden geteeld
    • de moeshof | waar groenten en eetbare gewassen worden geteeld
    • de rozenhof | waar rozen in menigte bloeien
    • de bloemenhof | waar allerlei bloemen prijken
    • de boomhof | hetzelfde als boomgaard
    • de keukenhof | waarin groenten en kruiden ten dienste der keuken worden geteeld – niet te verwarren met de Keukenhof (bloemenpark nabij Lisse)

    Van de Aarde naar den Troon

    Toen het woord van het groene erf oversloeg naar de woonstede des vorsten, en naar al wat hem omringde, nam het woord het onzijdige geslacht aan, waardoor hof steeg van de aarde naar den troon. In dezen verheven staat heeft het hof niets van zijne levenskracht verloren en is heden even gangbaar als immer.

    Voorbeelden:

    • het gerechtshof | hoog rechtsprekend lichaam
    • het leenhof | het oude lichaam voor leenrechtelijke zaken
    • het prinsenhof | verblijf eens prinsen – niet te verwarren met de Prinsenhoven (vorstelijke verblijven te Delft en Groningen)
    • het begijnhof | woonplaats ener begijnengemeenschap

    De Tweeslachtige Gedaante

    Er is ook nog een derde afdeling, welke zowel een mannelijke als onzijdige gedaante omvat. Woorden die naar hunne betekenis thuishoren bij der gaarde en de besloten ruimte der eerste afdeling—een begraafgrond, een dwaalaanleg, een besloten woonerf—doch die naar hun geslacht vaak onzijdig worden gebezigd, ofwel naast, ofwel geheel in plaats van het mannelijke geslacht.

    Voorbeelden:

    • de/het binnenhof | omsloten plein of open ruimte binnen de wanden eens gebouws – niet te verwarren met het Binnenhof (zetel der Staten-Generaal)
    • de/het buitenhof | landgoed of hofstede buiten de stad gelegen – niet te verwarren met het Buitenhof (plein te ‘s-Gravenhage)
    • de/het kerkhof | besloten begraafgrond bij of rondom een kerk (heden ten dage in het Groene Boekje enkel onzijdig)
    • de/het doolhof | omheinde aanleg vol dwaalwegen
    • de/het voorhof | voorruimte

      Toegift: des hoves / des hofs

      De tweede naamval van hof kent zowel hoves als hofs, maar zoals Connor MacLeod ooit zei: “er kan er maar één zijn (die standaard zou moeten gelden in het Zaakwoordenboek der Lage Landen).”

      Hoves ademt enen Middelnederlandsen geest en valt dus in den smaak van het ZLL. Daarentegen lijkt hofs vaker voor te komen in het Nieuwnederlands, en is daarnaast door de Statenvertaling gestaafd.

      Een verstrikking, maar de oplossing ligt in de vergelijking. Het zelfstandig naamwoord graf is namelijk ene beslissende evenknie, waarbij de derde naamval den grave luidt, doch de tweede des grafs. Een gespleten stelsel toepassen is dus niet nieuw in het Nieuwnederlands en geeft hier ruimte voor de bepaling.

      Zodoende is het des hofs geworden, maar des hoves zal niettemin een warm hart worden toegedragen.

      Hoogachtend,
      C. J. Righart
      ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ

      Hof

      Mannelijk zelfstandig naamwoord

      1. Omheind stuk gronds waarop bloemen, kruiden, groenten of vruchtbomen geteeld worden; tuin, gaard. Aldus ook in verheven taal: de hof van Eden, de hof van Getsemane.
      2. Omsloten erf of binnenplaats bij enen huize, ene kerk of een klooster.
      3. Gewestelijk: boerenhoeve met het bijbehorende land; hofstede.

      Onzijdig zelfstandig naamwoord

      1. Woonstede eens vorsten met alles wat daartoe behoort; tevens: de vorst zelf met zijnen gevolge en zijne hofhouding.
      2. Rechtsprekend lichaam van hogeren rang, zoals in de benamingen gerechtshof en Hof van Justitie.
      3. In de vaste verbinding het hof maken: iemand met hoofse beleefdheden vereren, in het bijzonder een vrouw met minnend oogmerk.

      ‘hof’ op het Zaakwoordenboek der Lage Landen

    1. Ene Koene Buiteling

      Ene Koene Buiteling

      Waarde lezer(es),

      op goed geluk of met onverschrokken moed, zo waagt men de sprong des doods.

      Wat men veelal afkort tot “salto” is in het Italiaans voluit salto mortale [dodelijke sprong]. Salto gaat terug op het Latijnse saltus [de sprong], afgeleid van het werkwoord salire [springen], en de toevoeging van mortale—van Latijn mors, mortis [de dood]—duidt op het levensgevaar dat ene mislukte uitvoering met zich brengt.

      In goed Nederlands, zij het bij wege van leenvertaling, bezigt men dodensprong.

      Dodensprong

      Mannelijk zelfstandig naamwoord

      Betekenis:

      1. Eigenlijk: ene koene buiteling door de lucht waarbij het lichaam zich geheel om de as wentelt; de halsbrekende sprong gelijk de koorddanser en de kunstenmaker dien vertonen.
      2. Bij overdracht: ene gewaagde en gevaarvolle onderneming waarvan de uitkomst hoogst ongewis is.

      Leze u meer hierover op zaakwoordenboek.nl

      Kunstenmakers uit Italië, die in de zestiende en zeventiende eeuw door het Avondland rondtrokken, vertoonden deze dappere kunstgreep, hetgeen mede verklaart waarom de Italiaanse benaming, en de uitdrukking een salto maken, wijd ingang vonden.

      Deze uitdrukking kent ook andere betekenissen. De Duitse schrijver en wijsgeer Friedrich Heinrich Jacobi—bekend van zijn werk over de nietszin [nihilisme] als noodzakelijk gevolg der beweging die men ‘de verlichting’ noemt—bezigde in zijne briefwisseling over Spinoza Salto mortale om den sprong van het redelijke denken naar het geloof aan te duiden, ene gedachte die later bij den Deensen denker Søren Kierkegaard weerklank vond.

      In andere talen is de dodensprong eveneens herkenbaar:

      • In het Frans bezigt men eerder saut périlleux [gevaarlijke sprong], wat het begrip van de dood vermijdt en meer richt op het gevaar. Doch bestaat er een volwaardige tegenhanger in den minder gangbaren vorm saut de la mort.
      • Het Engels gebruikt het ontleende somersault, dat door het Middelfranse sombresault teruggaat op het Oudprovençaalse sobresaut, samengesteld uit sobre [over, boven] en saut [sprong], welk laatste lid van het Latijnse saltus afstamt.
        Er is daarnaast tevens een verwante inheemse vorm genaamd death drop, doch deze is niet een-op-een met den dodensprong te vergelijken. Heden ten dage duidt dit op een begrip uit den dans, namelijk een plotselinge val achterover.
      • Het Duits verkort Salto mortale in de lijfoefening doorgaans tot het kale Salto, maar het belangwekkende is dat bij onze buren een inheemse tegenhanger bestaat die woord voor woord met de onze overeenstemt: Todessprung.
      • Het Deens hanteert hetzelfde, met salto naast dødsspring.

      Tot slot, voor het geval de woorden uit de kop onbekend zijn: koen is een bijvoeglijk naamwoord in de betekenis van ‘onverschrokken, stoutmoedig’ en buiteling is afgeleid van het werkwoord buitelen [koprollen, tuimelen].

      Hoogachtend,
      C. J. Righart
      ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ

    2. Onderstapel

      Onderstapel

      Geachte lezer(es),

      dit is in wezen een korte aanvulling op de vorige uitgave (NOT 49), maar bewust uitgesteld als aankondiging voor nummer vijftig van deze nieuwsbrief, gezien de “vanzelfbrief” (de brief die vanzelf in uw postvak verschijnt) hiermee is teruggekeerd.

      Toen het verraam van Neêrlants Gemaect werd verwezenlijkt verliet de Nieuwsbrief der Lage Landen—welke de oude naam van Nieuws Onzer Taal is—schrijfstede Ghost om weer alles in eigen beheer te doen. Het gevolg was het verlies der mogelijkheid om op de nieuwsbrief in te tekenen, want de invoegtoepassingen die ik had bekeken of zelfs gepoogd ter vervanging waren zij geen van alle niet door de keuring gekomen. Ofwel waren zij lastig in beheer, ofwel werden zij door firewalls tegengehouden – op zijn zachtst uitgedrukt niet een wenselijke omstandigheid.

      De oplossing: Nieuws Onzer Taal zal voortaan op twee plekken worden uitgegeven:

      • Op Neêrlants Gemaect (gemaect.nl), de bron, die de bron ook blijft, alhoewel zonder mogelijkheid om in te tekenen.
      • Elders op Substack (nieuwsonzertaal.substack.com), die wel de mogelijkheid heeft om (kosteloos) in te tekenen.

      Tot slot, met de huishoudelijke mededelingen achter de rug, nog iets over de eerder genoemde schrijfstede.

      Schrijfstede

      Nieuwvormingen voor lastige leenwoorden leiden tot lastige zwarigheden, maar soms verschijnt de mogelijkheid om iets ouds te kunnen afstoffen dan iets volledig nieuws te hoeven munten om zo over deze taaldrempel heen te stappen.

      Het Middelnederlandse woord scrijfstede of schrifstede [schrijfstede] betekent letterlijk ‘een plaats waar wordt geschreven; scriptorium‘, inzonderheid met betrekking tot waar kloosterlingen deze werkzaamheden verrichten. Volgens het WNT lijkt dit woord in het Nieuwnederlands in onbruik te zijn geraakt, doch zal dit woord thans nieuw leven worden ingeblazen.

      Terwijl ik deze brief aan het schrijven was zocht ik naar iets wat ik zou kunnen gebruiken voor het Engelse blogging platform (alhoewel platform in onze taal niet onbekend is, blijft deze een ontlening), dat geen Nederlandse tegenhanger kent en laat schrijfstede nu toevallig heel mooi aansluiten in eenzelfde reeks als nieuwvorming webstede (die is bedacht als een vaderlandser evenwoord voor het Engelse website).

      Meer hierover op het Zaakwoordenboek der Lage Landen: Schrijfstede.

      Hoogachtend,
      C. J. Righart
      ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ

    3. Bronnen des Nederlands

      Bronnen des Nederlands

      Geachte lezer(es),

      de tijd om iets grootsers te dromen is aangebroken.

      Weinig taalpraat ditmaal, en meer aandacht voor wederom wat huishoudelijke mededelingen.

      Zo vlug de tijd verloopt, zo is NG weer bijna een jaar oud. Dit vroeg om een talmatige opfrissing. De voorzijde is volledig herontworpen en bevat nu, naast eigen werken en die van derden, ook waardevolle bronnen die ik zelf veelal raadpleeg.

      De volgorde der bronnen is willekeurig; het betreft een eerste poging tot samenstelling van werken die voor heden inzonderheid op het wereldweb te raadplegen zijn. De ware taalkundige zal ook menig boek naast zich hebben—gelijk ikzelf, als bevlogen leek—doch op een webstede als NG is het begrijpelijker zich tot het talmatige te begrenzen.

      De lijst zal met de tijd mogelijk uitbreiden, maar voor heden gaat het om deze:

      WikiWoordenboek

      Het WikiWoordenboek, in 2004 van wal gestoken als Nederlandstalige tak van het wereldwijde Wiktionary, wil alle woorden uit alle talen beschrijven—met spelling, uitspraak, herkomst, betekenis, verbuiging en vertaling—en stelt dit kosteloos en reclamevrij onder een vrije vergunning ter beschikking. Een ieder mag de bladzijden bewerken, en bij de schrijfwijze houdt men zich aan de richtlijnen van de Nederlandse Taalunie.

      Het belang van het WikiWoordenboek is eenvoudigweg in zijn omvang gelegen. Er is heel veel te vinden, waaronder afwijkende spellingen, volledige overzichten met vervoegingen en zelfs gegevens over hetgeen de opstellers zelf niet eens bewust toepassen.

      Historische woordenboeken

      De Geïntegreerde Taalbank bundelt de oude woordenboeken van het Nederlands en vormt het eerste onderdeel van een groter raamwerk dat het Instituut voor de Nederlandse Taal opbouwt om onderzoek naar onze taal en cultuur door de eeuwen heen te ondersteunen. Beginnend met het Woordenboek der Nederlandsche Taal in 2007 zijn daar gaandeweg ook het Vroegmiddelnederlands, Oudnederlands en Middelnederlandsch Woordenboek alsook het Woordenboek der Friese taal aan toegevoegd, bekostigd langs de Nederlandse Taalunie.

      Er is niet in woorden uit te drukken hoe waardevol de GTB werkelijk is. Ik geef in de regel Taaldacht en de BTL alle lof als het gaat om de oorsprong van zowel het Zaakwoordenboek der Lage Landen als Neêrlants Gemaect, maar zonder de GTB was het er allemaal denk ik nooit geweest.

      Etymologiebank

      Op de Etymologiebank vindt men de herkomst en geschiedenis van Nederlandse woorden, bijeengebracht door Nicoline van der Sijs, die hiertoe de inhoud van talrijke wetenschappelijke woordenboeken en naslagwerken kosteloos bijeen heeft gebracht en doorzoekbaar gemaakt. Door één woord op te zoeken krijgt de gebruiker de duidingen uit verscheidene bronnen naast elkaar te zien, zodat de ontwikkeling van een woord door de tijd heen overzichtelijk wordt.

      Is het echt Nederlands, of moet daar een sterretje achter staan? De Etymologiebank is een onmisbaar hulpmiddel voor een ieder met de geringste belangstelling voor woordherkomst.

      Synoniemen.net

      Synoniemen.net is een eenmanszaak van Arjen van Kol, waar men in een doorzoekbare gegevensbank evenwoorden kan opzoeken—naar bekendheid of letterordening geordend—alsook woorden tussen eenenveertig talen kan overzetten. De verzameling berust grotendeels op eigen vergaring, aangevuld met rechtenvrije bronnen en het werk van anderen, en is auteursrechtelijk beschermd.”

      Vergelijkbaar met het WikiWoordenboek is ook hier de omvang de grootste verdienste; zo bevat de webstede zelfs de Woordenlijst Onnodig Engels alsmede Een Ander Woord van Charivarius, naast andere bronnen.

      Woordenlijst.org

      “Op Woordenlijst.org staat de ambtelijke schrijfwijze van het Nederlands, een gegevensbestand dat door het Instituut voor de Nederlandse Taal in opdracht van de Taalunie wordt verzorgd. Deze schrijfwijze, vastgesteld door het Comité van Ministers en begeleid door de Commissie Spelling, geldt als verplichte norm voor onderwijs en overheid in zowel Nederland als Vlaanderen.”

      Dit valt onder het kopje van ‘dit behoorde een ieder te kennen’, maar meer dan dat is er niet over te zeggen. Het mist de inhoud van een volwaardig woordenboek, en de verfijning van menig woordenlijst, maar het is makkelijk raadpleegbaar en toch van belang, gewis bij zakelijke of rechtsgeleerde teksten. Het enige wat men zou moeten onthouden: deze webstede bevat niet alle Nederlandse woorden; alsdan kan men beter de GTB raadplegen, die evenwel mogelijk jongere woorden ontbeert.

      Hoogachtend,
      C. J. Righart
      ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ

    4. Toetsen voor Staven

      Toetsen voor Staven

      Geachte lezer(es),

      bijna twee jaar geleden waagde ik den sprong om ruinstaven te verweven met het Zaakwoordenboek der Lage Landen. Enerzijds omdat ik voor mijn groteren werke in wording het oudere Nederlands ook op eenzelfde oudere wijze wilde vertonen, anderzijds omdat de ruinstaven erfgoed zijn, hetwelk verdient te overleven.

      Evenwel, een woordenboek vullen met dit—voor onzen tijd nochtans—vreemde schrift is, met allerlei handmatig knip- en plakwerk, op zijn zachtst uitgedrukt tijdrovend. Om deze reden had ik een tijdje terug iets vervaardigd, een plaatselijke toepassing, waarmee ik snel woorden met ruinstaven kon samenstellen door middel van mijn eigen toetsenbord; en als ik dan toch bezig ben, waarom niet een ieder toegang geven?

      Zodoende verschijnt de nieuwste aanvulling voor Neêrlants Gemaect, ditmaal ene toepassing: het Ruinstaventoetsenbord; gemakkelijk te vinden en te delen met het volgende webadres:

      Knipsel van het ruinstaventoetsenbord.

      Onder het toetsenbord zijn tevens uitleg, toelichting en achtergrond te vinden zodat een ieder met vertrouwen het Nederlands zo kan uittikken. Houde u er rekening mee dat het dus inzonderheid om uitspraak draait, niet spelling. Daarnaast zal ook niet ieder woord vlekkeloos kunnen worden omgezet, zoals bijvoorbeeld het geval is met “reep” en “beer”, wier ee’s niet overeenkomen, doch beide met een ᛇ worden geschreven.

      Voorlopig is het eenvoudigweg een hulpmiddel om snel iets met ruinstaven te schrijven op een talmatig toestel naar keuze, zonder het voornemen daarvoor iets te bouwen dat het ook zou kunnen vertalen, maar wellicht wordt zulks op een dag uitgebreid.

      Hoogachtend,
      C. J. Righart
      ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ

    5. Beladen Gemoederen

      Beladen Gemoederen

      Geachte lezer(es),

      de lentemaand vraagt om hoopvolle zonneschijn, niet om donkere wolken die haar stralen zouden weren. Doch treur en leed zijn van alle jaargetijden, en verschillende gemoedstoestanden kennen ook verschillende woorden, zowel inheemse als uitheemse. Wanneer men zich zo zou willen of moeten uitdrukken, late men zulks dan op de meest vaderlandse wijze verwoorden.

      ErventrouwOntleend
      NeerslachtigDepressief
      ZwartgalligPessimistisch
      ZwaarmoedigMelancholiek
      ZonloosSomber

      Neerslachtig

      Depressief

      Een gesteldheid des gemoeds, waarbij de geest als het ware neergeslagen is — gevormd uit het bijwoord neer en het van slaan afgeleide achtervoegsel -slachtig, hetwelk een neiging of geaardheid uitdrukt. Wie neerslachtig is, bevindt zich in een toestand van innerlijke gedruktheid, zonder noodzakelijkerwijs aan een langdurige kwaal des gemoeds te lijden. Het betreft veeleer een voorbijgaande stemming, een tijdelijke neerwaartse buiging der ziel, die door omstandigheden des levens wordt teweeggebracht en bij gunstiger wending wederom wijken kan.

      Depressief is ontleend aan het Franse dépressif, teruggaande op het Latijnse deprimere, uit de- [neer] en premere [drukken].

      Zwartgallig

      Pessimistisch

      Een samenstelling van zwart en gallig, van gal afgeleid. Dit schilderachtige bijvoeglijk naamwoord vindt zijn oorsprong in de oude lichaamssappenleer, volgens welke een overmaat der zwarte gal oorzaak was ener duistere, droefgeestige gemoedsgesteldheid. Wie zwartgallig is, ziet de wereld als door een donkeren sluier; hij of zij neigt tot vreugdeloze overpeinzingen en verwacht steeds het ergste. Zwartgallig draagt een sterkere lading dan neerslachtig, daar het niet slechts op een voorbijgaande stemming, maar op een diepgewortelde neiging tot donker denken wijst.

      Pessimistisch is langs het Franse pessimiste aan het Latijnse pessimus ontleend, de overtreffende trap van malus [slecht], letterlijk: het ergste verwachtend.

      Zwaarmoedig

      Melancholiek

      Uit zwaar en moedig samengesteld, waarbij moedig hier niet op dapperheid, maar op het gemoed betrekking heeft. Zwaarmoedig duidt op een toestand, waarin het gemoed als het ware een zwaren last torst. Diepgaande, aanhoudende droefgeestigheid, die het gehele wezen eens mensen doortrekt. Anders dan neerslachtig, hetwelk een voorbijgaande gedruktheid aanduidt, en anders dan zwartgallig, hetwelk eerder op een donkere verwachtingshouding wijst, behelst zwaarmoedigheid een bestendige zwaarte des harten, een stille, inwaartse treurnis die het gemoed onophoudelijk bezwaart.

      Melancholiek gaat terug op het Griekse melancolikos, van melancholia, uit melas [zwart] en chole [gal]. Hoewel melancholiek naar de letter gelijk staat aan zwartgallig, verdient het vaderlandse evenwoord zwaarmoedig de voorkeur, omdat melancholiek in het gebruik een betekenisverschuiving heeft ondergaan in de richting van aanhoudende, weemoedige droefgeestigheid.

      Zonloos

      Somber

      Tot slot het bijzondere zonloos. Dit bijvoeglijk naamwoord is een samenstelling van zon en het achtervoegsel -loos [zonder zon, van het zonlicht beroofd]. In overdrachtelijken zin duidt het op een gemoedsgesteldheid die verstoken is van alle warmte, licht en levensblijheid. Wat overblijft, is een innerlijke duisternis, waarin geen straal der hoop schijnt door te dringen. Het woord leent zich bijzonder voor de verheven, letterkundige stijl, daar het een beeldender en dichterlijker uitdrukking biedt dan het ingeburgerde, doch uitheemse somber.

      Somber, hoewel thans geheel ingeburgerd, is oorspronkelijk aan het Franse sombre ontleend, vermoedelijk teruggaande op het Laat-Latijnse subumbrare [beschaduwen], uit sub [onder] en umbra [schaduw].

      Hoogachtend,
      C. J. Righart
      ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ


      Beeld (achtergrond): Wikimedia Commons

    6. Het Land van Binnen, Buiten en Boven

      Het Land van Binnen, Buiten en Boven

      Geachte lezer(es),

      de lentemaand is begonnen en de eerste bladblazer laat zich reeds horen. Terwijl een stralende zon schijnt zou dit gewoonlijk een uitgelezen tijd zijn om te klagen over datgene wat deze hemelse rust zou verstoren op een schone zondagmiddag, maar wat er nu werkelijk verstoort schuilt inzonderheid buiten onze grensstreken. Voorbij het binnenlandse, zelfs het buitenlandse, naar het bovenlandse [internationale], waar grootmachten onze geesten en huishoudens veelal bezighouden met zorg en ongewisheid.

      Neêrlants Gemaect is er evenwel niet voor de staatkundige duiding, dus dit stuk zal handelen over het woord bovenlands, maar late ons eerst stilstaan bij het omvangrijke leenwoord internationaal.

      Jeremy Bentham

      Wij gaan terug naar het jaar 1780 na Kerst toen de Engelsman Jeremy Bentham het woord international smeedde in zijn werk An Introduction to the Principles of Morals and Legislation [Ene Inleiding tot de Beginselen der Zedelijkheid en der Wetgeving], waarin hij law of nations [ius gentium] door international law verving.

      Een kunstmatig bouwsel, en een waarover de heer Bentham zelf ook eerlijk was:

      “The word international, it must be acknowledged, is a new one; though, it is hoped, sufficiently analogous and intelligible.”

      [Het woord internationaal, men moet het erkennen, is een nieuw woord; evenwel, naar men hoopt, voldoende overeenkomstig en verstaanbaar]

      Een invalshoek die ik, gezien mijn eigen beginselen, nooit zou tegenspreken, alhoewel Bentham in dezen juist naar het uitheemse grijpt voor zijn nieuwvorming, in plaats van in zijn eigen taalwortels te blijven.

      Zijn woordvorming vloeide voort uit de volgende bestanddelen:

      Latijnse bestanddeelBetekenis
      inter“tussen, onderling”
      natio“volk, geboorte, afstamming”
      -al(is)“betrekking hebbend op”

      Het woord internationaal bereikt onze taal begin der negentiende eeuw middels het Frans, gelijk destijds gebruikelijk was voor staatkundige begrippen, en weerspiegelt ook vele andere Franse woorden met achtervoegsel -al(e) zoals leenwoorden nationaal, rationaal, koloniaal, enzovoorts enzovoorts.

      Bovenlands

      Internationaal is dus, samengevat, in wezen een vreemd woord want alhoewel het Latijnse ‘inter’ [tussen] wordt gebezigd, wordt hier juist een begrip bedoeld dat landen overstijgt of op meerderen betrekking heeft. Een letterlijke vertaling van het woord als tussenlands is, alhoewel kloppend met Bentham’s bouwsel, minder Nederlands van aard dan iets als bovenlands.

      Ik heb in eerdere schrijfselen ook gespeeld met tussenlands, maar heb nu zowel hier als in het zaakwoordenboek bovenlands de voorkeur gegeven:

      TrapVorm
      stellende trapbovenlands
      verbogen stellende trapbovenlandse
      s-vorm stellendbovenlands
      vergrotende trapbovenlandser
      verbogen vergrotende trapbovenlandsere
      s-vorm vergrotendbovenlandsers
      overtreffende trapbovenlandst
      verbogen overtreffende trapbovenlandste

      Betekenissen:

      1. Betrekking hebbende op het verkeer, de betrekkingen of de aangelegenheden tussen twee of meer landen of staten; de grenzen eens enkelen lands te buiten gaande.
      2. Door verscheidene landen of staten gezamenlijk ondernomen, erkend of geregeld; van meer dan één land uitgaande of daarop betrekking hebbende.
      3. Afkomstig uit of behorende tot de bovenlanden; bovenstrooms gelegen.

      Tot slot, zie ook binnenlands en buitenlands, voor wie hen wenst te vergelijken, alledrie nu aanwezig op het ZLL.

      Hoogachtend,
      C. J. Righart
      ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ


      Beeld, achtergrond: Wikimedia Commons

    7. Vier Jaar Oud

      Vier Jaar Oud

      Geachte lezer(es),

      het is vreemd om te bedenken dat mijn luidspreker tegen taalverloedering afgelopen vrijdag vier kaarsen van zijn verjaardagstaart heeft kunnen uitblazen, zo snel de tijd vergaat.

      2025 was voor het Zaakwoordenboek der Lage Landen een jaar van betrekkelijk weinig bedrijvigheid, deels omdat ik almaar aan mijn ‘grote werk’ blijf sleutelen, maar desondanks heeft het zaakwoordenboek niet stilgestaan, en met het oog op dit jaar is het tijd om (meer) kaders te stellen en dingen te gaan afronden.

      Later meer hierover, eerst wat huishoudelijke mededelingen betreffende Neêrlants Gemaect en deze ‘nieuwe’ nieuwsbrief.

      Huishoudelijke Mededelingen

      • Lang Leve de NLL
        De Nieuwsbrief der Lage Landen zal vanaf heden doorgaan als Nieuws Onzer Taal.
        Toen de NLL begon had het zaakwoordenboek een nieuwsbrief om het een stem te geven, maar na bijna vier jaren is het tijd om de nieuwsbrief los te maken. De inhoud blijft nagenoeg hetzelfde, maar dit geeft mij de ruimte om hem wellicht ooit een bredere invulling te kunnen geven naarmate de tijd vordert. De telling gaat door waar de NLL was gebleven, waardoor deze eerste uitgave nummer vijfenveertig is.
      • Nederlands (Beeld)gemaakt
        Het was ook tijd om de vormgeving te verfraaien. In tegenstelling tot de NLL heeft Nieuws Onzer Taal een eigen beeldmerk gekregen. Neêrlants Gemaect blijft niet achter en is ook vernieuwd — beiden in dezelfde tooikunstige zin.
      • De Vanzelfbrief
        Eind vorig jaar heb ik de mogelijkheid om voor de nieuwsbrief in te tekenen verwijderd omdat hij door mijn leveraar in ongewenste folders belandde, en in sommige gevallen zelfs door firewalls werd tegengehouden. Een ongelukkige omstandigheid, maar het is even niet anders. Mogelijk keert deze terug, mogelijk laat ik het zo.

      Door naar de viering.

      Nieuwe Voorzijde

      Een nieuw likje verf was vereist en verwerkt:

      De indeling is nagenoeg dezelfde gebleven, maar de verscheidene kleuren zijn voor een rustiger voorkomen ingewisseld. Iets zakelijker, doch dat past bij de nochtans droge bedoeling van dit aanwerk.

      Bezoekersaantallen

      Zeer ingewikkeld, het bepalen van ‘wat’ een bezoeker is en ‘hoe’ een bezoek moet worden herkend. Als dezelfde gebruiker vanaf twee verschillende IP-adressen verbindt, zijn dit dan twee gebruikers? Hoe lang duurt een bezoek? Vijf minuten, dertig? Enzovoorts, enzovoorts. De enige oplossing is bezoekers volgen, maar dit schendt eigenvrede en is tevens met invoegtoepassingen tegen te houden.

      Dat gezegd zijnde, het verkeer in 2025 zag hoe dan ook aanzienlijke groei:

      • 2022: eerste jaar
      • 2023: +64% toename
      • 2024: +109% toename
      • 2025: +1.060% toename en het eerste jaar dat het over de 100.000 bezoeken ging.

      In des jaars begin had ik nog twijfel over de waarde van het zaakwoordenboek in tijden waarin men nu veelal met Large Language Models (LLM) aan de gang gaat. De luchtbel waar die nijverheid zich nu in bevindt kan de wereld overnemen, of barsten…maar wat de uitkomst ook moge zijn, werken van mensenhand zoals het ZLL zullen denk ik alsnog van belang blijven, zelfs al blijft het bij bronnen waarop die diensten zich zullen africhten.

      Zulk verkeer als vorig jaar zal gewis niet aanhouden, gezien de spoeling van bevlogen taalveredelaren immers schaars is. Desalniettemin, de knoop is doorgehakt en het werk moet af.

      Voeling

      Er waren meerdere webpostadressen in omloop en die zijn nu overal dezelfde geworden, op zowel NG als het ZLL, voor alle doeleinden: de.woordenaar(apenstaartje)proton.me.

      Voornemens

      Het streven:

      • Een Schoner Woord moet deels worden herzien en hetgeen overblijft moet bladzijden krijgen, dan is het ‘af’. In wezen is dit alles dat voorrang krijgt met de geringe tijd die ik heb om hieraan te besteden.
      • Indien dit haalbaar is, behoeft de zuilengang verzorging, want het zaakwoordenboek zal eigenlijk één grote bundel woordenlijsten moeten worden, gezien het nooit een werkelijk volledig woordenboek zal kunnen worden (tenzij er een heir aan vrijwilligers op een dag bijkomen die mijn zienswijze delen).

      Hoogachtend,
      C. J. Righart
      ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ

    8. Oude Dag, Nieuwe Avond

      Oude Dag, Nieuwe Avond

      De Nieuwsbrief der Lage Landen is de terugkerende nieuwsuitgave van het Zaakwoordenboek der Lage Landen – waarin zowel bijzonder, zeldzaam en/of schoon Nederlands wordt uitgelicht als de laatste ontwikkelingen betreffende het zaakwoordenboek.


      Geachte lezer(es),

      zo eindigt het jaar 2025.

      Gezien volgend jaar de Wet Veilige Jaarwisseling van kracht gaat kietelde het om vanavond een stukje te wijden over vuurwerk, maar toen bedacht ik mij dat het belangwekkender zou zijn om dit te doen eind 2026. Terwijl ik tik is er buiten geknetter en geknal te horen, maar hoe luid zal het zijn op de eenendertigste van de laatste maand?

      Kersttoespraak


      Na zeven nieuwsbrieven over Kerstmis heb ik het hier wel het nodige over gezegd, maar als een soort kers op de taart kunnen wij nog even snel (en kort) terugkijken naar de kersttoespraak van Zijne Majesteit, koning Willem-Alexander der Nederlanden, van afgelopen 25 wintermaand.

      De inleiding begint sterk:

      Wat maakt het Kerstverhaal zo mooi? Waarom blijft het zoveel mensen raken?

      Kort daarna, echter:

      Het heeft te maken met de nabijheid en herkenbaarheid ervan. Het Kerstverhaal verbindt het allerkleinste met het allergrootste. De Redder van de wereld komt ons vrede brengen. Niet als superheld, maar als pasgeboren kind in een ‘gewoon’ timmermansgezin. 

      De naam Jezus wordt verhuld achter ‘de Redder’—wat overigens wel een scherpe redekunstige omzeiling van de schrijver(s) is, moet ik toegeven—maar nee, Hij kwam niet om vrede te brengen:

      “Denk niet dat Ik ben gekomen om vrede op aarde te brengen. Nee, eerder een zwaard” –Mattheüs 10:34

      Daarnaast mag de vergelijking wellicht ‘herkenbaar’ zijn, maar de Menswording draait niet om herkenbaarheid voor het eerste lid in de samenstelling ‘kersttoespraak’.

      Alles wat hierna kwam is wat men ook in de Tweede Kamer te horen krijgt. Begrijpelijk, vanuit het gezichtspunt van het staatshoofd dat een ieder poogt tevreden te houden, maar ik zie niet hoe deze aanpak de juiste snaar raakt bij wie dan ook.

      Had dit een eindejaarstoespraak geheten, dan was er geen verhaal. Wat ik in De Week van Kerst wilde benadrukken is nergens zo duidelijk dan in een toespraak als deze.

      Een Nieuwe Avond


      Nu tot een terugkering naar wat de Nieuwsbrief der Lage Landen gewoonlijk doet, het stof van oude woorden blazen om deze weer in de schijnwerpers te zetten.

      Met oud en nieuw nabij tijdens deze oudejaarsavond zijn er ook andere namen voor deze terugkerende viering:

      Nieuwavond

      De avond van de laatste dag des jaars; de avond voorafgaand aan het nieuwe jaar. Gelijk aan oudejaarsavond.

      Silvesteravond

      Deze naam verwijst naar paus-heilige Silvester I, die stichtheer van Rome was van 314 tot 335 na Kerst.

      Volgens de overlevering overleed Silvester op 31 wintermaand. De Rooms-Katholieke Kerk stelde zijn naamdag vast op deze dagstelling, en omdat dit nauwgezet samenvalt met oudjaar, werd zijn naam in het Westen gelijkgesteld aan de jaarwisseling.

      Silvester I was paus tijdens een doorslaggevend keerpunt in de kerkgeschiedenis: de tijdspanne waarin de Romeinse keizer Heilige Constantijn de Grote regeerde. Het kerstendom omvormde van een vervolgde godsdienst naar een erkende en bevoorrechte; onder meer grote kerstelijke basilieken in Rome werden gebouwd op aanstichting van Constantijn, en in 325 vond ook de Eerste Samenkomst van Nicea plaats, waar de wezenlijke kerstelijke geloofsbelijdenis werd vastgelegd.

      Hoewel Silvester vóór het Grote Schisma (1054) leefde en door beide kerken als heilige wordt erkend, is de koppeling met “nieuwjaar” uitsluitend Westers. De Oosters-Orthodoxe Kerk viert zijn naamdag namelijk op 2 louwmaand in plaats van 31 wintermaand.

      Het gebruik van “Silvester” voor oudejaarsavond is daardoor een kenmerkend West-Avondlandse overlevering, die vooral in Duitstalige landen overheersend is. In Nederland en Vlaanderen is het begrip bekend, maar minder gangbaar dan oudejaarsavond, en hopelijk na dit stukje ook nieuwavond.

      Hoogachtend,
      C. J. Righart
      ᛞᚳ᛬ᚹᛠᚱᛞᚳᚾᚪᚱ


      Beeld (achtergrond): Wikimedia Commons